In Saoedi-Arabië gaat geen dag voorbij zonder aanvallen van de Houthi’s uit Jemen. Kroonprins Mohammed bin Salman verzamelt zijn bondgenoten en toont zich klaar voor een oorlog. Dat klinkt imposant, maar zo goed staat het koninkrijk er niet voor.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Voor Saoedi-Arabië was het de week van de omwenteling. Tot voor kort gaf het koninkrijk geen enkele ruchtbaarheid aan de bombardementen die het uitvoerde op de Houthi’s in Jemen. Geen persverklaringen, geen commentaar, niets. Nadat Pakistan en Turkije maandag publiekelijk hun steun hadden uitgesproken aan het Saoedische leger, draaide dat beleid echter 180 graden. De buitenwereld mag het nu weten: Saoedi-Arabië is in oorlog.
Voor gewone Saoediërs gaat er momenteel geen dag voorbij zonder aanvallen door de zuidelijke Houthi-buren. Op maandag: drie gewonden bij raketten dan wel drones richting twee vliegvelden, gevolgd door salvo’s op dinsdag en woensdag. Donderdag: een voltreffer op een vliegtuig in Riyad, met drie doden tot gevolg. Zaterdag werd het vliegveld opnieuw getroffen en vielen twaalf doden. Luchtvaartmaatschappijen zoals Lufthansa hebben hun vluchten voor minstens een week stopgezet.
Voor de 41-jarige Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman is de maat vol. Hij ontbood delegaties van Turkije en Pakistan voor spoedoverleg, gebruikmakend van het zogeheten Mekka-pact dat afgelopen zomer werd gesmeed. De symbolische waarde is groot. Twee moslimlanden met samen 320 miljoen inwoners die zich aan Saoedische zijde scharen en zich committeren aan een Navo-achtige belofte: een aanval op één is een aanval op alle drie.
Daar bleef het niet bij. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk stuurden militaire en logistieke steun. De Amerikanen zijn met zo’n tweehonderd adviseurs op Saoedische bodem aanwezig en helpen bij het selecteren van doelwitten. Een vete met de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), het kleine buurland, werd bijgelegd om ook hen aan boord te krijgen. Zelfs het armlastige Syrië is volgens persbureau Reuters gevraagd troepen te leveren.
Alles bij elkaar klinkt het imposant. Klínkt. Want wat kan de coalitie in de praktijk uitrichten tegen de taaie Houthi’s, sinds twaalf jaar aan de macht in de Jemenitische hoofdstad Sana’a en gelouterd na eerdere bommencampagnes door de VS, Israël en Saoedi-Arabië?
Het verjagen van de groepering is vaak geopperd, maar geldt – voorlopig althans – als een onhaalbare kaart. De Houthi’s staan er sterker voor dan tijdens eerdere oorlogsrondes en kunnen in toenemende mate hun eigen wapens produceren. Het door hen gecontroleerde noorden, de hoofdstad incluis, ligt in bergachtig gebied, waar buitenlandse troepen altijd in het nadeel zullen zijn.
Zo’n invasie is ook niet de ambitie van het Mekka-pact, dat defensief van aard is. Turkije stuurt waarschijnlijk antiraketsystemen en dronetechnologie. Pakistan stuurt behalve straaljagers ook grondtroepen. Toch ligt het niet voor de hand dat zij naar het front worden gestuurd.
Dat zou ronduit contraproductief zijn, zegt analist Osama al-Rawhani, verbonden aan de onafhankelijke denktank Sana’a Center. ‘Met buitenlandse troepen speel je de Houthi’s in de kaart. Dan kunnen ze zich opwerpen als de nobele verdedigers van Jemens grondgebied, en winnen ze intern aan legitimiteit.’
Sowieso draait het Mekka-pact om meer dan alleen Jemen. De alliantie kwam tot stand nadat Saoedi-Arabië eerder dit jaar, na het uitbreken van de oorlog tussen Iran en de VS, kwetsbaar was gebleken. Het werd bestookt vanuit het oosten (Iran), het noorden (aan Teheran gelieerde Irakese milities) en het zuiden (de Houthi’s).
De Amerikanen, op wie Saoedi-Arabië sinds decennia leunt, oogden onmachtig en deden weinig terug. Logisch dus dat Bin Salman elders ging shoppen voor zijn veiligheid.
De enigen die de Houthi’s op de grond bestrijden, zijn de Jemenitische troepen van de internationaal erkende regering. Hun wapens en salarissen krijgen ze van Saoedi-Arabië. Maar anders dan je op basis van hun ronkende aankondigingen (‘We rukken op naar Sana’a’) zou denken, zijn hun militaire successen beperkt.
Sterker: Taiz, qua bevolkingsaantal de op één na grootste stad, is volledig omsingeld door de Houthi’s en dreigt in hun handen te vallen. Voedsel, brandstof en kookgas komen de stad nauwelijks binnen.
Het kan een uitputtingsslag worden, denkt analist al-Rawhani, met rampzalige gevolgen voor gewone Jemenieten. ‘De vraag is: heeft Saoedi-Arabië daar het geduld en uithoudingsvermogen voor? Hun staat van dienst wijst daar niet op.’
In 2022 gooide kroonprins Bin Salman het nog op een akkoordje met de Houthi’s, kort nadat die laatsten de Grand Prix (Formule 1) van Jeddah hadden bestookt. Er kwam een bestand dat tot afgelopen zomer standhield.
De logica van toen geldt vier jaar later nog steeds. Nog steeds heeft Saoedi-Arabië veel meer te verliezen dan de Houthi’s. De kroonprins wil buitenlandse investeerders lokken om zijn economische paradepaardjes (toerisme, entertainment, sport) tot een succes te maken. Eén Houthi-drone per maand kan genoeg zijn om de boel in het honderd te helpen. ‘Wiens huis van glas is, moet geen stenen gooien naar de ander’, wist de 17de-eeuwse dichter George Herbert.
Onderaan de streep variëren Bin Salmans opties daarom van slecht tot slechter. Op termijn, zo is de verwachting, zal zijn regering opnieuw met de Houthi’s om de tafel moeten.
Eerst moet met militaire middelen echter de ‘machtsbalans worden hersteld’, zo zei een anonieme functionaris dicht bij het koninklijk huis tegen de Franse krant Le Monde. ‘De Houthi’s dicteren hun voorwaarden met zoveel arrogantie dat je zou denken dat ze de oorlog al hebben gewonnen.’
Lastig is ook dat de oorlog tussen Amerika en Iran maar niet wil stoppen. Zolang dat het geval is, kan het Iraanse regime zijn Houthi-bondgenoten blijven inschakelen om het scheepvaartverkeer in de Rode Zee te gijzelen, inclusief Saoedische olietankers.
Geen goed recept, kortom, voor kalmte. Eind deze maand moet er in Riyad een grote conferentie plaatsvinden voor miljardairs en CEO’s van over de hele wereld. Bij de veiligheid staat nu een groot vraagteken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant