De historische schuilbunker van rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart in Wassenaar lijkt in handen te komen van een commerciële vastgoedontwikkelaar. Met een kort geding probeerde een erfgoedorganisatie dat maandag te voorkomen. Maar gooide die niet zijn eigen glazen in?
Jeroen Visser is verslaggever van de Volkskrant.
Op de grens van Den Haag en Wassenaar staat de kolossale schuilbunker te koop die de Oostenrijkse rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart tijdens de Tweede Wereldoorlog liet bouwen. De argeloze passant zou er nooit een bunker in herkennen, eerder een herenboerderij met een relatief kleine bakstenen gevel en een kolossaal schuin dak. Maar niets is hier wat het lijkt.
‘Kijk, dat lijken schoorstenen, maar daar stond het afweergeschut verborgen opgesteld’, zegt Ulbe Spaans, die met zijn vrouw erlangs wandelt op weg naar de met eendenkroos bedekte sloten in het bos verderop. ‘Binnen is het een zee van beton en sluip door, kruip door-gangen.’
Spaans is een van de weinigen die weet hoe de bunker van nazikopstuk Seyss-Inquart er vanbinnen uitziet. Het gebouw, Commandopost Clingendael, was na de oorlog eigendom van Defensie. Wijkbewoners kregen in 2020 de kans een kijkje te nemen. Spaans scrolt door de foto’s op zijn telefoon. ‘Kijk, er hangen nog oude landkaarten aan de wanden, en een schakelbord voor telefonie, met uitgangen voor vredestijd en voor oorlogstijd. Beneden zit een gigantische keuken.’
Dichterbij de bunker komen, dat gaat niet. Er staat een groot hek om het perceel, in afwachting van de verkoop. Die is stilgelegd, omdat een van de kopers naar de rechter is gestapt. Het kort geding dient op deze zonnige herfstdag een paar kilometer verderop in de rechtbank van Den Haag.
Er is al jaren veel politiek rumoer vanwege de verkoop van de ‘nazibunker’, een van de meest prominente voorbeelden van dadererfgoed, oorlogs-erfgoed dat symbool staat voor het naziregime of collaborateurs. De Muur van Mussert in Lunteren, waar NSB-leider Anton Mussert partijbijeenkomsten hield, is een ander voorbeeld. Het verschil is wel dat die altijd in particuliere handen is geweest.
Arthur Seyss-Inquart, die tijdens de bezetting aan het hoofd stond van het burgerlijk bestuur van Nederland, werkte en woonde hier vlakbij op landgoed Clingendael. De noodbunker liet hij bouwen voor hemzelf en zijn staf. Met Hitlers architect Albert Speer ruziede hij nog over de omvang van deze bunker, die in Speers ogen te groot werd.
In 2013 verklaarde Defensie de bunker en een naastgelegen Julianakazerne overtollig. De kazerne werd verkocht aan een ontwikkelaar die er – ‘dure’, zegt Spaans – appartementen bouwde. Een bestemming voor de ‘nazibunker’, sinds 2015 nationaal erfgoed, bleek ingewikkelder. Het Rijk wil ervan af, erfgoedorganisaties pleiten voor een cultuurhistorische bestemming zoals een museum en omwonenden hebben weer eigen zorgen, bijvoorbeeld over bezoekersstromen.
Na een lange aanloop presenteerde het Rijksvastgoedbedrijf met input van de gemeente Wassenaar begin 2025 de voorwaarden voor verkoop. De koper moest de cultuurhistorische waarde respecteren en mocht er geen grootschalige horeca, biljartcentrum, kantorenkolos of winkelcentrum van maken.
Gegadigden mochten een ontwikkelplan presenteren en uit die voorronde werden twee finalisten gekozen, die een bod mochten doen. Het ging om erfgoedorganisatie Boei, een non-profitorganisatie die 250 historische gebouwen in beheer heeft, en de Haagse vastgoedondernemer Jeroen de Wilde.
In de finale liep het fout voor Boei. Het Rijksvastgoedbedrijf zette de organisatie uit de koopprocedure nadat was gebleken dat Boei-directeur Arno Boon vier dagen voor de deadline in contact probeerde te komen met De Wilde om een vorm van samenwerking te bespreken. Daarnaast had Boon een deel van zijn plannen gepresenteerd aan wijkbewoners. Beide acties zouden in strijd zijn met de biedingsregels.
Het Rijksvastgoedbedrijf nam de beslissing tot uitsluiting na onderzoek van een onafhankelijk auditbureau. Boei betwist de beslissing en spande een kort geding aan om de verkoop van de bunker aan ondernemer De Wilde tegen te houden.
In de drukbevolkte rechtszaal van Den Haag draait het maandag vooral om de vraag waarom Boon contact zocht met De Wilde. Aan de onderzoekers van het auditbureau verklaarde Boon dat hij wilde zien of Boei en de ondernemer konden samenwerken. De Wilde zou de bunker kunnen kopen en de stichting de inhoudelijke, cultuurhistorische kant verzorgen. Ook zou hij gezegd hebben dat hij het vervelend vond als een van de partijen moest ‘overbieden’. Tot een concreet voorstel kwam het niet, omdat Boon de ondernemer nooit direct te spreken kreeg. Hij liet een verzoek tot een gesprek achter bij De Wildes architect.
Volgens de advocaat van Boei is de verklaring van Boon het gevolg van ‘speculatieve’ vragen van het auditkantoor en te vaag om te worden beschouwd als afspraak over biedingen. Als de rechter rechtstreeks vraagt aan Boon wat hij precies beoogde, blijft de directeur vaag. ‘Wat je wel ziet in ons veld is dat wij het afleggen tegen marktpartijen en dat daarna samenwerking mogelijk is’, aldus Boon.
Volgens het Rijk is er geen reden aan de verklaring uit het onderzoek te twijfelen. Bovendien, zegt de advocaat, ‘is ook een simpel samenwerkingsverzoek niet toegestaan’.
Pijnlijk voor Boei is dat uit het relaas van de advocaat van het Rijk blijkt dat de erfgoedorganisatie het hoogste bod had uitgebracht én de meest aanvaardbare partij was. Nu gaat de bunker toch vrijwel zeker naar De Wilde, al is er nog geen formele beslissing.
Boei zou het liefst zien dat de procedure wordt overgedaan en ziet zichzelf als beste partij om de bunker een bestemming te geven. ‘Het doel is om het verhaal van de dictatuur, de Jodenvervolging en de noodzaak van een weerbare democratie te vertellen. De ontwikkelaar heeft hier niks mee.’
Volgens de advocaat van het Rijksvastgoedbedrijf gaat het er niet om wie de beste partij is, maar om ‘hoe tijdens de procedure gehandeld is’. De rechter doet 3 november uitspraak.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant