Warning: Undefined variable $groupdata in /var/www/html/index.php on line 161

Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Template::$compiled is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_template.php on line 612
Hoe vang je een mystieke ervaring in een verhaal? Elte Rauch zoekt het antwoord in een puberverliefdheid

Home


Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Extension_Handler::$_updateScope is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_extension_handler.php on line 111

Hoe vang je een mystieke ervaring in een verhaal? Elte Rauch zoekt het antwoord in een puberverliefdheid

Veere heeft een bijna-doodervaring gehad en verlangt terug naar het hogere dat ze toen dacht te vinden. In Johan probeert Elte Rauch het transcendente te vangen in taal. Maar had dat niet wat minder expliciet gekund?

Wie is hier nou eigenlijk gek?
Dat vraagt de ik-verteller uit Johan, de tweede roman van Elte Rauch, zich af. Als 15-jarige maakt ze een ‘ingrijpende gebeurtenis’ mee, waarvan de impact ‘onomkeerbaar’ blijkt. Door een samenkomst van fysieke problemen ligt ze wekenlang in het ziekenhuis en krijgt daar wat men een bijna-doodervaring noemt. Zelf gebruikt ze liever andere termen om dat onnoemlijke te beschrijven: ‘een geleidelijk uitzoomen’, ‘dichter dan ooit bij het oerbewustzijn’, ‘een orgastisch soort van verlichting’.

Alles is anders daarna. Ze had altijd al een ‘natuurlijke aanleg voor magisch denken’, maar nu wordt het steeds lastiger om in de alledaagse werkelijkheid te leven. Ze heeft hallucinaties, die voor haar niet per se onecht zijn, ‘slechts variaties op dezelfde werkelijkheid’. Er worden labels op haar geplakt. Meerdere psychiatrische opnames volgen.

Overdosis morfine

Het meisje heet Veere, net als het hoofdpersonage uit Rauchs debuutroman, Een vrouw met mooie borsten.

Toen ik die naam las, moest ik denken aan het gelijknamige Zeeuwse havenplaatsje. En dan vooral aan Japi, het iconische personage uit Nescio’s De uitvreter (1911), die ‘uren achtereen, onbewegelijk’ naar het Veerse Meer staarde. Net als Veere is hij onthecht van de alledaagse werkelijkheid.

Maar het personage van Rauch is op een andere manier dan Japi escapistisch. Ze wil niet zozeer ergens vandaan vluchten, maar vooral ergens naartoe, naar die ‘orgastische heerlijkheid’ die ze toen in dat ziekenhuis ervoer. Die hogere werkelijkheid, de essentie.

Wanneer ze erachter komt dat de aanleiding voor haar bijna-doodervaring een per ongeluk toegediende overdosis morfine was, ‘overwoog ze serieus om junkie te worden (...) een echte, met naalden en zo’. On-ironisch.

Op zich een logische gedachte, voor een belezen type als Veere, iemand die toch al gefascineerd was door het transcendente en de Bijbel een ‘waanzinnig boek’ vindt. Al helemaal als je daarin haar obsessie met junkie-dichter Jotie T’Hooft (1956-1977) meeneemt, de prins van de zwarte romantiek, die in de naald een direct lijntje met het hogere gevonden dacht te hebben.

Heel romantisch allemaal. Tragisch, maar romantisch. Aantrekkelijk voor pubermeisjes zoals Veere. Zoals die volledig zwartgeverfde woning waarin T’Hooft zijn dagen sleet. Een schedel op zijn werktafel.

Dweepzuchtig wel, beetje beschamend misschien.

Gelukkig laat Rauch het daar niet bij, daar is ze het type schrijver niet voor.

Tegenover die zwarte kamer van T’Hooft plaatst ze een witte kamer, die in eerste instantie gesymboliseerd wordt door de witte vertrekken van de psychiatrische opvang waarin ze verkeert (‘de muren van mijn stille, ongrijpbare, waanzinnige, witte jeugd’). Het doet denken aan het beroemde gedicht van Gerrit Kouwenaar, Totaal witte kamer, waarin het misschien wel precies gaat over het verlangen naar zuiverheid en tijdloosheid dat Veere na haar mystieke ervaring beheerst.

Girl-meets-boy-puberplot

Het kan niet anders dan dat Rauch flink heeft lopen worstelen met de vorm van dit verhaal. Het zijn zulke fundamentele, diep existentiële thema’s: wat is werkelijkheid, wanneer neemt fictie het over – en is dat een probleem? En dan ook nog zo’n taalloze, onbeschrijflijke bijna-doodervaring. ‘Niet op papier te krijgen’, zoals Veere later zelf tegen haar psychiater zegt.

De oplossing van Rauch: Johan. Hij is een jongen die bij Veere op school zit en op wie ze al haar fantasieën projecteert. Het wordt al snel duidelijk dat Veere een potentieel onbetrouwbare verteller is in de klassieke zin van het woord. Ze heeft psychotische neigingen en dus zit het er dik in dat ze zich niet altijd volledig aan de controleerbare feiten houdt.

Maar het doet er niet toe of Johan nu wel of niet de diepzinnige kunstenaar is die Veere van hem heeft gemaakt. En het doet er niet toe of ze nu wel of niet echt met hem kust als ze hem op een avond ‘volstrekt onverwacht tegen het lijf’ loopt. Hij is ‘[haar] eigen Johan’ en ‘Hij leek er helemaal te zijn’. Via Johan komt Veere het dichtst bij het transcendente waarmee ze eerder kennis heeft gemaakt: ‘de pijn van het ongenaakbare liefhebben’.

Met Johan introduceert Rauch een herkenbaar girl-meets-boy-puberplot dat wij stervelingen nodig hebben om chocola te kunnen maken van het onbeschrijflijke, onnoemlijke, ondenkbare.

Expliciete conclusie

Rauch hanteert de Fight Club-strategie: een potentieel denkbeeldig personage in het leven roepen (Johan is een soort Tyler Durden). Die strategie maakt het mogelijk om ‘een plotloos verhaal’ – de mystieke ervaring – toch behapbaar te maken. Want ineens is er een tegenspeler waartoe de ik-verteller zich verhoudt, waardoor de ik-figuur begrijpelijk wordt voor de lezer.

Het is de vraag in hoeverre dat nodig is. Of het niet veelzeggender was geweest om de lezer juist níét tegemoet te treden met een figuur als Johan.

De epiloog eindigt met een door Veere geschreven gedicht dat besluit met de regel: ‘Ik werd gek verklaard tijdens een openbaring’. Dat leest als een conclusie. Eentje die ze wat mij betreft niet zo expliciet had hoeven trekken.

Hoewel de tot-gek-verklaring van Veere filosofisch hoogst interessant is, ben ik namelijk nóg benieuwder naar die openbaring zelf. Naar de poging om het onnoemlijke toch te benoemen.

Elte Rauch: Johan. Cossee; 107 pagina’s; € 21,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next