Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Template::$compiled is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_template.php on line 612
Hoe verklaren Kamerleden de dalende lhbti-acceptatie? En zien ze een weg omhoog?

Home


Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Extension_Handler::$_updateScope is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_extension_handler.php on line 111

Hoe verklaren Kamerleden de dalende lhbti-acceptatie? En zien ze een weg omhoog?

De lhbti-acceptatie in de maatschappij daalt. Drie Kamerleden, van de linker- tot de rechterflank van het politieke spectrum, zien hoe beleid en acceptatie elkaar beïnvloeden, maar eendrachtig zoeken naar oplossingen blijkt lastig. Is er een oplossing?

is politiek verslaggever van de Volkskrant.

Hoe soepel de Utrechtse gemeenteraad in 2017 besloot genderneutrale toiletten te openen in het gemeentehuis, is nog maar moeilijk te geloven voor wie de politieke debatten en statistieken over de teruglopende maatschappelijke acceptatie van lhbti’ers volgt.

‘Ik denk serieus dat we het er niet langer dan vijf minuten over hebben gehad’, zegt Anne-Marijke Podt, die destijds als D66-raadslid het voorstel indiende voor de invoering van wc’s waar ook non-binaire, intersekse en trans personen zich welkom voelen. ‘Ik heb die motie voorgelezen en niemand zag bezwaren. Ik zag het helemaal niet als iets groots. Er waren geen grote aanpassingen voor nodig, dus waarom zouden we het niet doen?’

Nog geen tien jaar later zit de 51-jarige Podt in de Tweede Kamer en lijkt er weinig meer over van de positieve sfeer tegenover lhbti’ers. Neerbuigende en haatdragende taal over de ‘letterbak’ klinkt tot in het parlement. Podts partijleider Rob Jetten, de eerste homoseksuele premier van Nederland, zei twee weken geleden op het partijcongres van D66 dat ze de ‘aanvallen op de lhbti-gemeenschap’ niet over hun kant laten gaan.

‘We gaan die lui niet laten winnen’, zei hij spontaan, ‘we gaan ze vol op hun bek slaan.’ De strijdbare formulering noemde hij een dag later een slip of the tongue, omdat hij niet tot geweld wilde oproepen. Maar verder was hij nog even ‘gepassioneerd’ over de zaak.

Somber stemmend

De aanleiding voor zijn strijdbaarheid was het nieuws dat de homoacceptatie onder Nederlandse middelbare scholieren scherp is gedaald. Van de jongens tussen 12 en 16 jaar had in 2025 nog maar 22 procent ‘een positieve houding’ tegenover homoseksualiteit, bleek onlangs uit vierjaarlijks monitoronderzoek van het Trimbos Instituut en de Universiteit Utrecht. Het was bijna een halvering ten opzichte van de 40 procent in 2021. Ook onder meisjes in die leeftijdscategorie is de acceptatie sterk afgenomen: van 78 naar 51 procent.

De uitkomst van het scholierenonderzoek was voor de Tweede Kamer ernstig genoeg om het toen meteen te agenderen in het wekelijkse vragenuur. In die zestig minuten ontstijgt de gedachtevorming meestal niet het niveau van soundbites. Daarom ging de Volkskrant later apart langs bij drie Kamerleden die zich al langer met lhbti-rechten bezighouden: behalve van regeringspartij D66 ook van fracties op de linker- en rechterflank: de Partij voor de Dieren en JA21. Welke oorzaak zien zij? En in welke hoek zoeken ze op dit kantelmoment de oplossingen? De antwoorden strekken zich uit van Moskou en moskeeën tot aan de toiletten van het parlement.

‘Ik had gewild dat ik kon zeggen dat de val in acceptatie onder jongeren me verraste’, zegt D66-Kamerlid Podt op haar werkkamer in B67, zoals de tijdelijke behuizing van het parlement in Tweede Kamer-jargon heet. Maar ze hoorde de laatste jaren uit Utrecht somber stemmende verhalen.

‘De regenboogvlag die van de gevel is gerukt en in brand gestoken bij Savannah Bay, de queer boekhandel vlak bij het stadhuis. De foto’s van queer koppels in de openbare ruimte die zijn beklad. Utrecht is best een linkse stad, en toen dat soort dingen ook bij ons begonnen te gebeuren, dacht ik al: oei, dat is niet best.’

Beleid tegen discriminatie

Maar wat valt er tegen te doen? Het is namelijk niet zo dat er de afgelopen decennia geen beleid is gevoerd om lhbti’ers zich veilig en thuis te laten voelen in Nederland.

Met vier wetswijzigingen is stapsgewijs de discriminatie uit de wet verdwenen en gelijkwaardigheid vastgelegd – soms, zoals met het homohuwelijk, onder internationaal bekijks. Nog in 2023 is na jaren van debat artikel 1 van de Grondwet uitgebreid om daarin expliciet discriminatie wegens ‘seksuele gerichtheid’ te verbieden.

Ook verstrekken kabinetten sinds 2008 subsidie aan een aantal gemeenten om de sociale veiligheid van lhbti’ers verder te bevorderen. Daar doen nu 56 ‘regenboogsteden’ aan mee. Met 20- tot 50 duizend euro kunnen deze regenboogsteden gastlessen op scholen laten geven, zorginstellingen lhbti-vriendelijker maken of ontmoetingsplekken opzetten. Voorwaarde is wel dat ze zelf ook geld of werktijd van ambtenaren bijdragen.

Integratie door confrontatie

Toch was het naïef om te denken dat de stijgende lijn zou doorzetten tot alle discriminatie is verdwenen, zegt de 84-jarige politicoloog Joke Swiebel, die twee jaar geleden promoveerde op Homopolitiek in Nederland (1966-2023). Ze is gepokt en gemazeld in de strijd om lhbti-rechten: ‘integratie door confrontatie’, heette dat vroeger. Ze voerde in 1969 al het woord bij de eerste homodemonstratie op het Binnenhof. Later was ze pionierend rijksambtenaar op het terrein van emancipatiezaken en uiteindelijk rond de eeuwwisseling Europarlementariër voor de PvdA.

‘Natuurlijk kon je denken: alles is mooi vastgelegd, we hebben de strijd gehad. Maar aan de acceptatie van homoseksualiteit was onder de oppervlakte de voorwaarde verbonden dat mannen en vrouwen zich als mannen en vrouwen zouden gedragen. Je mocht wel homo zijn, maar je moest wel een man blijven. Je mocht wel lesbisch zijn, maar er niet als een kerel uitzien. Zo is het eigenlijk nog steeds.’

Propagandacampagne

De geschiedenis bestaat bovendien uit golfbewegingen, zegt Swiebel. ‘Steeds komen er nieuwe generaties en die krijgen met nieuwe ontwikkelingen te maken. Neem Poetins afkeer van het Westen, die zich ruim vijftien jaar geleden begon te vertalen in Russische propaganda over Gayrope, een gay Europa. De nieuwe sociale media zijn daar een onverwachte verspreider van geweest.’

De propagandacampagne die al jaren in Europa spot, verdachtmakingen en haat tegen lhbti’ers aanwakkert, is inmiddels wijdvertakt en had tussen 2019 en 2023 meer dan 1 miljard euro te besteden, leerde D66-Kamerlid Podt vorig jaar uit een onderzoek van EPF, een netwerk van Europese parlementariërs die zich inzetten voor de rechten van vrouwen en lhbti’ers.

‘Ze doen een aanval op hoe wij onze vrije samenleving hebben ingericht’, zegt Podt. ‘Zo voel ik dat echt. Het is goed gecoördineerd. Vanuit Rusland, maar ook door conservatieve en christelijke organisaties uit Amerika en Europa zelf. We zijn nog steeds aan het ontdekken hoe we er op moeten reageren. Met de Digitaledienstenverordening van de EU kunnen we al meer doen, maar we hebben ook echt nog een slag te maken.’

Eendracht blijkt lastig

De zoektocht bleek afgelopen week ook uit de antwoorden van de staatssecretaris voor Emancipatie, Judith Tielen (VVD), op de vragen die Podt in de zomer had gesteld over 38 misleidende Nederlandstalige websites. Die doen zich voor als vraagbaak over genderidentiteit, maar verspreiden desinformatie. Zo raden ze ouders af om naar de huisarts te gaan als kinderen twijfels uiten over hun genderidentiteit.

Veel tastbaars had Tielen niet te bieden. Ja, de staatssecretaris is zeker ook bezorgd. Maar de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan weinig uitrichten, omdat ‘het uitgangspunt is dat iedereen naar eigen wens informatie mag delen online’. En, schrijft ze, betrouwbare informatiekanalen zoals thuisarts.nl zijn er al.

Tijdens de rondgang langs de drie Kamerleden blijkt al snel dat eendrachtig zoeken naar oplossingen lastig is, omdat niet iedereen in de Tweede Kamer het eens is over de oorzaak.

Islam

De haatcampagnes tegen transgender personen uit ‘het trumpiaanse deel’ van de Verenigde Staten zijn ook JA21-Kamerlid Ranjith Clemminck een doorn in het oog. ‘Daar heb ik niks mee’, zegt hij op zijn kamer op de zevende verdieping van B67.

Maar Clemminck ziet een andere ontwikkeling als hoofdreden voor de afnemende lhbti-acceptatie in Nederland: moslimmigranten. Het past bij het wereldbeeld van JA21, dat voor ‘remigratie bij mislukte integratie’ pleitte in het laatste verkiezingsprogramma. Het begrip ‘remigratie’ is volgens inlichtingendienst AIVD een rechtsextremistisch eufemisme voor het uitzetten van minderheden.

‘Ik heb een nostalgisch verlangen naar de liberale vrijheid die er rond de eeuwwisseling was’, zegt de 40-jarige Clemminck. Al een paar jaar voelt hij zich meer thuis bij de ‘rechtse emancipatie’ in de geest van Pim Fortuyn, de in 2002 vermoorde politicus die de islam een ‘achterlijke cultuur’ noemde. Hij betrok dit op zichzelf door bij herhaling te beweren dat imams hem als homoseksueel ‘minder dan varkens’ vonden.

‘De islam bedreigt onze cultuurgemeenschap’, zegt Clemminck. Vroeger waren de katholieke en protestantse zuilen het niet overal over eens, maar als minderheden naast elkaar vormden ze een gemeenschappelijke cultuur. Van de moslims vraag ik me af of ze daar ook echt deel van willen uitmaken. Na 11 september wordt dat denken wel eens neerbuigend homonationalisme genoemd. Voor mij is dat een geuzennaam.’

De katholieke kerk is ook niet altijd even open-minded, weet Clemminck van de Italiaanse man met wie hij is getrouwd. ‘Die heeft nog van priesters en nonnen les gehad.’ Maar de kerk ziet hij minder als een probleem. ‘Het is een veelkoppig monster dat homoacceptatie bedreigt’, zegt hij, ‘alleen zijn niet alle koppen even groot.’

Clemminck stuurde deze zomer ook schriftelijke Kamervragen aan staatssecretaris Tielen, over boeken op islamitische scholen waarin afbeeldingen staan van het verbranden van regenboogvlaggen. Hoewel Tielen de ‘suggesties’ uit het lesmateriaal ‘volstrekt’ afkeurt, zei ze dat de Onderwijsinspectie geen toezicht houdt op afzonderlijke lesmaterialen, maar alleen op de manier waarop die daadwerkelijk worden gebruikt. Het is een balanceeract die voortkomt uit de grondwettelijke vrijheid van onderwijs.

Migratieachtergrond geen rol

De nadruk op de islam als oorzaak van de teruggang in lhbti-acceptatie klonk ook door in het betoog van VVD-Kamerlid Alisha Müller tijdens het vragenuur over het scholierenonderzoek. ‘De oorzaken van de toenemende homohaat zijn veelvuldig en hangen met elkaar samen’, zei ze. ‘We moeten die durven benoemen. We zien in dit onderzoek dat de acceptatie onder jongeren met een migratieachtergrond substantieel lager is.’

Alleen: dat laatste is niet waar. ‘Dat blijkt niet uit onze data’, antwoordde de onderzoeksleider van het scholierenonderzoek op de vraag of migratie een rol speelt in de Volkskrant. ‘We zien de daling bij jongeren met een migratieachtergrond, maar net zo goed bij jongeren zonder migratieachtergrond.’

Hetzelfde bleek uit het rapport De lhbtiq+-opvattingen van jongeren dat een team van de Universiteit van Amsterdam voor de zomer in een speciale briefing aan Kamerleden presenteerde. Daarin was de conclusie eveneens dat nieuwe lichtingen tieners negatiever zijn gaan denken over lhbti’ers.

Migratieachtergrond speelt daarbij geen opvallende rol, zei gedragswetenschapper Nikki Dekker tegen de Kamerleden. Bepalend zijn vooral gender (jongens zijn veel negatiever over lhbti’ers dan meisjes) en hoe conservatief jongeren denken over maatschappelijke thema’s. Het maakt daarbij niet uit of de jongere naar een imam, een dominee of een influencer uit de manosfeer luistert.

‘De briefing verliep in een respectvolle sfeer met goede vragen’, zegt Dekker in een telefonische toelichting. ‘Maar het is jammer dat Kamerleden er na onze uitleg nog steeds één groep proberen uit te lichten als oorzaak van de dalende acceptatie.’

Terwijl: de werkelijkheid is een ‘complex verhaal’, zegt Dekker. ‘Het zoeken naar een zondebok doet dat geen recht en brengt een oplossing niet dichterbij.’

Zichtbaarheid

Het Partij voor de Dieren-Kamerlid Ines Kostic sloeg ‘steil achterover’ van de aanpak van VVD-collega Müller in het vragenuur. ‘De eenzijdige benadering stoort me. Natuurlijk vind ik ook dat er bijvoorbeeld naar lesmateriaal op islamitische scholen moet worden gekeken. Maar als je het over de invloed van religie wil hebben, noem dan ook christelijk en joods conservatisme.’

Maar er is nog iets anders dat de 41-jarige Kostic, het enige uitgesproken non-binaire Kamerlid, dwarszit na de scherpe daling van de lhbti-acceptatie onder scholieren. ‘We hebben als politiek gefaald in het beschermen van onze jongeren om zichzelf te kunnen zijn’, zegt ze op een kleine fractiekamer.

‘Nadat we jaren hebben gestreden om zichtbaar te kunnen zijn, krijgen we nu niet alleen aan talkshowtafels maar ook hier in Den Haag het verwijt dat we in al onze regenboogkleuren te zichtbaar zijn. Dat accepteer ik niet. Radicaal-rechtse partijen hebben het hier over genderideologie of over transgender personen als een gevaar. Dat zijn geen willekeurige influencers op sociale media, zij zitten in het hart van de democratie.’

Genderneutrale toiletten

De huidige stand van het debat openbaarde zich eind juni, onverwacht in een vrij technisch overleg van de commissie van Binnenlandse Zaken over het reilen en zeilen in het Tweede Kamergebouw. Een klein decennium na de invoering van genderneutrale toiletten in het Utrechtse gemeentehuis begon het van BBB afgesplitste Kamerlid Mona Keijzer over de genderneutrale toiletten die er op verzoek van Kamerpersoneel komen. Ze bedreigden volgens haar de ‘hygiëne, privacy en veiligheid voor vrouwen’, omdat daar ook anderen gebruik van zouden kunnen maken.

Toen ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis zich later aansloot bij kritiek op de ‘genderneutrale onzin’, vroeg Kostic hem wat hij daar mee bedoelde. ‘Ik wil de norm die wij thuis hebben, van genderneutrale toiletten, niet opleggen aan deze Kamer’, verklaarde Grinwis.

‘Je kunt ook zeggen’, antwoordde Kostic, ‘dat het iedereen wordt opgedrongen om te kiezen tussen een mannen- of vrouwentoilet. Ik ben bijvoorbeeld non-binair. Ik wilde het eigenlijk niet naar voren brengen, maar blijkbaar moet het toch: ik kan op mijn eigen verdieping niet kiezen om een genderinclusief toilet te bezoeken. Ik vraag de ChristenUnie om echt een beetje rekening te houden met al die mensen in Nederland die er behoefte aan hebben om zich overal goed te voelen.’

‘Nu wordt de norm omgedraaid’, zei Grinwis. ‘Ik zou zeggen dat het prima is als collega Kostic op de eigen gang iets georganiseerd wil hebben. Maar waarom moet dat dan door dit hele gebouw heen?’

Het was ‘teleurstellend’, zegt Kostic achteraf. ‘Als de ChristenUnie, die toch wordt gezien als een fatsoenlijke partij, taal gaat bezigen als ‘genderneutrale onzin’, zijn we ver van huis.’ Ze doet daarom een beroep op de voorzitter om voortaan taalgebruik in de Tweede Kamer beter te begrenzen.

In een poging helderheid te scheppen in het toilettendebat zei Kamervoorzitter Thom van Campen (VVD): ‘Even de feiten. Op iedere etage zijn twee genderneutrale toiletten beschikbaar. In totaal zijn dat 16 stuks van de 228 beschikbare toiletten in B67. De toiletten zijn afsluitbaar met een eigen deur, voor privacy en veiligheid.’

Maar daarmee waaide de storm niet over. Het facilitair beheer van de Tweede Kamer gaat inventariseren op welke gangen Kamerbewoners behoefte hebben aan genderneutrale toiletten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next