Een experiment om bij dertien weken zwangerschap met een extra echo aangeboren afwijkingen op te sporen wordt per 2028 stopgezet. Minister van Volksgezondheid Sophie Hermans heeft dat besloten omdat de uitslag van de test te vaak niet klopte.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.
Hermans reageert met het besluit op een advies van de Gezondheidsraad. Die schreef vorige maand al dat de proef met de zogeheten 13-wekenecho in de praktijk te veel nadelen kent. De raad adviseerde daarom om de echo in de huidige vorm niet in te voeren als vast onderdeel van de reguliere geboortezorg.
Dat was oorspronkelijk wel het doel van de proef toen die in 2021 begon. Sindsdien namen er honderdduizenden Nederlandse vrouwen aan deel. Zij kregen al na dertien weken zwangerschap een echo in plaats van na de gebruikelijke twintig. Doel was om eerder ernstige afwijkingen zoals een open rug te vinden. Ouders zouden dan meer bedenktijd krijgen over het al dan niet afbreken van de zwangerschap. Dat kan namelijk tot 24 weken.
Maar de test zat er in de praktijk vaak naast, bleek uit de resultaten van het eerste onderzoeksjaar die deze zomer werden gepubliceerd. Bij 1 procent van alle zwangeren zag de echoscopist een afwijking bij het ongeboren kind, maar na vervolgonderzoek bleek dat bij 60 procent van hen sprake was van vals alarm. Aan de andere kant werden veel afwijkingen juist gemist. Bij 0,9 procent van de zwangeren werd er bij de 13-wekenecho niets ontdekt, terwijl er later in de zwangerschap wel een afwijking werd gevonden.
‘Dit betekent dat veel zwangeren en hun eventuele partner ten onrechte ongerust worden gemaakt over hun zwangerschap, terwijl veel anderen juist ten onrechte een gunstige uitslag kregen’, schrijft Hermans maandag in een brief aan de Kamer. Net als de Gezondheidsraad vindt ze daarom dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen. De echo zal daarom vanaf 2028 niet meer ‘in de huidige opzet’ worden aangeboden.
Toch gaat ze daarmee verder dan de Gezondheidsraad haar had geadviseerd. Die sprak ondanks de kritiek namelijk nog geen definitieve ‘nee’ uit tegen de 13-wekenecho. Het oordeel is namelijk gebaseerd op data uit het eerste jaar, waarin echoscopisten nog weinig ervaring hadden met de echo. ‘Die resultaten geven mogelijk geen goed beeld van de huidige situatie’, schreef de raad.
Daarom zou er ‘op basis van recentere gegevens’ moeten worden gekeken of er toch verbeteringen mogelijk zijn. De raad suggereerde onder meer om sommige organen die nog niet voldoende zijn ontwikkeld bij een foetus van dertien weken niet mee te nemen bij het onderzoek. Ook adviseerde de raad te kijken naar aanpassingen in de protocollen van de echoscopisten.
Hermans heeft met dat advies in het achterhoofd overwogen om de proef alsnog in een nieuwe vorm aan te blijven bieden, maar ziet daarvan af. Volgens haar is nog onduidelijk of aanpassingen aan de 13-wekenecho ook daadwerkelijk tot verbeteringen leiden. ‘Dat betekent dat zwangeren mogelijk opnieuw gedurende een lange periode worden blootgesteld aan mogelijke nadelen.’
Toch sluit Hermans het niet uit dat er in de toekomst alsnog een vorm van ‘vroege prenatale screening’ komt. Ze benadrukt dat het kabinet opnieuw om een advies van de Gezondheidsraad over de 13-wekenecho zal vragen als de ‘medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen’ daar aanleiding toe geven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant