Het initiatiefwetsvoorstel van VVD-Kamerlid Claire Martens-America om boa's te verbieden religieuze uitingen te dragen, moet beter worden onderbouwd. Volgens de Raad van State maakt het voorstel onvoldoende duidelijk waarom de wetswijziging noodzakelijk is.
Het toenmalige kabinet stelde in 2022 een richtlijn op die voorschrijft dat buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) zich zo neutraal mogelijk moeten kleden. Volgens de richtlijn mogen boa's onder meer geen hoofddoek of keppeltje dragen. Het gaat echter om een richtlijn, waaraan gemeenten zich niet hoeven te houden.
Om de richtlijn juridisch af te dwingen, is een nieuwe wet nodig. Het ministerie van Justitie en Veiligheid liet eind vorig jaar al weten zo snel mogelijk met een aparte wet te komen. Dat wetsvoorstel is er nog niet en het plan kwam ook niet in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA terecht. Kamerlid Martens-America heeft daarom zelf een wetsvoorstel ingediend.
Daar ontbreekt nog het een en ander aan, stelt de Raad van State maandag in een advies. Martens-America gaat in haar voorstel uit van een strikte scheiding tussen religie en staat, maar onderbouwt niet waarom die noodzakelijk is. Ook maakt ze niet duidelijk dat het dragen van bijvoorbeeld een hoofddoek of keppeltje in de praktijk tot problemen leidt, aldus de RvS.
Daarnaast wordt niet duidelijk waarom een landelijk verbod nodig is. Er zijn veel verschillende soorten boa's, die niet allemaal dezelfde werkgever hebben. Volgens de RvS is meer inzicht hierin nodig, omdat de wet anders op gespannen voet kan komen te staan met de godsdienstvrijheid en het recht op gelijke behandeling.
De RvS adviseert Martens-America deze punten alsnog te onderbouwen. Lukt dat niet, dan kan ze volgens de raad het voorstel beter aanpassen of ervan afzien.
Source: Nu.nl algemeen