Waarom is de ene politicus succesvoller dan de ander? En welk archetype zou jij zijn? Met hulp van de klassieke retorica en smeuïge voorbeelden verbindt Carola Schoor de stijl van politici aan de inhoud.
schrijft voor de Volkskrant over politiek Den Haag, waar hij tot 2022 verslaggever was.
Handboek politieke stijl, dat klinkt een beetje blafferig. Alsof dit een uitgave is die bij voorkeur via managementboek.nl moet worden aangeschaft, en dan kan worden gedeclareerd bij de baas.
Dat is jammer, want dit is nu typisch zo’n boek dat iedereen die net wat meer van politiek wil begrijpen zou moeten lezen. Omdat het je vertelt waarom de ene politicus succesvoller is dan de ander, en waarom dat succes ook vluchtig kan zijn. Zoals het een echt handboek betaamt, legt het bovendien uit wat je zelf kunt ondernemen om in de politiek aan de slag te gaan zonder jezelf geweld aan te doen, ook als dat op lokaal niveau is.
Bijna alle boeken over politiek gaan over inhoud. Ze willen verklaren waarom het populisme zo’n hoge vlucht neemt, wat de ideeënwereld van Donald Trump behelst, hoe je een dam kunt opwerpen tegen extreemrechts of in welke mate de huidige tijd lijkt op het interbellum.
Dit handboek blijft daar verre van. Of eigenlijk: als er al inhoudelijke kwesties aan de orde komen, is dat om uit te leggen hoe verschillende typen politici een opvatting aan de man zouden brengen. Bijvoorbeeld dat er zes manieren zijn om te beargumenteren waarom het goed is te investeren in de isolatie van sociale woningbouw. De politicus als ‘boze burger’ zou dan zeggen: ‘Wij gewone Nederlanders zitten in de kou, terwijl de elite zich lekker warm stookt.’ De ‘samenwerker’ gebruikt daarvoor een heel ander verhaal: ‘Iedereen profiteert als we met zijn allen de klimaatcrisis tegengaan.’
‘Boze burger’ en ‘samenwerker’ zijn twee van de zes archetypen die Carola Schoor bij politici onderscheidt. De anderen zijn ‘activist’, ‘orakel’, ‘regent’ en ‘probleemoplosser’. Namen die meteen beelden van politici oproepen, die hier gretig worden bevestigd. Zo waren Wiegel en Van Agt ‘orakels’, al hadden beiden ook trekken van een ‘regent’. Den Uyl was een ‘probleemoplosser’, die soms naar ‘activist’ neigde. Veel CDA’ers zijn ‘regent’, terwijl D66’ers vrijwel zonder uitzondering ‘samenwerkers’ zijn.
Carola Schoor, programmaleider bij het Centre for Professional Learning van de Universiteit Leiden, motiveert de noodzaak van haar boek door te verwijzen naar de toegenomen rol van de media. ‘De persoon is nu het centrale bindingsmiddel van de boodschap, in plaats van de logische opbouw van een betoog’, schrijft ze. ‘Bij politieke stijl gaan vorm en inhoud echt samen. De vorm ís de inhoud en andersom.’
Voor de door haar ontwikkelde archetypen leunt ze op de klassieke retorica, die logos (de rationele argumenten), pathos (emotie) en ethos (vaardigheid van de spreker) onderscheidt.
Middels een ‘keuzeboom’ komt ze tot haar politieke stijlen, waarmee iedere politicus te plaatsen zou zijn. Dezelfde keuzeboom kan de aspirant-politicus overigens gebruiken om zijn eigen stijl te bepalen. De stappen die daarbij worden gezet, zijn in de kern eenvoudig. Zo zal een rationele spreker eerder ‘ik denk’ gebruiken, een intuïtieve spreker ‘ik weet’. Wie zich als politicus presenteert zal zeggen: ‘Ik begrijp dat dit de mensen raakt.’ Wie voor een buitenstaander in de politiek wil doorgaan zal zeggen: ‘We worden hier allemaal hard door geraakt.’
De juice schuilt in de voorbeelden. Zo worden Emmanuel Macron, Wopke Hoekstra en Frits Bolkestein tot de ‘regenten’ gerekend, zijn Femke Halsema, Frans Timmermans en Jacinda Ardern ‘samenwerkers’ en Marine Le Pen en Rita Verdonk ‘boze burgers’. ‘Orakels zijn de politici die zichzelf als redder van het volk beschouwen, en anderen als nep-elite neerzetten. Het ‘orakel’ verdedigt graag traditionele waarden en normen en heeft een hekel aan de ‘probleemoplosser’ (Rutte, Aboutaleb), omdat die zich aanpast aan veranderingen. Thierry Baudet en Pim Fortuyn zijn echte ‘orakels’, Donald Trump begon als ‘boze burger’, maar is geleidelijk ‘orakel’ geworden.
De archetypen zijn namelijk niet statisch, politici kunnen veranderen als de omstandigheden daarom vragen. Zo was Winston Churchill voor de Tweede Wereldoorlog een ‘regent’, die met een zekere afstand het volk zijn waarheden verkondigde. Toen Engeland betrokken raakte bij de oorlog, veranderde hij in een ‘orakel’, een politieke buitenstaander die een werd met zijn kiezer. Maar na de oorlog werkte die stijl niet meer.
Ook Mark Rutte veranderde volgens Schoor van positie. In 2012 – het begin van zijn regering met de PvdA – is hij een ‘samenwerker’ en hoort daarmee bij de elite. Daarna schuift hij op naar de rol van ‘probleemoplosser’, waarmee hij de oversteek naar een meer volkse stijl maakt. Als hij na ‘een epifaan moment’ besluit de politiek te verlaten, krijgt ook hij trekken van een ‘orakel’, dat immers zijn besluiten op grond van intuïtie neemt.
Er zijn volgens Schoor ook mengvormen, zoals de ‘aardige boze burger’ (Van der Plas), de ‘buitengewoon gewone mens’ (Thatcher) en de ‘machteloze verlosser’ (Omtzigt). Bij alle gesteggel over box 3 en de vermogensaanwasbelasting kan het verhelderend zijn te bedenken dat wat we hier zien toch ook gewoon een ‘samenwerker’ (Klaver) is die een ‘regent’ (Heinen) in zijn kamp wil trekken, terwijl ‘salonsocialisten’ en ‘boze burgers’ toekijken.
Carola Schoor: Handboek politieke stijl – Politiek begrijpen met archetypen. Leiden University Press; 227 pagina’s; € 18.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant