is tv-recensent voor de Volkskrant.
‘Ben je er klaar voor?’, vraagt regisseur Reber Dosky aan Maila Ahmad. De in Nederland geboren Ahmad (32) is kind van de Koerdische diaspora. In de Human-serie Droomland Koerdistan wil ze, na alle familieverhalen, eindelijk zelf afreizen naar historisch Koerdistan, verspreid over Turkije, Irak, Iran en Syrië. Nu nog het nieuws aan haar ouders vertellen.
‘Ook Oost-Koerdistan?’, vraagt haar moeder, zichtbaar geschrokken. Haar moeder schetst een beeld van de regio: Oost-Koerdistan is niet stabiel. En in West-Koerdistan is het oorlog; je hebt er IS en andere extremistische groeperingen.
Vooral voor vrouwen is het gevaarlijk in Oost-Koerdistan, zegt haar moeder. Ze herinnert haar dochter aan de vrouw van de Koerdische regisseur Bahman Ghobadi die in Iran werd opgepakt en de dood van Mahsa Jina Amini (waarna de protestbeweging ‘Vrouw, leven, vrijheid’ ontstond). ‘Er zijn daar nog meer vrouwen vermoord.’
Ahmad is bereid de risicovolle reis te ondernemen. Haar ouders’ verhalen, de taal, haar Koerdische tattoos, het Koerdische filmfestival dat ze leidt en waarmee ze zich onderdompelt in de cultuur… het is niet genoeg. Ze wil meer. En de eerste aflevering, woensdagavond, waarin ze naar het spirituele hart van de jezidicultuur afreist, is alvast een voortreffelijk begin.
Hoe ingewikkeld en tegelijkertijd prachtig zo’n persoonlijke zoektocht kan zijn, toont ook het ontroerende De sleutel van Pete, terug te zien op NPO Start. Daarin gaat journalist Pete Wu met zijn ouders naar China. De aanleiding is het appartement dat hij in de geboortestad van zijn ouders erfde. Wu groeide op boven de Tilburgse snackbar van zijn ouders, die daar dertig jaar lang meer dan tachtig uur per week werkten. Tijd om hun kinderen te zien opgroeien was er niet.
Zo enthousiast en onbevangen als Ahmad te werk gaat, zo voorzichtig en oncomfortabel is de 40-jarige Wu in het VPRO-drieluik. Hij wil graag dat zijn ouders en hij elkaar beter leren kennen. Maar hij spreekt de taal van zijn ouders, het Wenzhou-dialect, nauwelijks, en zijn ouders spreken gebrekkig Nederlands. En dan zijn er nog de culturele codes. Het maakt communiceren lastig.
Wu voelt zijn ouders’ verwachtingen op zich drukken. Ze zouden willen dat hij vaker naar China gaat, er misschien zou gaan wonen, de taal beter spreekt en een (hetero)gezin zou hebben. Aan al deze zaken voldoet hij niet. Dat weten zijn ouders, ook dat hij queer is, maar erover praten durven ze niet. Toch lijkt er, hoe moeizaam ook, onder al dat ongemak iets in beweging te komen.
Wu en Ahmad hebben twee totaal verschillende verhalen, culturen en gezinnen, en toch zo veel overeenkomsten. Gemis naar een plek die er eigenlijk niet meer is. Verlangen van ouders om de liefde voor het moederland aan de volgende generatie mee te geven. Ontheemding. Maar ook: trots, culturele rijkdom, bijzondere verhalen. En: herkenning. Wu en Ahmad zijn niet alleen.
Source: Volkskrant