Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) dient het verbod op het amputeren van varkensstaarten (couperen) te handhaven. Stichting Varkens in Nood heeft in een slepende zaak gelijk gekregen van de hoogste bestuursrechter.
is economieverslaggever van de Volkskrant.
Het routinematig couperen van de krulstaarten is al sinds 1991 bij Europese wet verboden. Toch doet een overgrote meerderheid van de Nederlandse varkenshouders het, om te voorkomen dat de dieren in elkaars staart bijten. Het is gedrag dat varkens vertonen bij stress of uit verveling, niet zelden aangewakkerd door de kleine, kale hokken waarin de dieren leven. De staarten van jonge biggen worden zonder verdoving afgeknipt of afgebrand.
Stichting Varkens in Nood voert al jaren actie tegen deze praktijk. In 2023 vroeg zij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), onderdeel van het ministerie van LVVN, op te treden tegen vijf varkenshouders die zich volgens de stichting niet hielden aan het coupeerverbod.
De NVWA wees het zogeheten handhavingsverzoek af: de wet zou te veel ‘open normen’ bevatten. De wet schrijft voor dat couperen alleen is toegestaan onder drie voorwaarden: het dier is nog geen vijf dagen oud, er zijn verwondingen geconstateerd bij andere varkens op het bedrijf én eerder getroffen maatregelen om staartbijten te voorkomen hebben aantoonbaar niet gewerkt. Met name dat laatste is volgens de NVWA moeilijk vast te stellen vanwege het ontbreken van een registratieplicht. Door dit alles kon de toezichthouder een overtreding naar eigen zeggen niet vaststellen.
Varkens in Nood ging tegen de afwijzing in beroep en kreeg dinsdag gelijk van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). In de uitspraak oordeelt de hoogste bestuursrechter dat de huidige wetgeving ‘voldoende handvatten’ biedt om toezicht te houden en overtredingen vast te stellen.
Het CBb geeft staatssecretaris Silvio Erkens (Landbouw, VVD) zes maanden de tijd om te beoordelen of de drie overgebleven varkenshouders (één is inmiddels opgegaan in een fusie, de ander is gestopt) hebben voldaan aan de voorwaarden voordat zij overgingen tot het couperen van de staarten. Zowel het ministerie als de NVWA wil voorlopig nog niet inhoudelijk op de uitspraak reageren en zegt deze te bestuderen.
Directeur Frederieke Schouten van Varkens in Nood is ‘heel blij’ met de uitspraak. ‘De rechter heeft ons gelijk gegeven en het beroep gegrond verklaard. Wij lezen in de uitspraak dat de rechter het met ons eens is, en dat het helder is dat routinematig afbranden van varkensstaarten niet mag.’ Ze wijst er ook op dat de rechter heeft gezegd dat de uitspraak mogelijk van toepassing is op de hele sector.
Met de uitspraak verschuift de bewijslast van toezichthouder naar varkenshouder. Het is volgens de rechter niet aan de NVWA om te bewijzen dat een uitzondering onterecht is, maar aan de boer om aan te tonen dat hij in aanmerking komt voor een uitzonderingspositie. Met andere woorden: degene die varkensstaarten afbrandt, moet zelf bewijzen dat hij dat volgens de regels doet. Kan dat niet, dan is hij in overtreding.
In het Convenant dierwaardige veehouderij heeft de varkenssector met onder andere het ministerie en de Dierenbescherming afgesproken om per 2030 helemaal te stoppen met het couperen van varkensstaarten. De uitspraak van het CBb geldt daarom als ‘extra druk op de ketel’, zegt hoogleraar Bas Rodenburg van de Wageningen University & Research.
Overstappen op varkens met hele staarten gaat echter niet zonder slag of stoot, zegt hij. ‘Je moet de varkens een omgeving bieden die ze genoeg stimuleert’, zegt hij. Daarvoor moeten veel varkenshouderijen overgaan op grotere hokken, iets waar lang niet altijd ruimte voor is. Verder kan het nuttig zijn om de varkens voorwerpen te geven waarop ze kunnen bijten, zoals touwen en jute zakken.
Maar volgens Rodenburg is het voor varkenshouders lang niet altijd mogelijk om de verblijven aan te passen. Boeren die willen uitbreiden, krijgen daarvoor geen vergunning vanwege het stikstofslot. Rodenburg vraagt zich dan ook af of het wel realistisch is om te veronderstellen dat het couperen in 2030 tot het verleden behoort.
De voormalig hoogleraar Dierenwelzijn pleit daarom voor meer begeleiding van welwillende varkenshouders, die er volgens hem overigens steeds meer zijn. Hij trekt de vergelijking met het kappen van de snavels van legkippen, een praktijk die ook jarenlang werd gedoogd. ‘Dat gaat inmiddels ook goed, omdat de sector meer ervaring heeft opgedaan, bijvoorbeeld met omgevingsverrijking. Ik denk dat dit in de varkenssector ook mogelijk is.’
Zo niet, dan leidt het coupeerverbod mogelijk tot meer varkenshouders die vertrekken uit de toch al krimpende sector. Het aantal veehouderijen met varkens is in tien jaar tijd bijna gehalveerd. Veel varkenshouders maakten sinds 2019 gebruik van de subsidieregelingen die als onderdeel van het stikstofbeleid werden opgetuigd. Door de krimpende varkensstapel zag vleesverwerker Vion zich onlangs genoodzaakt om een varkensslachterij in Apeldoorn te verkopen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant