De Amerikaanse president Donald Trump ligt op ramkoers met het Internationaal Strafhof (ICC). Toen in 1998 tot oprichting van het strafhof werd besloten, meende buitenlandminister Hans van Mierlo dat een strafhof zonder Amerikaanse steun ‘desastreus’ zou zijn.
is sportverslaggever van de Volkskrant en opgeleid historicus.
‘Zelfs een internationaal strafhof voor oorlogsmisdaden kan tot vreugde strekken’, schreef Italië-correspondent Anne Branbergen op 18 juni 1998 in het Algemeen Dagblad. In Rome was Den Haag aangewezen als zetel voor het nog op te richten Internationaal Strafhof. Hans van Mierlo, minister van Buitenlandse Zaken, en de Haagse burgemeester Wim Deetman waren ‘de feestvarkens van de dag’.
Toch was het aan het begin van deze vijfweekse VN-conferentie nog de vraag of dat strafhof er werkelijk komen zou. Of het voldoende slagkracht zou krijgen. Cruciaal was het standpunt van de Verenigde Staten, stelde Van Mierlo in het AD. ‘Een dergelijk hof zonder de steun van de belangrijkste VN-partner is desastreus en ondenkbaar.’
Eind vorige maand werd bekend dat de 25ste jaarvergadering van het International Criminal Court (ICC), van 30 november tot 7 december, van New York wordt verplaatst naar Den Haag. De reden: de sancties waar Donald Trump mee dreigt. De Amerikaanse president ligt op ramkoers met het ICC, dat hij tijdens de Algemene Vergadering van de VN een ‘schurkenorganisatie’ noemde.
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
Een maand na de keuze voor Den Haag als vestigingsplaats, stemden 120 landen voor het Statuut van Rome, waarin de oprichting van het Strafhof werd vastgelegd. 21 landen onthielden zich van stemming, slechts zeven landen stemden tegen. Onder die zeven: de VS.
Onder druk van onder andere de Amerikanen kreeg het ICC geen ‘universele jurisdictie’: de macht om overal ter wereld op eigen initiatief op te treden. Toch bleef er voor de Amerikanen een fundamenteel probleem. Het Strafhof kreeg namelijk wel de bevoegdheid om iedereen te vervolgen die misdaden begaat op het grondgebied van lidstaten van het ICC, ook als dat Amerikanen zijn.
‘Het is erg jammer dat Amerika niet over de streep is getrokken’, zei Van Mierlo in het AD. ‘Maar wat niet is, kan nog komen. Over zeven jaar wordt de tekst herzien, en hopen we alsnog op deelneming van de Verenigde Staten.’
Het leek erop dat zijn wens binnen zeven jaar bewaarheid werd. In 2000 ondertekende Bill Clinton, vlak voor het einde van zijn tweede ambtstermijn, het Statuut. ‘Wij doen dit om onze stevige steun te herbevestigen voor internationale verantwoording en voor het berechten van daders van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.’
Maar Clintons handtekening had een bijsluiter. ‘Ik zal het verdrag niet voor advies en instemming aan de Senaat voorleggen, en ik raad mijn opvolger aan dat evenmin te doen, zolang er geen gehoor is gegeven aan onze fundamentele bezwaren.’
Dat bezwaar bleef de onafhankelijkheid van het Strafhof en de onwil te aanvaarden dat ook Amerikanen in het vizier van ICC-aanklagers kunnen komen. Clintons opvolger George W. Bush was nog scherper. Toen het Strafhof in 2002 met de vereiste zestig bekrachtigingen van het Statuut van start ging, liet Bush weten dat de VS het verdrag nooit zouden ratificeren en dat Clintons krabbel niets betekende.
Bush overtoepte in datzelfde jaar zijn vijandigheid met een wet die Amerikaanse soldaten en overheidsfunctionarissen beschermt tegen strafvervolging door het ICC. Omdat de wet de Amerikaanse president de handelingsvrijheid geeft om in zo’n geval Den Haag binnen te vallen, luidt de bijnaam ‘the Hague Invasion Act’.
Onder Barack Obama haalden de VS de banden weer aan, waren de Amerikanen als waarnemer aanwezig bij vergaderingen van verdragsstaten van het ICC. Maar met het aantreden van Trump sloeg de stemming om, zeker toen ICC-aanklager Fatou Bensouda een onderzoek aankondigde naar Amerikaanse ‘marteling, wrede behandeling, vernedering, verkrachting en seksueel geweld tegen conflictgerelateerde arrestanten in Afghanistan’. Bensouda kreeg in 2019 een inreisverbod voor de VS. De regering-Trump noemde het ICC ‘een bedreiging van de Amerikaanse nationale soevereiniteit’.
In zijn huidige presidentstermijn gaat Trump nog verder. Onder zijn druk en tegen de achtergrond van de mede door hem veroorzaakte afbrokkeling van de internationale rechtsorde keren ook andere landen zich af van het ICC.
Ondenkbaar is het Strafhof zonder Amerikaanse steun niet, zoveel is na 25 jaar wel duidelijk. Het bestaat en heeft sinds de oprichting vijftien personen berecht. Maar met de huidige agressieve Amerikaanse tegenwerking zal het bestaan nog moeizamer worden.
Source: Volkskrant