Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Esther van Minnen (45) had een extreem zwaar slechtnieuwsgesprek, en realiseerde zich hoe dankbaar die taak eigenlijk is.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Een slechtnieuwsgesprek is een van onze moeilijkste taken. Deze keer was het heel intens. Op het bureau in Leeuwarden kwam de melding binnen. dat iemand voor de trein was gesprongen. Onderweg spraken Cees en ik met twee andere collega’s af dat zij naar het slachtoffer zouden gaan, en wij het perron gingen leegruimen.
‘We parkeerden aan de achterzijde van het station en renden een trap op naar het perron. Daar lag een man die verward op mij overkwam. Een vrouw probeerde hem gerust te stellen. ‘Wat is er aan de hand?’, vroeg ik. De man noemde een vrouwennaam en vroeg: ‘Is zij het?’
‘Ik besefte meteen: hij kent het slachtoffer. De collega’s ter plaatse konden de identiteit nog niet vaststellen, maar bevestigden in mijn oortje wel dat het slachtoffer een vrouw was.
‘Ik bekommerde me om de man, een jonge vent nog, begin twintig. Hij ging rechtop zitten, greep mijn kogelwerend vest hier bij de oksels, klampte zich aan me vast en liet niet meer los.
‘‘Wij moeten hier nú weg’, zei ik tegen Cees. Het slachtoffer lag zo’n 100 meter verder beneden op het spoor, ik wilde deze man van dat tafereel weghouden. We trokken hem omhoog en gingen samen met hem die tunnel door naar onze auto, terwijl hij me nog steeds strak vasthield.
‘In de auto kwam de bevestiging dat het om zijn echtgenote ging. De jongen hing op de achterbank half op mijn schoot, en zei steeds: ‘Houd me vast, ik kan dit niet aan, ik trek dit niet.’ Ik bleef zeggen: ‘Ik ben bij je.’ Veel meer kun je op zo’n moment niet doen. Hij kermde, was totaal wanhopig. Zijn machteloosheid raakte me diep.
‘Bij zijn huis wilde hij niet naar binnen – te confronterend. Achterom, in de tuin, zakte hij in het gras en trok mij mee naar beneden. Als een klein kind zat hij met zijn hoofd tegen me aan. Normaal kom je een slechte boodschap brengen, en dan ga je dingen regelen. Maar dit was heel intens, zo dichtbij. Ik vóelde zijn pijn.
‘Cees stelde zijn ouders op de hoogte. In afwachting van hun komst zat ik zeker een uur met die jongen, die zich nog steeds aan me vastklampte, op het gras. Het was warm, ik zweette hevig onder mijn vest. Af en toe ging ik verzitten omdat mijn knieën pijn gingen doen. En ik luisterde. Hij vertelde dat hij nog maar kort geleden was getrouwd, ze woonden samen in dat huis. Hij was naar het station gegaan omdat hij tijdens een telefoongesprek vermoedde dat het niet goed met haar ging.
‘Pas toen die ouders de tuin in kwamen, liet die jongen me los en greep hij zijn vader vast. Er kwamen hevige emoties, wij namen even afstand. Op een gegeven moment komen er altijd vragen aan ons, dan leggen we uit wat er verder gaat gebeuren; dat het lichaam van het slachtoffer met alle spullen naar een mortuarium gaat en de familie bericht krijgt wanneer ze daarnaartoe kunnen. En ik geef altijd mijn nummer, voor vragen die onvermijdelijk nog gaan komen.
‘Tijdens de debriefing op het bureau hoorde ik dat het slachtoffer een dagboek bij zich had. Ik dacht: die familie zit met duizend vragen, en daar staan misschien antwoorden in. Dus ik reed naar het mortuarium in Drachten, haalde het dagboek op en bracht het naar de familie. Daarna zat mijn dienst erop.
‘Die avond, en dat is nog nooit gebeurd, sloeg ik de maaltijd over. Ik kon geen hap door mijn keel krijgen. Dat verdriet van die jongen die mij zo lang zo strak vasthield, kwam zo dichtbij, dat ik dat zelf ook voelde. Ik kan altijd makkelijk een knop omzetten, maar toen niet.
‘Ik ben later met een familieagent teruggegaan om vragen te beantwoorden: hoe is ze gevonden? Hoe lag ze daar? Hebben omstanders iets gezien?
‘Na een paar weken kwam de echtgenoot naar het bureau. Hij gaf me een grote zak schepsnoep en zei: ‘Ik wil je bedanken voor de steun op dat eerste, vreselijke moment.’ Voor mijn collega’s had hij een doos chocola meegenomen. Ik vond het heel fijn om die bevestiging te krijgen.
‘Ik vertel dit verhaal omdat ons werk niet tastbaar is. Wij maken geen eindproduct. We gaan naar een ongeluk, we houden mensen aan, nemen aangiftes op. Ons werk is altijd een klein onderdeel van een groter geheel. Je komt even in het leven van mensen en je gaat weer weg, naar de volgende melding. Wij kunnen niet zeggen: kijk, dit heb ik gemaakt.
‘Maar bij een slechtnieuwsgesprek kun je echt iets betekenen. Er is geen draaiboek voor, het is altijd anders. Je probeert er gewoon het beste van te maken. Sinds de bevestiging van die jongen weet ik: het is niet alleen een zware, maar bovenal heel dankbare taak.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant