De mythische figuur Medusa is de laatste jaren een feministisch cliché geworden. Bestsellerauteur Niccolò Ammaniti plaatst haar toch weer in een originele hoek: gevangen in de badkamer van een Siciliaanse familie.
is literair recensent en eindredacteur van de Volkskrant.
Medusa, alweer?
Gianni Versace koos de mythische figuur begin jaren negentig als logo om haar ontzagwekkende, hypnotiserende schoonheid. Volle lippen, grote lege ogen, de slangen gestileerd tot een weelderige haardos: deze Medusa is exuberant en helemaal blingbling. Ook van Versaces mode, is de boodschap, kun je niet wegkijken.
Dat Medusa ook een feministisch icoon zou worden, had Gianni misschien niet helemaal voorzien, maar het komt ze bij Versace vast niet slecht uit.
Op de naweeën van MeToo werd Medusa meer dan ooit iemand die terugpraatte. Geen onaanraakbare figuur, maar een individu met een tragisch lot. Als jonge vrouw verkracht door de zeegod Poseidon, en daarvoor gestraft met een kop vol slangenhaar en een blik die kan verstenen; Medusa’s verhaal werd de go-to-mythe voor iedereen die iets wilde met victimblaming en dat vervloekte patriarchaat.
Na de tattoos, de memes, de marmeren Medusa met het hoofd van Perseus, de slangenvideokunst van Juul Kraijer, de aankondiging van Ellen ten Dammes nieuwe album Medusa (‘Heilig, heidens, sexy en goddelijk!’) en vooral héél veel hervertellingen die het monster eindelijk haar stem gaven, was ik eerlijk gezegd wat Medusa-moe. De feministische twist is op zichzelf een cliché geworden.
En nu gaat Niccolò Ammaniti met de mythe aan de haal in zijn nieuwe roman De bewaker. Toch niet weer zo’n brave hervertelling?
Je kunt veel zeggen over de Italiaanse bestsellerschrijver, maar niet dat hij braaf of voorspelbaar is. In interviews over zijn vorige roman, Het intieme leven (2023), waarin een presidentsvrouw opduikt in een seksvideo, vergeleek hij zijn schrijven met het koken in een snelkookpan: je verzint wat personages, een reeks gebeurtenissen, en roert die onder hoge druk door elkaar. En dan maar hopen dat het lekker wordt.
Ammaniti lees je niet om de vernuftige compositie of de psychologische diepgang. Ik ben niet bang, Zo God het wil, Ik haal je op, ik neem je mee: zijn bekendste romans lezen als een snelle, opwindende serie. Verliefdheid! Seks! Monsters! Geheimen! Scène volgt op scène volgt op scène, met veel sfeerschetsen, veel dialogen, weinig reflectie. Je snapt meteen waarom zijn boeken zo gretig verfilmd worden.
In Het intieme leven kwam er een wel erg slap prutje uit de snelkookpan. Ammaniti’s eerste roman in acht jaar was niet veel meer dan een vlakke karikatuur van een rijke societyvrouw ‘met het IQ van een schubdier’ (aldus haar assistent), die verstikt werd door maatschappelijke normen.
Met De bewaker is de schrijver terug op vertrouwd terrein. Deze coming-of-ageroman speelt zich af in Triscina, een nietszeggend Siciliaans kustdorpje waar ‘volgens internet’ 740 mensen wonen, ‘maar als die er zijn weten ze zich heel goed te verstoppen’. De 13-jarige Nilo maakt zich er langzaam los van zijn dominante moeder, zet zijn eerste stapjes in de grote boze buitenwereld, wordt wanhopig verliefd op een veel te volwassen vrouw.
Ook hier weer het vlotte stijltje en de overdadige beeldspraak, met verlaten wegen die zich uitstrekken ‘als landingsbanen voor spookvliegtuigen’ en huizen die met zand zijn bedekt ‘als de ruïnes van een oude beschaving’. Op zeker punt lijkt Ammaniti het een beetje beu en snelt hij met reuzenstappen naar de groteske finale.
Tot zover weinig nieuws in het Ammaniti-universum, behalve dus: Medusa.
De schrijver geeft een verrassend originele draai aan de overbekende materie. Hij haalt Medusa naar de Siciliaanse maffia, waarvoor ze… klusjes opknapt. Haar verstenende blik is Ammaniti’s variant op het vat met zoutzuur, waarin vijanden spoorloos verdwijnen.
Nilo’s familie zit in de aanrechtenbusiness. Eén keer raden waar ze haar marmer vandaan haalt.
(Zo zijn er knipogen naar alle uithoeken van het maffiagenre. Al in de eerste scène botst iemand op de vlucht voor twee huurmoordenaars op een koe met de naam Carmela – hallo, Mrs. Soprano.)
Voor het hoe en waarom heeft Ammaniti een geestige backstory verzonnen. In het kort: Perseus heeft Medusa nooit vermoord om haar slangenhoofd als wapen te gebruiken. Via via kwam ze terecht bij Phidias, die dankzij haar krachten de beroemdste beeldhouwer van Griekenland werd. Met zijn nazaten reisde ze mee naar Sicilië en nu slijt ze haar dagen in Nilo’s badkamer, vergrendeld met drie hangsloten.
‘Mama had me gewaarschuwd’, vertelt hij, ‘vrienden kun je vergeten, reizen kun je vergeten, de wereld begint en eindigt in Triscina, wij hebben een taak, wij moeten zorgen voor wat we in de badkamer hebben.’
‘Wat we in de badkamer hebben’, dat is dus Medusa: geen onafhankelijke vrouw met een eigen stem, maar een gevangene. Een dierbare gevangene weliswaar, om te koesteren en te beschermen, maar ook een soort wapen, een bron van inkomsten. Tegen haar zin? Daar komen we niet achter.
In De bewaker draait het om Nilo: zijn volwassenwording, zijn verhouding tot het mysterie dat in zijn huis woont en hem uit zijn slaap houdt. Hij vindt het oneerlijk dat Medusa zo wreed is gestraft voor Poseidons misdaad, maar heeft als ware puber vooral met zichzelf te doen: waarom zou hij zijn hele leven in dienst van háár moeten stellen? Wie is hier nu de bewaker, en wie de gevangene?
Op een onbewaakt moment ziet Nilo haar, in een flits, naast zijn moeder op de bank, voordat hij snel zijn ogen weer dichtknijpt: kussensloop over haar hoofd, rood-zwart-geel gestreepte huid, kleine gouden bikini.
‘Het is het lot van de mensen om naar Medusa te kijken’, schrijft Ammaniti. Hier schiet Versace me weer even te binnen, en niet alleen door die gouden bikini.
Het gaat hier om onze blik, niet om de hare. Je zou het bijna vergeten, maar ook dat perspectief blijft interessant: wat doet de ontzagwekkende ander met haar omgeving?
Om deze Medusa kun je niet heen, maar je kunt ook nooit helemaal bij haar komen. Ze is kwetsbaar en ongenaakbaar, een scheppende én vernietigende kracht. Natuurlijk ziet Nilo in haar ook de vrouw op wie hij verliefd is.
Mijn Medusa-moeheid is spoorloos verdwenen.
Niccolò Ammaniti: De bewaker. Uit het Italiaans vertaald door Manon Smits. Lebowski; 208 pagina’s; € 21,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant