Bij de tentoonstelling Graffiti in het Centraal Museum draait het om de wisselwerking tussen graffiti en de kunstwereld. De Volkskrant sprak met het New Yorkse fenomeen Lady Pink. ‘We waren royalty.’
schrijft voor de Volkskrant over kunst, cultuur en moderne mores.
Een van de eerste mogelijke misverstanden die in de tentoonstelling Graffiti in Utrecht wordt rechtgezet, is dat de jongeren die in de jaren zeventig hun creaties op de metro’s in New York zetten, de eerste kunstenaars waren die spuitverf ontdekten. Betaalbare spuitverfbussen werden al 75 jaar geleden uitgevonden. Het werd direct een favoriet van kunstenaars, zoals van abstract expressionisten uit de jaren vijftig en zestig. Graffitikunst in de publieke ruimte volgde bijna twintig jaar later, met een volkomen eigen karakter, en zou gaandeweg deel gaan uitmaken van de kunstwereld, en daarop ook invloed hebben.
De spuitbus was een kant-en-klaar middel om mee te ‘schilderen’, door op een knop te drukken, met een eigen visuele kwaliteit. Het jubileum is voor het Centraal Museum aanleiding voor een tentoonstelling over de wisselwerking tussen graffiti en de kunstwereld. Dat er altijd een relatie was, is meteen zichtbaar. Dat er, nog altijd, een spanning bestaat tussen de praktijk, de visuele taal en de kwaliteitseisen van beide werelden, wordt ook duidelijk.
Een kunstwerk in een witte museumzaal heeft een ander karakter dan een werk dat ’s nachts onder enorme risico’s door tieners is gemaakt. De uitgangspunten zijn bijna recht tegenovergesteld: bestendigde, institutioneel geaccordeerde cultuur enerzijds, en anderzijds een rebelse claim op de openbare ruimte door jongeren die anders geen stem of macht hebben. Het levert in Utrecht een fascinerende visuele dialoog op, met werk van onder anderen Basquiat en Keith Haring, en zeventig andere kunstenaars.
De 62-jarige Lady Pink (echte naam Sandra Fabara), het eerste vrouwelijke fenomeen in de New Yorkse graffiticultuur en in deze kringen een legende, is beschikbaar voor een interview in het museum, waar ze plaatsneemt met Mickey (Aileen Middel), de eerste vrouw in de Nederlandse graffitigeschiedenis. Maar beschikbaar betekent niet dat ze elke vraag wil beantwoorden, zo blijkt.
Over de andere kunstenaars met werk in de tentoonstelling laat Lady Pink zich niet uit – een indringende blik volstaat. Over haar contemporaine werk zegt ze alleen dat ze onderwerpen en inspiratie ‘overal’ vandaan haalt. ‘Je moet ondernemerschap tonen, en dat kon niet iedereen. Maar ik had een goede achtergrond en houding.’
Een vraag over de invloed van haar vroege jeugd in de Amazone van Ecuador wimpelt ze af: ‘Hoe zou dat mijn kunst moeten beïnvloeden? Ik vertrok naar New York op mijn 7de.’
Haar hedendaagse werk bevat veel plant- en bloemmotieven in dichte composities, en een scherp gevoel voor stedelijke architectuur. Geregeld grijpt ze terug op haar graffititijd met portretten van bevriende schrijvers in hun jonge jaren.
Op haar 15de begon ze met graffiti, vertelt ze, en ze schetst een wereld waarin kwetsbaar zijn geen optie is. ‘Ik was het enige meisje tussen tienduizend jongens. Je moest hard studeren op stijlen, technieken en fonts. De jongens waren ongemakkelijk, want ik was een latina met make-up, lange nagels, enzovoort. Maar als we ’s nachts op pad gingen, zag ik eruit als een jongen. Voor de veiligheid, want niemand beschermt je in de nacht in de slechtste buurten van New York.’
In 1981 benaderde filmmaker Charlie Ahearn de groep voor een film waarin ze min of meer zichzelf zouden spelen. ‘We namen het totaal niet serieus, hij was gewoon een witte man met geld’, zegt ze over Ahearn, die nog steeds een dierbare vriend is. ‘Ik had geen idee wat een iconische status de film zou krijgen.’ Wild Style werd een instant hit, die heel veel invloed had op jongeren wereldwijd.
Het lanceerde de piepjonge Lady Pink naar een sterrenstatus. Ze exposeerde naast Jean-Michel Basquiat en maakte werk samen met conceptueel kunstenaar Jenny Holzer. In Utrecht is daarvan een groot schilderij te zien: You Are Trapped on The Earth So You Will Explode (1983-84), met Holzers tekst over stedelijk geweld en sociale druk geschreven over een nachtelijk straatgezicht van Lady Pink. Een mooie vroege samensmelting van straatkunst en beeldende kunst.
Hoewel schrijversnamen de eigen identiteit juist kunnen verbergen, verraadt de naam Lady Pink haar gender meteen. Was dat de bedoeling? Ze kreeg de naam van de crew, zegt ze: ‘Ze dachten dat ze met een meisje erbij beroemd zouden worden.’ Tegelijkertijd was ze een risico: ‘Jongens wilden niet afgeremd worden door een meisje. Ze konden zich niet veroorloven dat ze door mij werden opgepakt, dus ik moest snel en goed zijn, als een jongen.’
Het voorvoegsel ‘lady’ koos ze zelf. Omdat ze veel Europese romans las, en ‘omdat we royalty waren. Op school waren we koninklijk, ik hoefde maar met mijn vingers te knippen of er kwam een stoel, of iemand gaf me zijn eten. Er was een enorme hiërarchie in graffiti.’
Mickey en Lady Pink kennen elkaar sinds 1992 van een tentoonstelling in Groningen. Ze hebben wel iets van een sisterhood, als pioniers, ‘maar geen vast netwerk’. Mickey: ‘We vormden een counterculture, en dat is nog steeds nodig. Ik zie het patriarchale denken opnieuw op stoom komen, als een zware locomotief.’ Lady Pink knikt instemmend.
‘Elke keer als vrouwen weer een beetje ruimte innemen komt er, hup, weer zo’n manosfeer en worden we teruggebombardeerd’, zegt Mickey. ‘De Dolle Mina’s vormen tegenwicht, punk vormde tegenwicht, en graffiti doet dat ook. Hoewel overal beveiligingscamera’s staan, zie je nog steeds jongeren die het gewoon doen.’
Graffiti, Centraal Museum, Utrecht, t/m 29/3.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant