Tien maanden trainde Sanne Wevers voor haar comeback op de WK turnen in Rotterdam. Het zou haar definitieve afscheid zijn – en dat werd het ook.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Samen met haar vader en coach liep Sanne Wevers (35) maandagmiddag de wedstrijdvloer in Ahoy af. Samen keken ze nog even om, naar de felle lampen, het publiek en de toestellen. Haar elfde WK en ook haar laatste.
‘Het was een bijzondere wedstrijd voor mij vandaag, mijn laatste. Dat klinkt misschien heel beladen en heel erg groots, en zo voelde het ook een beetje. Maar toch heb ik er ook echt van kunnen genieten.’
Haar laatste wereldkampioenschap eindigde in de kwalificatieronde. De olympisch kampioen op balk van 2016 kwam met haar oefening tot 13,266 punten, lang niet genoeg voor een plekje bij de beste acht turnsters die naar de finale mogen. ‘Natuurlijk had ik vandaag op de balk er nog even een puntje bij gewild’, vertelde ze na afloop. Maar van werkelijke teleurstelling was geen sprake, benadrukt ze, wel van voldoening.
Ze heeft met dit optreden in eigen land haar loopbaan afgesloten zoals ze dat wilde en niet met de dissonant van de olympische zomer van twee jaar geleden. Toen, in Parijs, stond ze met een elleboogblessure in de turnhal en kwam ze niet in de buurt van haar niveau. ‘Dat was een hele zware domper. En het voelde ook alsof het nog niet echt af was.’
Na de Olympische Spelen van 2024 wachtte eerst een revalidatie en toen leek het werkende leven te lonken. Anderhalf jaar deed ze niets dat op een turntraining leek. Sport was in die tijd een stukje hardlopen, meer niet.
Tot ze 10 maanden geleden besloot om het er nog een keer op te wagen, om zoals haar vader Vincent al eens voorzichtig had geopperd, in Rotterdam terug te keren op het hoogste niveau en daar een afscheidssaluut voor haar carrière te geven. ‘Ik heb lang niet durven geloven dat ik hier kon staan, dacht dat het boek al dicht was.’
Maar toen ze weer de eerste stappen op de balk maakte, eind vorig jaar, merkte Vincent Wevers dat ze al snel haar vertrouwde vasthoudendheid terug had. Zoals ze zich na de WK van 2015 dag na dag bezighield met de vraag hoe ze olympisch kampioen zou kunnen worden en daar tot in de kleinste details aan werkte, zo werkte ze nu opnieuw voor haar comeback en afscheid ineen.
‘Er was geen enkele training bij waarin ze heeft verzaakt heeft. Nooit. Geen enkele. Misschien voelde ze zich weleens niet zo goed of had een keer een wat mindere dag, maar dan wist zij er het maximale voor die dag uit te halen.’
In de kwalificatie, waarin de Nederlandse vrouwenploeg ook naast een finaleticket greep, liep Wevers’ oefening niet zoals ze voor ogen had. Dat wat nog de opmaat naar de finale had kunnen worden, werd haar laatste optreden als turnster. Niet dat ze daar op die smalle balk aan dacht. ‘Ik wist na het begin al wel, oei, ik sta er nu even niet zo lekker op. Maar ik was gewoon bezig met het goed afronden van die oefening.’
Ze had van tevoren al gezegd dat dit optreden niet moest worden gezien als een soort ereronde. Ze wilde er als topsporter staan, als een vrouw met ambitie. Dat bleef ze, ook tijdens deze laatste oefening. ‘Het is een heel intense route geweest, die ik heel intens heb beleefd. Ik heb er elke dag met heel veel energie aan gewerkt, met een mooi gevoel. Dit is de topsporter die ik ben.’
Coach Wevers stond in de catacomben met eenzelfde soort tevredenheid. Ja, natuurlijk was een finaleplaats mooi geweest, en in trainingen liet ze oefeningen zien waarmee ze gemakkelijk boven de 14 punten had kunnen scoren. Maar toch. Wat overheerste was blijdschap, dat 10 maanden keihard werken had geloond.
En dat die lange carrière van zijn dochter nu tenminste met een positief gevoel werd afgesloten. ‘Ik ben zo'n 23 jaar coach van haar geweest. Dat stopt nu, maar jullie weten allemaal dat ik ook de papa ben. En dat maakt het alleen maar speciaal’, zei Wevers senior. ‘We hebben ons even omgedraaid, nog een keer de arena bekeken en zijn toen heel rustig weg gewandeld.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant