De grote autolanden Frankrijk en Duitsland hebben vrijdag een akkoord gespresenteerd om de Europese auto-industrie er weer bovenop te helpen. Volgens de plannen van beide landen worden Europese CO2-eisen minder streng en komt er meer steun voor ‘Made in Europe’.
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Tussen beide landen bestond lange tijd verschil van mening over de toekomst van de auto-industrie. Er werd sinds de zomer gewerkt aan een compromis, dat vrijdag is gepresenteerd. Nu beide grote EU-landen tot overeenstemming zijn gekomen over de te varen koers, is de kans groter dat de lidstaten en het Europees Parlement zich achter de plannen scharen.
Duitsland krijgt waarschijnlijk zijn zin als het gaat om soepeler omgang met de uitstoot van CO2 en het geplande verbod op de verkoop van nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor in 2035. Berlijn is hiertegen fel gekant.
Een op de tien nieuwe auto’s mag straks gewoon met een verbrandingsmotor de showroom uitrijden, zonder dat hiertegenover de verplichting staat om met bijvoorbeeld groen staal te gebruiken bij de productie. Ook mogen plugin hybride auto’s tot 2030 meer CO2 uitstoten dan nu het plan was.
Frankrijk is op zijn beurt verzekerd steun vanuit Berlijn voor het verlenen van staatssteun aan Europese technologie voor e-auto’s. De voorstellen van beide moeten de Europese autosector beter beschermen tegen de snelle opkomst van Chinese fabrikanten.
Milieuorganisaties spraken vrijdag direct hun afkeur uit over de voorstellen, die een verdere aantasting betekenen van de Brusselse klimaatdoelen. Transport is een van de grootste veroorzakers van CO2-uitstoot en snelle elektrificatie is nodig om de doelen te halen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant