Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) wil nieuwe afspraken maken om de hoge dieselprijs te dempen. Landen die lid zijn van het IEA moeten kijken hoeveel zij nog uit hun strategische voorraden kunnen vrijgeven.
is economieredacteur. Hij schrijft onder meer over de energietransitie.
Dat heeft het hoofd van het IEA, Fatih Birol, zondag in een verklaring laten weten. Hij wil dat de 32 landen die lid zijn van zijn organisatie donderdag in Parijs duidelijk maken wat zij gaan doen om de druk op de dieselmarkt te verlichten.
Daarbij maant hij landen die nog niet alle in maart toegezegde voorraden hebben vrijgegeven, om dat nu zo snel mogelijk te doen. Ook wil hij dat ze nagaan over hoeveel diesel zij nog beschikken om aanvullend de komende tijd op de markt te brengen.
Birols oproep komt na een weekend waarin de geopolitieke spanningen rond de hoge dieselprijs verder opliepen. In aanloop naar de midtermverkiezingen doet de Amerikaanse president Donald Trump er alles aan om de rekening die zijn kiezers aan de pomp betalen te drukken. Het bracht hem er dit weekend zelfs toe de Amerikaanse importban voor Russische diesel op te heffen.
In maart dit jaar, kort nadat Iran de Straat van Hormuz blokkeerde, besloot het IEA al tot een aanzienlijke actie om oliereserves op de markt te brengen. Daarmee gingen met name de VS en Japan voortvarend van start. Maar de meeste Europese landen bleven aanvankelijk terughoudend met het op de markt brengen van hun voorraden.
Ook de Nederlandse regering nam de tijd voordat zij de voorraden in de verkoop gooide. ‘Maar de laatste maanden is daar verandering in gekomen’, zegt een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Van de ruim 5 miljoen vaten die Nederland zou vrijgeven, is volgens het ministerie inmiddels 83 procent op de markt gebracht.
Een aantal andere Europese landen, zoals Frankrijk en Duitsland, heeft nog lang niet de beloofde hoeveelheden vrijgegeven. Zij worden nu door Birol aangespoord om dat alsnog snel te doen. Daarbij gaat het vooral om diesel, want een groter probleem dan het gebrek aan olie is het gebrek aan raffinaderijen waar ruwe olie verwerkt kan worden tot de belangrijke brandstof voor zwaar materieel.
Voor de IEA-landen is het een ingewikkelde afweging. Het verkopen van voorraden is bij de huidige prijzen lucratief en het kan de wereldwijde prijs van diesel iets dempen. Tegelijkertijd is er geen zicht op dat de oliemarkt, en dan met name diesel, binnen afzienbare termijn herstelt.
De crisis in de Perzische Golf houdt aan en pijpleidingen en raffinaderijen in het Midden-Oosten en in Rusland lopen veel schade op door bombardementen. En eenmaal verkochte voorraden kun je niet meer inzetten als de situatie nog nijpender wordt. Hoeveel diesel de IEA-landen überhaupt in voorraad hebben, is geen publieke informatie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant