De Tweede Kamer wil dat het kabinet meer doet tegen ongewenste buitenlandse inmenging. Minister Van Weel erkende woensdag dat er ‘tandjes bij moeten’ om te voorkomen dat andere landen de Nederlandse samenleving en de politieke besluitvorming beïnvloeden.
In een brief aan de Tweede Kamer noemde minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) ongewenste buitenlandse inmenging eerder een groeiend probleem. Steeds meer ‘statelijke actoren’ proberen op verschillende manieren invloed uit te oefenen op de Nederlandse politiek en samenleving. ‘Andere landen deinzen er niet voor terug om spionage, bedreiging en pogingen tot liquidaties in te zetten’, aldus de minister.
De Tweede Kamer deelt die analyse, maar vindt dat het kabinet er te weinig aan doet. Landen als China, Rusland en Iran intimideren dissidenten en diasporagemeenschappen in Nederland. Zo worden mensen bijvoorbeeld afgeperst door hun voormalige moederland. ‘Hoe gaan we die gemeenschappen beschermen?’, wilde Pro-Kamerlid Songül Mutluer woensdag weten in een debat met Van Weel. Zij en andere Kamerleden missen daadkracht.
Daarover stak Van Weel de hand in eigen boezem. ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat er een aantal tandjes bij moeten’, aldus de minister. Op verschillende initiatieven die in het coalitieakkoord in februari werden aangekondigd, is tot nu toe te weinig voortgang geboekt, gaf hij toe.
Van Weel benadrukte dat het kabinet over diverse mogelijkheden beschikt om ongewenste inmenging aan te pakken, maar dat hij te maken heeft met ‘een veranderend dreigingsbeeld’ als gevolg van de geopolitieke spanningen in de wereld. ‘Het is van belang om continu te controleren of de aanpak nog wel aansluit op de huidige dreiging.’
Een van de ergernissen van de Kamer betreft de vertraging van de komst van een meldpunt voor slachtoffers van buitenlandse beïnvloeding. Al vier jaar geleden beloofde het toenmalige kabinet dat zo’n meldpunt er zou komen. Het kabinet-Jetten meldde echter deze week dat het er pas in 2028 zal zijn, omdat de benodigde juridische grondslag ontbreekt.
Bente Becker (VVD) wilde van de minister weten of ‘dat niet wat sneller kan’. Ook andere Kamerleden vinden dat de oprichting van het meldpunt niet langer kan wachten. ‘Buitenlandse overheden gaan ondertussen gewoon door met hun pogingen om onze samenleving en democratische instituties te beïnvloeden’, aldus CDA-Kamerlid Tijs van den Brink.
Van Weel deelt de frustratie van de Kamer. Volgens hem stond het meldpunt klaar, toen het ministerie erachter kwam dat het niet voldoet aan de privacywetgeving. Om dat op te lossen, begint er nu een nieuw wetgevingstraject. In de tussentijd hoopt de minister een alternatief te vinden.
Ook vroegen Kamerleden van VVD, CDA en de PVV of het kabinet gaat werken aan een nieuwe wet die de ondermijning van de rechtsstaat door financiering van maatschappelijke organisaties kan tegengaan. Eerder dit jaar stemde de Eerste Kamer een soortgelijk wetsvoorstel weg, waardoor strengere controle op donaties uit onvrije landen aan verenigingen en stichtingen van de baan was.
Van Weel zegt daar de komende tijd opnieuw mee aan de slag te gaan. Hij belooft de Kamer eind dit jaar meer duidelijkheid te geven over de stappen die het kabinet wil zetten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant