Ongelukkige puber steekt op haar eigen ‘Senior Prom’ de gymzaal in de fik: Stephen Kings Carrie is een personage om van te gruwen én te genieten. In de serie van Mike Flanagan is ze meer Prom Queen dan moordenaar.
is chef-kunst van de Volkskrant. Ze schrijft over toneel, film, series en popcultuur.
Vingers, wie heeft er nooit wraakfantasieën gehad over vervelende kwelgeesten? Moeders, nare klasgenoten, leraren, of later, bazen – wie heeft ze niet iets langzaams en pijnlijks, soms behoorlijk bloederigs toegewenst? En ervaren dat dat hielp?
Anderzijds: wie is er weleens in de verleiding gekomen om te pesten? Heb je ook dat gif gevoeld, die griezelige cocktail van groepsdruk, overlevingsinstinct, sadisme en zelfverwijt, die zo destructief kan borrelen in een bang puberbrein?
In de eerste zin van Carrie, Stephen Kings beroemde boek over puberwreedheid en -wraak, benoemt hij de plek waar zulke gedachten en gevoelens zich afspelen: ‘the subconscious level where savage things grow’.
Als je een gen Z’er bent die hier nu heel erg van schrikt, dan is de nieuwe Prime-serie Carrie helemaal voor jou.
In de rubriek ‘Reputaties’ kijken we hoe de betekenis van denkers en kunstwerken, van schrijvers en hun personages kantelt en evolueert.
In het boek uit 1974 wordt Carrie beschreven als vreemd en onooglijk: ze is te zwaar, lijdt aan acne en heeft zweetplekken in haar onflatteuze kleren. Thuis heeft ze een wrede, godsdienstwaanzinnige moeder die haar op talloze manieren mishandelt. Dat maakt haar een bang en kruiperig, sociaal onhandig meisje, dat op school vervolgens ook afschuwelijk wordt gepest, terwijl ze hartstochtelijk blijft hunkeren naar vriendschap, aandacht, liefde.
Máár. Dit beklagenswaardige kind bezit telekinetische krachten, en haar gevoelens van woede en miskenning bouwen op tot steeds destructievere acties. In een knappe, wrede plotwending laat Stephen King haar op het ‘Senior Prom’ heel even alles krijgen wat ze wil – vrienden, waardering, een leuke date – voordat hij bruut het kleed onder haar vandaan trekt.
Die gruwelijke vernedering, nadat ze héél even gelukkig is geweest, is de druppel. Met haar krachten steekt ze de hele balzaal in de hens, en iedereen die erin vastzit. Zo, denkt de lezer. Net goed. En dan, natuurlijk: néé! We vrezen haar, veroordelen haar én juichen voor haar. Het is een ambivalente ervaring.
Bij het 50-jarige jubileum van het boek in 2024 beschreef Margaret Atwood in The New York Times hoe Carrie ontstond op de piek van de tweede feministische golf. Atwood laat zien dat verhalen over vrouwen met bovennatuurlijke krachten vaak de kop opsteken in tijden van emancipatie, en aanzwellende weerstand daartegen. Ook dit is dus Carrie-tijd. Maar wat brengt een nieuwe Carrie ons?
In de verfilming van Brian De Palma uit 1976 was Sissy Spacek een ontregelende Carrie, kwetsbaar, ongemakkelijk en in haar vreemdheid ook beangstigend. Je wilde het niet en toch begréép je ergens wel dat deze Carrie werd gepest. Haar enigmatische gezicht, met de ijle gelaatstrekken en opengesperde ogen, had iets griezeligs. En ze ís ook griezelig, dat bewijst het bloederige einde wel. King is vóór Carrie, zeker, maar hij laat slachtoffer en dader, oorzaak en gevolg op een fascinerende manier van plaats wisselen.
Deze Carrie kon je begrijpen, maar je kon je ook beschaamd herkennen in haar kwelgeesten. Je kon haar verafschuwen én genieten van haar uitzinnige wraak. Je was pester en gepeste, slachtoffer en dader – een ambivalente ervaring.
Maar kijk nu eens naar Carrie, in de nieuwe serie gespeeld door Summer H. Howell. Dit meisje heet zomer, en zo straalt ze ook. Howell is een engelachtige, prerafaëlitische verschijning, en haar Carrie is een en al argeloze zachtheid. Ze is dolblij dat ze naar school mag, geniet zich gek bij scheikundeproefjes en citeert de hele dag door klassiekers die alleen haar leraren kennen. Ze is een voorbeeldleerling: geïnteresseerd, beleefd, slim en vriendelijk. Ze is trouwens ook beeldschoon; daar doen die zelfgemaakte kleren niets aan af. Nee, deze Carrie is geen ongemakkelijke outcast. Wie zou dit schattige meisje willen pesten? Wie wil er moedwillig een babykonijntje kwaad doen?
Klopt, niemand.
Carries moeder is in de serie lang niet zo erg als in de film. Haar voornaamste kwelgeest, Chris Hargensen, krijgt zo’n vreselijke vader dat je háár sadisme ook moeiteloos begrijpt. Eigenlijk is iedereen hier slachtoffer. Het is zelfs de vraag of het wel echt Carrie is, die wraak neemt op het eind. Niemand heeft schuld, behalve wat ondefinieerbare, duistere, paranormale krachten. O ja, en ‘de maatschappij’.
Je zou kunnen zeggen: grijs is interessanter dan zwart-wit. Maar dit is niet meer grijs, dit is roze.
Deze nieuwe Carrie kreeg een make-over volgens het feministisch revisionisme, dat we eerder zagen bij andere beroemde badgirls uit de popcultuur: Elphaba uit Wicked, Maleficent uit Doornroosje, Cruella de Vil uit 101 Dalmatiërs, met een reeks slimme origin stories, prequels en sequels werden deze miskende en onbegrepen vrouwen op originele wijze gerehabiliteerd. In die nieuwe verhalen werden ze niet zomaar goed, maar wel (iets) begrijpelijker.
Alleen: Carrie hád haar aangrijpende origin story al, ze hád al de verzachtende omstandigheid. We begrepen haar allang. Verkeerde beeldvorming is al een thema in het boek. Dus welk historisch popcultureel onrecht moest hier worden rechtgezet? Er was nog maar één manier om haar verder te rehabiliteren, en dat was haar überhaupt niet schuldig laten zijn aan massamoord. Je kunt je afvragen of regisseur Mike Flanagan haar daarmee niet het laatste beetje invloed afneemt dat ze had. Hij maakt haar méér Prom Queen en minder moordenaar.
Opvallend aan zijn serie, die overigens grotendeels oerspannend en onderhoudend is, is dat die terugschrikt voor ambivalentie. Deze Carrie lijkt gemaakt voor een publiek dat bang is voor ambiguïteit – en voor de paradox, de metafoor, de dubbele laag. Een publiek dat het duister in zichzelf hard veroordeelt – ‘the subconscious level where savage things grow’ – en hunkert naar eendimensionale helderheid en een ondubbelzinnige moraal. Is zo’n behoefte generatiegebonden? Het spijt me, maar het antwoord is waarschijnlijk dubbel: nee, en ja.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant