Zolang Silicon Valley en Poetins nerds de ‘informatievoorziening’ bepalen op de belangrijkste plek waar mensen tegenwoordig hun kennis vandaan halen, zijn verkiezingen vooral wedstrijden wie erin slaagt de meeste kiezers op te lichten.
Hoe vaker iets wordt gezegd dat voorbijgaat aan wat er echt aan de hand is, hoe ergerlijker het wordt. Een van de vervelendste zinnetjes van deze tijd luidt: ‘De middenpartijen hebben geen verhaal.’
Telkens als ergens in West-Europa een extreemrechtse partij een recordzege behaalt, kun je het weer horen. Allerlei opiniemakers, columnisten, spindoctors, partijstrategen en andere snelle-analyseproducenten zeggen dan: extreemrechts slaagt erin mensen met ‘een verhaal’ mee te nemen, gematigde partijen hebben van ‘een verhaal’ geen werk gemaakt.
Met twee monsterzeges van de AfD in Duitse deelstaten was september een piekmaand voor de ‘geen verhaal’-these. Vooral over de CDU en bondskanselier Friedrich Merz hoorde je dat die ‘geen verhaal hebben’. In deze krant zei een hoogleraar politicologie: ‘De CDU kan niet uitleggen wat de christendemocratie in de 21ste eeuw betekent en hoe zij Duitsland over twintig jaar ziet.’
Zou die serieus geloven dat een goede uitleg over christendemocratie in de 21ste eeuw de AfD van die monsterzeges had afgehouden?
Over de auteur
Olaf Tempelman is redacteur van de Volkskrant.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Wie Merz naar aanleiding van de AfD-opmars hoorde spreken, kon zomaar denken dat hij best een goed ‘verhaal’ heeft. Hij zei bijvoorbeeld dat het gevaarlijk is democratische instituten te minachten en autoritarisme te verheerlijken en dat achter de term ‘remigratie’ een roep om etnische zuiveringen schuilgaat.
Dit ‘verhaal’ zal de opmars van de AfD niet stuiten. Voor AfD-kiezers en aanstaande AfD-kiezers is Merz tegenwoordig immers vooral een figuur in montages op sociale media. Daaruit leren ze dat hij de Duitse identiteit wil uitwissen en wordt betaald om migrantenstromen binnen te loodsen en meer fictieve verhalen die algoritmen van Silicon Valley omhoogstuwen en waaraan Poetins trollenfabrieken graag een bijdrage leveren.
Een Volkskrant-lezer citeerde in een reactie op de ‘geen verhaal’-these uit een voordracht van Karel van het Reve uit 1983 over de kwetsbaarheid van democratie: ‘Waarom zijn mensen telkens weer geneigd democratie overboord te gooien en hun lot in handen te geven van allerlei halsafsnijders?’ Van het Reve wist dat dit komt door een bepaald type ‘verhaal’: ‘Die halsafsnijders beloven het blauwe van de hemel en dat is iets wat Lubbers en Den Uyl nu eenmaal niet kunnen.’
Nederlandse premiers als Joop den Uyl en Ruud Lubbers waren achteraf gezien wel bevoorrecht, omdat er in hun tijd (de jaren zeventig en tachtig) een zekere consensus bestond over wat je in je ‘verhaal’ voor kiezers ‘echt niet kunt maken’. Het serveren van pure feitelijke onjuistheden was destijds nog taboe, het aanwijzen van bevolkingsgroepen die verhinderen dat ‘het blauwe van de hemel’ verschijnt ook.
Tegenwoordig is dat wel anders. De digitale revolutie gaat zo snel, de macht van techbedrijven is zo groot, hun voorkeur voor algoritmen die mensen aan schermen gekluisterd houden zo sterk en de mogelijkheden voor Russische trollen om op sociale media fictie te verspreiden zo royaal, dat er weinig over is van ‘wat je echt niet kunt maken’. Wie tien jaar geleden had voorspeld dat veel socialemediagebruikers in 2026 dagelijks zouden worden ‘geïnformeerd’ over Hitlers ‘goede punten’, was voor gek versleten.
Zonder minimale consensus over ‘wat je echt niet kunt maken’ verworden verkiezingen tot wedstrijden wie erin slaagt de meeste kiezers op te lichten. Er zijn mensen die betogen dat de term ‘kiezersbedrog’ van alle tijden is en dat je nu eenmaal altijd mensen hebt die zich makkelijk laten oplichten. Extreemrechtse partijen als het toenmalige Vlaams Blok en de FPÖ waren in de jaren negentig al succesvol. Vader Le Pen kwalificeerde zich in 2002 al voor de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen.
Maar laten we even kijken naar de percentages: Le Pen senior haalde in 2002 in de eerste ronde 17 procent en de tweede 18 procent. Zijn dochter krijgt in polls voor de presidentsverkiezingen van 2027 in de eerste ronde soms wel 37 procent, andere extreemrechtse kandidaten zijn samen goed voor 5 à 10 procent.
De 20 à 30 procent kiezers die erbij zijn gekomen, zijn de mensen die worden opgelicht via openingen die de digitale revolutie biedt.
De Volkskrant-lezer die Karel van het Reve citeerde, stelde de vraag: ‘Hoe kunnen politieke middenpartijen een verhaal verzinnen dat duidelijk maakt dat zij niet ‘het blauwe van de lucht’ beloven, maar uitlegt waarom je wel op ze moet stemmen?’
Het antwoord is dat zo’n ‘verhaal’ zich niet laat verzinnen door mensen met een besef ‘van wat je echt niet kunt maken’. Tegen ‘een verhaal’ waarin helder wordt benoemd welke bevolkingsgroepen onze misère veroorzaken, waarin vergaand wordt ingespeeld op de emotie nationale trots en waarin echte Duitsers, Fransen en Nederlanders ook nog eens veel geld tegoed hebben, legt elk alternatief verhaal het af. Althans: zolang Silicon Valley en Poetins nerds de ‘informatievoorziening’ bepalen op de belangrijkste plek waar mensen tegenwoordig hun informatie vandaan halen.
De ene mens is gemakkelijker op te lichten dan de ander, maar het aantal mensen dat in Nederland werd opgelicht bij de aankoop van tweedehandsauto’s nam drastisch af toen die markt vanaf de jaren tachtig werd gereguleerd. Op kiezersmarkten is regulering gestaag weggeslagen. Noem de digitale revolutie gerust een storm die inbeukt op dijken van afspraken over ‘wat je echt niet kunt maken’.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant