Graslanden in Friesland en in de Alblasserwaard worden geteisterd door een ‘zeer ernstige’ veldmuizenplaag. Wetenschappers staan voor raadsels over het ontstaan ervan.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Volgens Gerbert Roerink, onderzoeker aan Wageningen University & Research (WUR), gaat het om ‘minstens tienduizenden veldmuizen per hectare’. ‘Als je nu in de getroffen gebieden loopt, zie je overal om je heen gaatjes in de grond. Het grasland is totaal geperforeerd.’ Veldmuizenplagen zijn in Friesland een terugkerend verschijnsel. De Alblasserwaard is nieuw terrein voor de veldmuis.
De huidige plaag bezorgt melkveehouders schade: niet alleen wordt hun gras opgevreten, ook moeten zij mogelijk opnieuw ploegen en inzaaien. Om de plaag te beheersen, zetten velen hun land tijdelijk onder water, zodat de muizen verdrinken. ‘Dat werkt niet preventief, maar wel curatief’, zegt Roerink. Oftewel: ‘Je houdt de plaag er een beetje mee in de hand, maar zodra het water weg is, komen er weer muizen terug en blijft het dweilen met de kraan open.’ De muizenpopulatie groeit nog steeds, volgens Roerink. De regen van afgelopen week heeft daarop geen invloed gehad.
De enige echte remedie tegen het fenomeen is volgens hem een andere manier van landbouw bedrijven. ‘Akkerbouw in plaats van melkveehouderij. Maar dat kan nauwelijks op de veenweidegronden waar de muizen gedijen.’ De enige andere optie, volgens Roerink: ‘Ermee leren leven. Je kunt er paniekerig over doen, maar dat heeft geen enkele zin.’
Veldmuizenplagen zijn geen zeldzaamheid: ze doen zich gemiddeld elke drie tot vijf jaar voor en volgen de natuurlijke biologische cyclus van de diersoort. De overlevingsstrategie van het knaagdier is gebaseerd op enorme geboortepieken in voorjaar en zomer, waarna bij strengere winters de populatie drastisch kan instorten. Grotere plagen deden zich onder meer voor in 2014 en 2019, en in mindere mate in 2023.
Roofvogels en andere predatoren profiteren ervan (vaak volgt op een muizenplaag ook een opleving in de stand van uilensoorten), maar zij vangen nooit genoeg muizen om de populatie wezenlijk aan te tasten.
De regelmatige plagen stellen wetenschappers voor raadsels. Zo is onbekend waarom het fenomeen in de jaren vijftig ophield te bestaan, evenals waarom het sinds 2004 weer terugkeerde. ‘Mijn hypothese is dat het te maken heeft met bemesting. In de jaren zestig was het mestoverschot, en waren daarmee de hoeveelheden stikstof en fosfaat, veel groter dan nu. Wellicht dat de bodem toen zo overbemest was dat muizen daar niet tegen konden. Maar dat is een onbewezen stelling.’
Een vroeg en droog voorjaar creëert ideale omstandigheden voor de veldmuis, die houdt van droge pootjes. Met de droogte van de afgelopen jaren lijkt klimaatverandering een verklaring voor meer en grotere plagen, maar dat is volgens Roerink niet zo. ‘Tijdens de plagen in de jaren vijftig speelde klimaat geen rol; er waren toen zelfs strengere winters dan nu. De hogere temperaturen van nu helpen wel iets, en ook duren de warmere en drogere periodes langer, maar dat is niet de grote motor achter de plagen. In de jaren tachtig en negentig was klimaatverandering ook al gaande, maar toen waren er geen plagen.’
Roerink stelt dat er een andere reden moet zijn geweest voor het uitblijven van plagen toen, een factor die later weer verdwenen is. ‘Mogelijk dat de ontwatering van boerenland meespeelt, net als de grassoort: Engels raaigras is heel eiwitrijk en dus voedzaam gras. Maar het ontstaan van plagen blijft grotendeels een mysterie.’
Ook is nog onbekend aan welke ziekten de muizen na piekseizoenen ’s winters massaal bezwijken. Roerink: ‘Er is maar weinig expertise in Nederland over veldmuizenplagen. Dat heeft te maken met het onregelmatige patroon: nu is een plaag in de media, maar de jaren erna niet meer. Zo lijkt het net alsof het probleem niet bestaat, maar ik zou zeggen: meer onderzoek is nodig.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant