In het Nederlands worden woorden geregeld verdrongen door nieuwe varianten, niet zelden afkomstig uit het Engels. ‘Taalgebruik!’ vraagt zich af: zijn ze een aanwinst?
schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst en taal.
Wat? Meine Güte
In plaats van? Sjezus, lieve help, goeie God, tjemig, mijn hemel, allemachtig, goeie grutten
Goeie grutten? Inderdaad. Meine Güte is net als veel van de genoemde Nederlandse uitdrukkingen een bastaardvloek. Een ombuiging van een andere, godslasterlijke vloek, in dit geval Meine Gott. Net zoals ‘godverdomme’ bij ons werd omgebogen naar potverdomme, potjandrie en verdikkeme, ‘Jezus’ naar tjemig en sjezus en (in het Engels) ‘holy Moses’ naar holy moly.
Why? Waarom voegen mensen juist deze Duitse uitdrukking graag aan hun dagelijkse vocabulaire toe? Vermoedelijk klinkt die net wat geiniger dan de oubollige Nederlandse varianten. In een interview in de Volkskrant zei Gordon eens over een heerlijke Taiwainese soep die hij op vakantie in Frankrijk had gegeten: ‘Meine Güte, dat was echt niet normaal.’ In deze context klinkt bastaardvloeken in het Duits ook nog eens maximaal kosmopolitisch.
Dus Een beetje een fremdkörper wel, deze vriendelijke vloek. Maar ook leuk, dus van harte welkom. Mogen er vele bastaardvloeken bloeien.
Cijfer 8,3
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant