Bij hondenliefhebbers is het bekend: grotere rassen leven minder lang dan kleinere. Dat komt doordat in een groter hondenlichaam DNA-schade sneller ophoopt, ontdekten Amerikaanse celbiologen. Diepe oorzaak: de fok heeft ze opgezadeld met meer celdeling dan ze aankunnen.
Waar piepkleine chihuahua’s vaak de 15 jaar passeren, leven de meeste Deense dogs – reusachtige honden van ruim 70 kilo – niet langer dan acht jaar. Hoe groter een hond, des te korter hij leeft, wat precies het omgekeerde is van wat je normaal ziet bij zoogdieren. Grotere zoogdiersoorten leven over het algemeen namelijk langer dan kleinere soorten.
Bij grotere honden takelt het lichaam echter sneller af, en onderzoekers van de Universiteit van Arizona denken nu te weten waarom. Doordat grotere honden harder moeten groeien tot hun volwassen lichaamsgrootte, delen hun cellen vaker, en daarbij loopt hun DNA meer schade op.
Grootste boosdoener blijken de zogeheten ‘transposonen’, ofwel ‘springende genen’: stukjes DNA die los kunnen komen en gaan rondzwerven door de celkern. In het gunstigste geval zijn die nutteloos, maar ze kunnen ook schade aanrichten als ze zich nestelen op plekken waar ze niet horen. De springende genen kunnen er dan voor zorgen dat cruciale functies van de cel minder goed werken en er zelfs kanker kan ontstaan.
Meestal zijn de lastpakken netjes onderdrukt, maar met de tijd laat de beveiliging ze steeds vaker per ongeluk ontsnappen. Bij grotere hondenrassen blijkt dat 31 procent sneller te gaan dan bij kleine, schrijven de onderzoekers in wetenschappelijk tijdschrift Science. Met als gevolg: meer springende genen, en meer schade in het DNA.
Wat het team ook ontrafelde: waarom mannetjes binnen hetzelfde hondenras sneller verouderen dan vrouwtjes. Veel DNA-veroudering hangt samen met het vrouwelijke geslachtschromosoom, waarvan vrouwtjeshonden er twee hebben. Dat geeft vrouwtjeshonden een buffer: als er iets misgaat op het ene vrouwelijke chromosoom, kan het vrouwtjeslichaam altijd terugvallen op het andere. Mannetjes hebben zo’n backup niet.
Een ‘heel gedegen’ studie, constateert Jan Hoeijmakers, emeritus hoogleraar moleculaire genetica aan het Erasmus MC. ‘Je ziet dat mensen die extreem oud worden ook vaak kleiner zijn en meestal vrouw, omdat bij hun minder DNA-schade ontstaat’, merkt hij op. Hoeijmakers ziet de springende genen dan ook als een ‘algemene peiler voor de veroudering’.
Hoogleraar biomedische wetenschappen Bas Heijmans (LUMC) wijst erop dat het snellere verval van grote honden in feite een gevolg is van het doorfokken van honden door de mens. ‘Fokkers selecteren op grootte. Dan krijg je een grote hond die de voortdurende schade aan al zijn cellen niet goed meer kan repareren en dus korter leeft.’
Zoogdieren die door natuurlijke evolutie heel geleidelijk grotere afmetingen hebben gekregen hebben het mankement daarom niet. ‘Grote zoogdieren zoals olifanten leven veel langer, omdat er ook effectieve herstelsystemen in hun cellen mee zijn geëvolueerd.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant