Om het overvolle stroomnet in de regio Utrecht te ontlasten, moet het hoogspanningsstation bij Breukelen flink worden uitgebreid. Daarom wordt voor ringslangen, waterspitsmuizen en zeldzame waterslakjes eerst een veilig onderkomen gezocht.
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Hoe verhuis je een ringslang? Boor wat gaten in een emmer van de bouwmarkt, graaf hem in op een strategische plaats en de slang valt er vanzelf in, waarna hij in zijn nieuwe biotoop uitgezet kan worden.
Ecologisch medewerker Bas Aarts toont een van de emmers die hij de afgelopen dagen heeft ingegraven aan de rand van een slootje in een weiland langs de A2 bij Breukelen. Hier worden de komende dagen ringslangen gevangen en verplaatst. De verhuizing is nodig omdat hoogspanningsbeheerder Tennet het transformatorstation Breukelen-Kortrijk hier moet uitbreiden.
‘Dit is een van de kritieke stations voor de provincie Utrecht’, zegt een woordvoerder in de bouwkeet aan de rand van het terrein, waar over enige tijd zware graaf- en bouwmachines verschijnen. De regio Utrecht zit te springen om meer elektriciteit en de nood is inmiddels zo hoog dat afgelopen zomer een bouwstop is ingesteld: er kan zo goed als niets meer worden aangesloten tot de capaciteit van het elektriciteitsnet er is vergroot.
Dus komen er hier straks drie reusachtige nieuwe transformatoren bij, plus acht zogenoemde schakelvelden, die grote hoeveelheden elektrische energie kunnen verstouwen en zo bijdragen aan het verminderen van de lokale stroomfiles.
Mooi voor de 400 duizend inwoners van de regio, maar minder voor de ringslang; een van de ongeveer vijfhonderd beschermde diersoorten (vogels niet meegeteld) die Nederland telt. De slang blijkt huis te houden in de landerijen rond het hoogspanningsstation Breukelen-Kortrijk dat de komende jaren moet worden uitgebreid. Naast de ringslang leven hier ook de waterspitsmuis en de platte schijfhoren, een waterslakje dat voorkomt in sloten van veel Natura2000-gebieden en in agrarische laagveengebieden, zoals hier bij Breukelen.
Voor omwonenden, die mogelijk wel staan te springen om meer elektriciteit, maar vaak niet om de bouw van enorme installaties in hun vrije zichtveld, zijn er inspraakavonden. ‘Dieren hebben die mogelijkheid niet’, aldus de woordvoerder, ‘daarom moeten ze worden beschermd.’
Dus worden in elk geval de beschermde dierlijke bewoners de komende tijd verhuisd voordat honderden vrachtwagens een laag van 3,5 meter zand op het uitbreidingsterrein zullen storten. Die berg zand is nodig om de zachte veenbodem te laten inklinken, zodat straks gebouwd kan worden zonder dat de boel verzakt.
Dat is nodig, want een enkele transformator weegt 345 ton, ongeveer net zoveel als een volgetankte en -gepakte Boeing 747. De zwaarste onderdelen worden hier overigens onderheid, maar ook de andere installaties moeten stabiel staan. Na maanden inklinken wordt het zand weer grotendeels verwijderd waarna de echte bouw kan beginnen.
Niet alle dieren hebben trouwens zo veel geluk als het beschermde drietal: zij worden niet verhuisd en moeten zelf een veilig heenkomen zoeken. ‘Om de overige kleine zoogdieren zo veel mogelijk de kans te geven te ontsnappen, storten we gestaag van de ene zijde naar de andere’, zegt omgevingsmanager Wendy de Ronde van aannemingsbedrijf Hanab Energy Solutions, dat verantwoordelijk is voor de bouw.
Om te voorkomen dat eerder vertrokken dieren weer terugkeren, wordt het complete terrein van ruim vijf hectaren omzoomd door een scherm van 2.200 meter glad donker kunststof van zo’n 40 centimeter hoog. Dankzij de aanleg van kleine vluchtheuveltjes kunnen dieren er van binnenuit overheen, terwijl ze van buitenaf niet tegen het gladde kunststof kunnen opklauteren.
Om de waterspitsmuis te vangen, gebruikt ecoloog Aarts diervriendelijke valletjes, die hij vult met stro en meelwormen en sluierstaartkorrels – een visvoer waar ook de waterspitsmuis dol op blijkt te zijn. Op werkdagen maken Aarts en een collega de komende tijd dagelijks om de drie uur een rondje langs de 82 vallen om eventuele aanwezige muizen te kunnen uitzetten in een geschikt leefgebied verderop. In het weekend gaan alle valletjes dicht, zodat gevangen beestjes niet hoeven te lijden, zegt hij. Pas als alle vallen meerdere dagen leeg blijven, gaat men ervan uit dat het gros van de zeldzame beesten gevangen is.
Hoewel het een grote ingreep is, heeft de lokale natuur niet zwaar te lijden, stelt Sjoerd Groenman, coördinerend ecoloog van het project. ‘Er is hier voornamelijk landbouwgrond, vlakbij ligt een snelweg en er zijn hier maar weinig bomen. De biodiversiteit is niet heel groot.’
‘Experts kunnen aardig inschatten of het nieuwe gebied geschikt is’, zegt Bas van Leeuwen, secretaris van brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus, waarvan leden veel van zulk onderzoek verrichten. ‘Het zijn niet alleen ecologen van adviesbureaus die bepalen of deze werkwijze geschikt is. Ook het bevoegd gezag kijkt mee.’
Rond het hoogspanningsstation wordt een brede ring aangelegd met bossages, bomen en nieuwe sloten, waar de voormalige bewoners kunnen leven. Vermoedelijk is er straks zelfs meer natuur dan nu, aldus Groenman. Pluspunt voor menselijke omwonenden (die lang niet allemaal gelukkig zijn met de uitbreiding) is dat de natuurstrook nu al wordt aangelegd, zodat eind 2030, als het station in bedrijf komt, de groene omzoming de installaties goeddeels aan het zicht zal onttrekken, aldus TenneT.
Ecoloog Aarts sluit het valletje dat hij in zijn handen heeft en zet het terug aan de rand van de sloot. Dit weekend zal er niks meer gevangen worden, zegt hij terwijl hij door het zompige weiland richting de bouwkeet loopt. Maandag weer verder.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant