Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Template::$compiled is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_template.php on line 612
‘Ik zou wel willen ontdekken waar de traumavrije Sara nog meer toe in staat is’

Home


Deprecated: Creation of dynamic property Smarty_Internal_Extension_Handler::$_updateScope is deprecated in /var/www/html/lib/smarty-3.1.30/libs/sysplugins/smarty_internal_extension_handler.php on line 111

‘Ik zou wel willen ontdekken waar de traumavrije Sara nog meer toe in staat is’

Dit najaar ontvangt ze de Clara Meijer-Wichmann Penning van de Liga voor de Rechten van de Mens. Sara Alaoui krijgt hem voor haar Safe Space Club, opgericht voor slachtoffers van seksueel misbruik. Zelf werd ze als kind door haar vader misbruikt.

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

Dit najaar ontvangt ze de Clara Meijer-Wichmann Penning van de Liga voor de Rechten van de Mens. Sara Alaoui krijgt hem voor haar Safe Space Club, opgericht voor slachtoffers van seksueel misbruik. Zelf werd ze als kind door haar vader misbruikt.

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

‘De artsen zeiden tegen me: ‘We doen dit aan de lopende band en weten wat er met jouw lichaam moet gebeuren.’ Dus deden ze met mijn lichaam wat ze dachten dat goed was, terwijl dat inging tegen wat ikzelf op dat moment wilde. Dat triggerde bij mij herinneringen aan 23 jaar eerder, toen mijn vader ook met me deed wat hij wilde.’

In 2018 bracht de toen 31-jarige Sara Alaoui met een spoedkeizersnede haar dochter ter wereld. Onverwacht bracht dat haar terug bij het seksuele misbruik uit haar kinderjaren. Tot dan toe had ze dat behoorlijk weten te verdringen. Van haar trauma had ze wel enige hinder ondervonden, met name bij intimiteit, maar doorgaans wist ze er afstand van te bewaren: ‘Ik was goed in het mezelf vertellen dat ik er geen last van had.’

Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Films of documentaires over het onderwerp vermeed ze. Kwamen die onverhoopt op haar pad in gezelschap (‘Ik wilde mezelf niet verraden door weg te lopen’), dan meende ze zichzelf niet in de slachtoffers te herkennen. ‘Negen van de tien keer dacht ik: ‘Zie je wel, ik zit er niet mee, want ik reageer niet zoals zij doen, dus met mij is niets aan de hand.’’

Ondersteunend bewijs daarvoor vond ze in haar maatschappelijke succes – bij uitzendketen Randstad was ze opgeklommen van callcentermedewerker tot ‘verandermanager’ op het hoofdkantoor, een functie waarin ze aan de directie rapporteerde. Ze verdiende goed en had leuke collega’s. Tot ze met haar vriend, met wie ze al vanaf haar 16de samenleefde, haar eerste kind kreeg. Dat nieuwe begin wekte haar weggestopte herinneringen tot leven.

In haar eerste acht jaar woonde ze in het huis van haar grootouders in Marokko. Haar moeder, een docent, kon als alleenstaande vrouw na haar scheiding niet anders dan teruggaan naar haar ouderlijk huis. Dat had grote gevolgen voor haar dochter Sara: ‘Ik was in dat huis niet welkom. Ik gedroeg me daarom jarenlang timide en stil, ook al was dat denk ik niet mijn essentie.’

Op haar 8ste kreeg ze ‘van de ene op de andere dag’ te horen dat ze naar Nederland moest verhuizen – de Marokkaanse wet bepaalde dat de voogdij op die leeftijd van haar moeder op haar vader overging. Sara kwam in een vreemd land terecht, bij een vader die ze nauwelijks kende. Ze belandde in een gezin met vijf kinderen in Maastricht, waar haar vader met zijn nieuwe vrouw woonde. Welkom was ze ook hier bepaald niet. Als enige van de kinderen werd ze slachtoffer van huiselijk geweld door haar vader: ze kreeg klappen te verduren, werd geregeld opgesloten en kreeg soms niet te eten. Bovendien begon hij haar seksueel te misbruiken. ‘Ik kan me alleen nog momenten herinneren, maar weet niet meer hoelang het heeft geduurd.’ Na bijna vier jaar in het gezin plaatste jeugdzorg haar in een Limburgs internaat.

Hoe kwam het misbruik door uw vader aan het licht?

‘Op mijn basisschool hadden we een soort Lentekriebelsbijeenkomst met mensen van buiten die seksuele voorlichting gaven. Omdat ik wilde begrijpen wat me overkwam, ging ik vragen stellen. Daardoor gingen er alarmbellen af, ze vonden mijn vragen niet normaal voor een kind van 11. Zelf was ik me daarvan niet bewust, anders had ik ze zeker niet gesteld, ik was doodsbang voor mijn vader.

‘De school werd gewaarschuwd, uiteindelijk kwam ik in wat tegenwoordig een woongroep heet, maar destijds een internaat werd genoemd. Ik belandde er tussen eveneens getraumatiseerde kinderen, ook dat was een pittige tijd. Op mijn 15de heb ik voor een kinderrechter een lang pleidooi geschreven over waarom ik vond dat ik beter zelfstandig kon wonen. De rechter gaf mij gelijk. Op mijn 16de ging ik in Amsterdam samenwonen met mijn vriend, die toen 18 was.’

Hoe verliep het contact met uw moeder?

‘Tegenover haar heb ik altijd mooi weer gespeeld. We belden elkaar, schreven brieven en later mailden we. Ze leefde erg met me mee, maar ik liet haar niet al te dichtbij komen. Ik wilde haar geruststellen en deed of mijn leven perfect was. Met mijn pleegmoeder José had ik wel een diepgaand contact. Zij was docent Nederlands op een middelbare school en de moeder van een vriendinnetje. Ze was bereid nachtenlang met me te praten over al mijn onzinnige tienerdingen en heeft me geholpen mijn weg in het schoolsysteem te vinden. Ik was laag ingeschaald, vmbo-kader, maar ben uiteindelijk juridische dienstverlening aan de Hogeschool van Amsterdam gaan studeren. Daar had ik geen enkele aansluiting bij mijn medestudenten, die vooral met feestjes bezig waren terwijl ik de eindjes aan elkaar knoopte. Na een jaar ging ik in een brillenwinkel werken, daarna ben ik bij Randstad terechtgekomen.’

Dat ging goed, tot uw dochter in 2018 werd geboren.

‘Door die rampzalige bevalling en de herinneringen aan vroeger die dat heeft losgemaakt, kreeg ik last van een postnatale depressie, ook omdat mijn dochter een huilbaby bleek te zijn. Ik kreeg last van suïcidale gedachten. Toen mijn huisarts daarvan hoorde, heeft ze alarm geslagen. Zij had me al opgegeven bij diverse ggz-instellingen, maar door de wachtlijsten kon ik nergens terecht. Dat heeft zeven maanden geduurd, onmenselijk lang. In die tijd kreeg ik veel steun van mijn huisarts; ik mocht iedere vrijdag met haar praten – zo iemand gun ik iedereen. Dankzij onze wekelijkse afspraak kon ik op de been blijven. Toen ik die suïcidale gedachten kreeg, werd ik een spoedgeval, waardoor ik bij een traumatherapeut terecht kon.’

Kon die helpen?

‘Ja, ik had het geluk een fijne psycholoog te treffen, Naomi; ook haar gun ik iedereen. Ik heb van haar geleerd dat ik mezelf als slachtoffer mag zien, iets wat ik mezelf lang niet toestond. Pas toen kon ik mijn trauma gaan verwerken. Daarvoor had ik te veel last van schuld en schaamte, ik zag mezelf als mededader. Dat had ermee te maken dat ik als kind al snel ontdekte dat mijn vader lief tegen me deed wanneer ik me coöperatief tegenover hem opstelde. Als je dit kunt doen, ben je fundamenteel slecht, bedacht ik over mezelf. Ik kon niet zien dat ik dat alleen maar deed om te overleven en de boosheid van mijn vader voor te zijn.

‘Dit soort schuldgevoelens waarbij je jezelf medeverantwoordelijk voor het misbruik maakt, zie je veel bij slachtoffers. Ze hebben het gevoel dat ze niks waard zijn, omdat ze dat tijdens het misbruik zo hebben ervaren – je autonomie, je zelfbeschikking over je eigen lichaam, wordt volledig van je afgenomen. In je latere leven werkt dat door op allerlei lagen: op je identiteit, je kijk op de wereld, je kijk op anderen, maar zeker ook op jezelf.

‘Heb je het gevoel medeverantwoordelijk te zijn geweest, dan kan dat ertoe leiden dat je jezelf niet meer vertrouwt. Dat raakt aan alles wat je denkt en waarneemt, en aan de keuzen die je maakt. Dan is het niet zo gek dat het je nog eens overkomt. De ervaring leert dat 70 procent van de slachtoffers in de eerste vijf jaar nog een keer seksueel misbruik meemaakt. Nogal eens krijgen ze een partner die op een vergelijkbare manier met ze omgaat. Mij is dat gelukkig bespaard gebleven.’

Welk doel staat u met The Safe Space Club voor ogen?

‘Mijn persoonlijke missie is dat ik meer begrip wil voor het belang van heling, van diepgaande traumaverwerking. Dat kan door individuele therapie, dat heeft mij enorm geholpen, maar daarnaast ook door hulp van een community. Die combinatie verkort de tijd die slachtoffers daarna in de ggz doorbrengen gemiddeld met een derde, zo is onze ervaring. Het is dus niet alleen goed voor hen, maar ook voor de maatschappij als geheel.

‘Voor onze community-aanpak creëren we plekken waar slachtoffers van seksueel geweld zich begrepen kunnen voelen, omdat ze zich door lotgenoten weten omringd. Ik geloof erg in je geborgen weten in een groep. Zo’n gemeenschap komt samen in een clubhuis van ons. We zijn begonnen in Amsterdam, dit najaar komen Arnhem, Ede en Rotterdam erbij en volgend jaar nog eens zes gemeenten. Dat kan dankzij de steun van fondsen en gemeenten. Zij maken het mogelijk dat de slachtoffers niets hoeven te betalen.

‘Wij zorgen voor een ondersteuningssysteem; met lotgenoten kunnen ze allerlei dingen ondernemen, zoals museumbezoek, een leesclub of simpelweg samenkomen om zich niet alleen te voelen. De focus ligt dan niet op het trauma; daarnaast kijken psychologen, therapeuten en hulpverleners die bij ons in dienst zijn, wat de beste een-op-eenbegeleiding voor iemand kan zijn. Behalve professionals zijn zij ook ervaringsdeskundigen, dat is een vereiste om bij ons te kunnen werken.’

Werpt u daarmee niet een hoge drempel voor uw medewerkers op?

‘In de praktijk blijkt dat niet zo te zijn. Dat is ook niet zo gek, meer dan de helft van de vrouwen heeft te maken gekregen met seksueel grensoverschrijdend gedrag of seksueel misbruik. Ik geloof erg in die combinatie van professional en ervaringsdeskundige. Zo iemand kan zich goed in het slachtoffer verplaatsen en de balans met diegene zoeken. Die moet eerst de slachtofferrol ingaan, wat doodeng is, maar moet ook worden vastgehouden bij het er weer uit komen, wat minstens zo eng is.’

Welke impact heeft de opkomst van de manosfeer op uw werk?

‘We horen wel van vrouwen dat ze bij het daten vaker te maken krijgen met mannen die denken dat ze een vrouw moeten claimen als hun bezit. Die manosfeer is natuurlijk verschrikkelijk, maar het is ook het gevolg van hoe mannen generaties lang zijn opgevoed. Als je je gevoelens laat zien, ben je een mietje, krijgen ze te horen. Wat kun je verwachten van iemand die zijn eigen gevoelens niet serieus mag nemen; hoe kan die de gevoelens van een ander respecteren? Willen we het probleem van seksueel misbruik fundamenteel aanpakken, dan moeten we ook daar iets mee. In bijna de helft van de gevallen hebben daders zelf met seksueel geweld te maken gekregen. Zij zijn slachtoffers die niet goed zijn begeleid, waardoor het van generatie op generatie doorgaat. Mijn levensmissie is dat we slachtoffers vanaf dag één de juiste hulp bieden, zodat ze later niet zelf dader worden.’

The Safe Space Club groeit hard. Wat hoopt u daarmee te bereiken?

‘We groeien nu inderdaad, maar uiteindelijk hoop ik dat we overbodig worden. Want dat zou betekenen dat we onze missie zo goed hebben gedaan dat anderen ons voorbeeld zijn gaan volgen. Dat zie ik nu al gebeuren, andere organisaties zijn net als wij veel meer gebruik gaan maken van ervaringsdeskundigen.

‘Persoonlijk zou ik graag ook eens met een ander thema in mijn leven bezig zijn dan seksueel misbruik. Dat is er al mijn hele leven – eerst in mijn jeugd als slachtoffer, daarna heb ik een zwaar traject moeten afleggen om het trauma te verwerken en nu ben ik er in dit werk ook iedere dag mee bezig. Ik zou wel willen ontdekken waar de traumavrije Sara nog meer toe in staat is, ook voor mijn dochter. Maar voorlopig draait mijn leven om dit werk en ben ik vooral dankbaar voor al het vertrouwen, zowel van gemeenten en fondsen als van de vrouwen die bij ons komen. Het is een privilege dat te mogen ontvangen. Ik weet uit ervaring hoeveel moeite het kost te vertrouwen.’

Boektip: De Profeet van Kahlil Gibran.

‘Gibrans manier van kijken naar vrijheid, liefde, pijn en verantwoordelijkheid raakt me diep. Hij beklemtoont het idee dat je de ander niet moet willen vormen, maar juist ruimte moet geven om zichzelf te kunnen zijn. Voor mij gaat dat niet alleen over de ander, maar misschien wel juist over jezelf.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next