Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Template::$compiled is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_template.php on line 612
De niet zo Vlaamse gaai en 99 keer drie deuren: leestips voor de herfstvakantie van de wetenschapsredactie

Home


Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Extension_Handler::$_updateScope is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_extension_handler.php on line 111

De niet zo Vlaamse gaai en 99 keer drie deuren: leestips voor de herfstvakantie van de wetenschapsredactie

Wist u dat je het beroemde driedeurenprobleem uit de wiskunde 99 keer kunt opschrijven zonder dat het saai wordt? En dat de Vlaamse gaai al lang niet meer ‘Vlaams’ mag heten? Vijf opmerkelijke inzichten uit onlangs verschenen wetenschapsboeken.

1.
‘AI is als seks voor tieners’

Het is een prikkelende stelling die Max Louwerse (hoogleraar cognitieve psychologie & AI aan de Universiteit van Tilburg) aan het begin van zijn boek AI poneert: AI is als seks voor tieners. ‘Iedereen heeft het erover, weet dat hij of zij er vroeg of laat zelf aan zal doen. Iedereen denkt dat alle anderen het doen.’ Maar vooral ook: weinig mensen weten wat het echt inhoudt.

In ruim 160 pagina’s doet Louwerse een poging deze hiaat te dichten. Zijn handzame boekje is onderdeel van de serie Elementaire Deeltjes, waarvan het uitgangspunt is dat ingewikkelde onderwerpen beknopt worden belicht. Daar slaagt de hoogleraar prima in door alle (nou vooruit: de belangrijkste) basisbegrippen uit de wereld van AI simpel, nuchter en helder uit te leggen.

Dat daarbij toch met enige regelmaat vakjargon doorsijpelt (‘parallel gedistribueerde systemen’, ‘distributionelesemantiekmodellen’) is hem vergeven. Louwerse is minder uitgesproken dan bijvoorbeeld Ilyaz Nasrullah, die in zijn recente boek Dit is AI een voor een de mythes afbreekt die volgens hem aan AI kleven.

Louwerse benadrukt vooral hoe de modellen werken. Het sterkst is hij als hij de lezer uit het conceptuele moeras helpt rondom begrippen als ‘intelligentie’. ‘Het lijkt erop dat we opzettelijk andere normen aanhouden voor artificiële intelligentie dan voor menselijke intelligentie’, schrijft hij.

Een andere nuttige observatie: ‘Steeds als we een intelligente taak bedenken die computers aankunnen, beschouwen we dat niet als een bewijs dat AI intelligent is. In plaats daarvan staan we direct klaar om het bewijs terzijde te schuiven door een andere taak te verzinnen die AI niet aankan.’ (Laurens Verhagen)

Max Louwerse: Elementaire Deeltjes: AI. Atheneum; 162 pagina’s; € 15.

2.
De meest angstaanjagende biologische wapens uit de Sovjettijd liggen nog altijd ergens in een kluis

Het is een ijzingwekkende, onstopbare ziekte, die de wereld op zijn knieën brengt in Biologische Oorlog.

‘Toen we voor het eerst hoorden dat Sovjetwetenschappers het gen voor endorfine (ten behoeve van euforie) in de pest integreerden, waren we ontzet. Het is een afschuwelijke gedachte dat ze doelbewust de Y. pestis-bacterie modificeerden (...), om ervoor te zorgen dat mensen eropuit willen gaan en anderen willen opzoeken’, zegt Henry Heine, voormalig bacterioloog bij de Amerikaanse landmacht. ‘Een wapen dat is ontworpen voor een kill rate van 100 procent.’

Door de opgewekte euforie gaan besmette mensen eropuit en steken razendsnel anderen aan. De pandemie bereikt op die manier al rap de gehele wereld. Het eindresultaat is vele miljarden doden en de totale instorting van de beschaving.

Het fictieve scenario dat journalist Annie Jacobsen in haar boek ontvouwt, is niet zomaar een verhaaltje. Het is gebaseerd op gesprekken met presidentieel adviseurs, militairen, defensie-experts, microbiologen, epidemiologen, diplomaten, CIA-officieren en vele andere kenners van de materie. Van het resultaat van al die samengebalde kennis slaapt de lezer gegarandeerd nachtenlang slecht.

En dan zit in het genoom nog een kwaadaardige tweede list verwerkt, ook gebaseerd op daadwerkelijke ontwerpen van de Sovjets. De makers gaven de pestbacterie namelijk genen mee die coderen voor eiwitten van het Venezolaanse paardenencefalitisvirus, dat ‘met angstwekkende snelheid het centrale zenuwstelsel aanvalt’, verlamming veroorzaakt en dodelijk is.

Zodra iemand met pest een dokter bezoekt en antibiotica krijgt, komt het virus vrij, zwellen de hersenen op en overlijdt de patiënt op pijnlijke wijze.

Ook anno nu is de wereld tegen zo’n wapen niet opgewassen, beschrijft Jacobsen. En het engste? De niet-fictieve varianten van dit soort experimentele biologische wapens liggen ook nu nog altijd ergens in een Siberische kluis. (George van Hal)

Annie Jacobsen: Biologische oorlog. Prometheus; 456 pagina’s; € 27,50.

3.
De Vlaamse gaai krijgt z’n identiteit terug

Je kunt ze deze maanden weer horen schreeuwen door bos en park: de Vlaamse gaai, die lichtbruinige vogel met felblauwe veertjes op de vleugels. Ergens rond 1990 raakte hij uitgestorven. Niet in de natuur, maar in het taalgebied, want toen bepaalde de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna (CSNA) dat de vogel niet langer ‘Vlaams’ mocht heten. Hij komt immers niet uit Vlaanderen. Gaai moest het worden, ook al hielden weinigen zich daaraan.

Het was ook een misverstand, betoogt Piet J. van den Hout in zijn volgende week te verschijnen monografie over de vogel – ostentatief De Vlaamse gaai gedoopt. ‘De gaai bestaat niet’, betoogt hij in zijn boek, het dertigste deel van de monografieënreeks van Atlas Contact.

Niet alleen leven er wereldwijd zo’n 45 soorten, ‘onze’ Vlaamse gaai komt in vrijwel heel Europa en tot ver in Azië voor. De soortnaam ‘gaai’ is gebrekkig, vindt Van den Hout. ‘‘Gaai’ is immers geen soortnaam maar een familienaam, net als ‘meeuw’ voor de meeuwenfamilie, ‘kraai’ voor de kraaienfamilie en ‘lijster’ voor de lijsterfamilie.’

De toevoeging ‘Vlaamse’ duidt volgens hem waarschijnlijk niet op een Vlaamse herkomst, maar op ‘het flamboyante verenkleed van de vogel’. ‘Vlaamse’ zou dan een verbastering zijn van het Franse ‘flamant’, dat ‘vlammend’ betekent. Dat zou verwijzen naar de roodbruine kleur van het verenkleed, schrijft Van den Hout. Met ‘Vlaams’ werd in vroegere tijden bont en kleurrijk bedoeld, precies zoals het verenkleed van de gaai.

Allemaal argumenten ‘om de Vlaamse gaai als soort zijn ware identiteit terug te geven’. Licht verwarrend is het wel, wanneer Van den Hout in zijn boek spreekt van een soortgenoot in Azië: een ‘Japanse Vlaamse gaai’.

Intussen dreigt de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna (die ook onder meer de winterkoning, paap en baardman kortwiekte door ze van hun verkleinvormen te beroven) zelf uit te sterven. Het college houdt per 1 januari 2027 op te bestaan. (Jean-Pierre Geelen)

Piet J. van den Hout: De Vlaamse gaai. Atlas Contact; 264 pagina’s; € 27,99. Verschijnt op 22 oktober.

4.
Verdrink niet in je doodsangst, want dan zie je het leven niet meer

Als kind kon Milou Verbeke zichzelf verliezen in het idee dat alles wat er in haar leven was op een dag zou ophouden te bestaan. Waaruit bestond die doodsangst precies, hoe kon ze daarmee leren omgaan?

Het antwoord op die vragen zocht ze bij experts: bij psychiaters, schrijvers, een terminaal zieke vrouw, een moeder die een kind verloor, een forensisch arts die in zijn carrière meer dan drieduizend schouwen uitvoerde, maar de dood nooit mee naar huis nam. En natuurlijk bij filosoof Bert Keizer, de man die zo prachtig kan vertellen (en schrijven) over onze sterfelijkheid.

Clichés liggen op de loer: weer dat lijstje met zaken waarvan mensen op hun sterfbed spijt hebben (te hard gewerkt). Het boek wordt opgetild door de vele bijzondere gesprekken. De forensisch arts vertelt dat hij lange tijd bang was voor de dood, kanker kreeg en toen zijn doodsangst met zijn arts besprak. Die keek hem aan en zei: ‘We gaan je helpen. Er kunnen twee dingen gebeuren: of je gaat dood, of het gaat goed.’ Vanaf dat moment was hij nooit meer bang geweest.

Je kunt er natuurlijk geen kant mee op, met de dood. In de woorden van journalist en schrijver Milou Deelen: ‘Het is een rotconcept. Je bouwt een leven op, je gaat van mensen houden en dan weet je: het houdt op. Je weet niet wanneer en ook niet hoe.’ Een handleiding is er niet, de dood en daarmee ook het leven is een grote oefening in het loslaten van controle, concludeert de auteur.

Dit advies is eigenlijk nog het beste: leef alsof elke dag de laatste kan zijn, maar hou er wel rekening mee dat je meestal de volgende dag weer gewoon wakker wordt. (Ellen de Visser)

Milou Verbeke: Is er ook een handleiding? A.W. Bruna; 240 pagina’s; € 22,99.

5.
Je kunt het beroemde driedeurenprobleem uit de wiskunde gerust 99 keer opschrijven zonder dat het saai wordt

‘Het driedeurenprobleem heeft in bepaalde kringen een cultstatus, maar is wiskundig gezien het equivalent van een comedian die grappen over zijn vriendin maakt: nogal uitgekauwd’, aldus het gedurfde begin van een boek dat diezelfde uitgekauwde grap vervolgens 99 keer herhaalt.

In het driedeurenprobleem doe je mee aan een spelshow met als hoofdprijs een auto. De presentator toont drie deuren, achter een staat de auto, achter de andere twee een geit. Je kiest een deur. Daarna opent de presentator een van de twee deuren: daarachter zit een geit. En nu komt het, let op: hij vraagt of jij, beste kandidaat, nu nog van deur wilt wisselen.

Het juiste antwoord is ‘ja’, leert de statistiek: je verhoogt daarmee de kans dat je de deur met de auto kiest. (Wie twijfelt: lees het boek. Na 99 keer valt zeker het kwartje.)

Wat Ionica Smeets en Jan Beuving vervolgens doen, is tamelijk briljant, al lenen ze het concept bij Raymond Queneau’s Excercices de style, zo geven ze zelf toe: eindeloos herhalen.

De ene keer als detectiveverhaal, dan weer met alleen de letter ‘e’ als gebruikte klinker, of juist zónder de ‘e’. Je treft het driedeurenprobleem in de stijl van Drs. P, als shakespeareaans sonnet, als zwartgelakt WOO-verzoek, als Volkskrant-column van Ionica Smeets, en als eentje van Sylvia Witteman. Je leest het in een variant waarin de geit juist de hoofdprijs is, en vanuit het perspectief van de schoonmaker die de kamers achter de deuren moet ontdoen van geitenpoep. En het knappe? Ook na 99 variaties gaat dat nog steeds niet vervelen. (George van Hal)

Jan Beuving & Ionica Smeets: De auto, de geit en de wiskunde. Nieuwezijds. 269 pagina’s; € 21,99.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next