De Nobelprijs voor Literatuur leidt elk jaar tot oneindig veel speculatie over wie kans maakt hem te winnen. We bellen met onze chef Boeken Joost de Vries. ‘Het is zo’n grote prijs dat het bijna voelt alsof je iemand een ridderslag geeft.’
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Dag Joost, jij bent een professioneel literatuurliefhebber en -kenner. Wat betekent de Nobelprijs in jouw vak?
‘Het is de allerhoogste literaire prijs die er is. Als je wint, zal iedere keer dat iemand je naam noemt in diezelfde zin ook de Nobelprijs noemen, voor de rest van je leven en nog lang na je dood. Bovendien wordt het complete oeuvre van de winnaar direct vertaald en over de hele wereld uitgegeven. Dat betekent naast het prijzengeld nog meer inkomsten.
‘Tegelijkertijd bepaalt slechts een klein groepje mensen in Zweden wie hem krijgt en blijft er een lacune. Harry Mulisch zei altijd: ‘De beste schrijvers hebben de Nobelprijs nooit gekregen.’ Veel schrijvers die heel belangrijk zijn geweest, bijvoorbeeld Borges, Nabokov, Kafka en Mulisch zelf, hebben de prijs niet gehad.’
Hoe beslist de jury wie de meest prestigieuze oeuvreprijs ter wereld verdient?
‘De Zweedse Academie die de prijs toekent, bestaat uit achttien zetels die worden bekleed door Zweedse schrijvers, dichters en letterkundigen. Zij bepalen samen wie er wint.
‘De Academie publiceert geen juryrapport over haar overwegingen, alleen een korte toelichting over de auteur. Dat draagt bij aan het mysterie rondom de prijs en de complete onvoorspelbaarheid van de winnaar. Ieder jaar maken de bookmakers lijsten met kanshebbers.
‘Soms zitten die bookmakers in de buurt – vorig jaar stond de winnaar, de Hongaar László Krasznahorkai, bij de bookies op 1. Het jaar daarvoor won de Koreaanse Han Kang, die volgens mij bij geen enkele bookmaker in de top 20 stond.
‘Wel heeft het winnende oeuvre meestal een humanistische inslag en gaat het vaak over politieke thema’s. Bijna alle schrijvers die winnen schrijven over vrijheid en onderdrukking. Het zijn eigenlijk nooit schrijvers die helemaal niet politiek bezig zijn.’
Zijn er ondanks die onvoorspelbaarheid mensen die dit jaar opvallen? Wie maken de grootste kans?
‘Je hebt een aantal namen die ieder jaar worden genoemd. De Syrische dichter Adonis ken ik eigenlijk alleen omdat hij elke keer wordt genoemd voor de Nobelprijs. Zo heb je ook Haruki Murakami, Thomas Pynchon en Margaret Atwood, die al jaren favoriet zijn. Ik denk zelf altijd: hoe langer je wordt genoemd, hoe kleiner de kans dat je hem wint. Blijkbaar zijn die achttien leden van de Zweedse Academie niet van plan om de prijs aan hen te geven. Adonis is 96, die heeft z’n kans wel gehad, zou je denken.
‘Op dit moment staat een Chinese schrijver, Can Xue, op de eerste plek bij de bookmakers. Als zij wint, wordt dat nog best spannend voor de Nederlandse boekenwereld, omdat haar werk nog bijna niet naar het Nederlands is vertaald.
‘Als je de winnaar wil voorspellen, is het ook handig om naar het taalgebied te kijken. Sinds 2010 is er al geen Spaanstalige schrijver meer gekozen, dus die zie je steeds vaker in de bookmakerslijsten verschijnen. De Mexicaanse schrijver Cristina Rivera Garza wordt bijvoorbeeld geregeld genoemd. Zij schrijft veel over femicide en sluit daarmee goed aan bij deze tijd.
‘Dark horses zijn schrijvers zoals de Brits-Libische Hisham Matar. Hij schrijft over politiek geweld en migratie. Of de Indiase schrijver Amitav Ghosh, die met klimaatfictie bezig is.’
Als het taalgebied zo belangrijk is, wordt het dan niet tijd voor een Nederlandstalige winnaar?
‘Ja, want dat is nog nooit gebeurd. Maar om in aanmerking te komen, moet je werk niet alleen die politieke en humanistische inslag hebben; het moet ook in meerdere talen vertaald zijn en in internationale boekenbijlagen besproken. Hoe moet de Zweedse Academie anders weten dat je überhaupt bestaat?
‘Volgens mij voldoen twee Nederlandstalige schrijvers aan die voorwaarden. De eerste is Lucas Rijneveld, die als eerste Nederlandse schrijver de International Booker Prize won, maar die is nog veel te jong. De tweede is de Belgische schrijver Stefan Hertmans. Zijn werk wordt wereldwijd veel gelezen en is ook in de boekenbijlagen van grote, toonaangevende kranten besproken. Hij staat niet op de lijsten van de bookmakers, maar hij wordt wel genoemd door mensen. Als hij wint, zou het een waanzinnige sensatie zijn.’
Vandaag om 13.00 uur wordt de prijs uitgereikt. Hoe bereiden jullie als boekenredactie je daarop voor?
‘Van tevoren zorgen we dat er een nieuwsbericht klaarstaat, waarin we alleen de naam van de winnaar hoeven in te voegen. Ook vragen we al onze recensenten die een bepaald taalgebied als expertise hebben om mee te kijken. Als een auteur uit hun gebied de prijs krijgt, schrijven zij meteen voor die middag een stuk waarin ze het oeuvre van die auteur duiden.
‘Daarna maken we nog een groot artikel. Daarin wordt het leven van de auteur uitvoerig besproken. Die verslaggever heeft dan ook de tijd gehad om de belangrijke werken echt goed te kunnen lezen.’
Als jij op een van die lege stoelen in Zweden zou zitten, aan wie zou jij dit jaar de Nobelprijs geven?
‘Ik houd heel erg van het werk van Peter Carey, een Australische schrijver. Die zou ik het echt gunnen. En ik denk vooral dat heel veel lezers die zijn werk nog niet kennen het heerlijk zouden vinden. Ook ben ik groot fan van de Franse schrijver Emmanuel Carrère, daarvan zou het me niet verbazen als hij binnen nu en tien jaar de prijs wint.
‘God, wie nog meer? Ik zit naar mijn boekenkast te kijken, maar het is zo’n grote prijs dat het bijna voelt alsof je iemand een ridderslag geeft. Ali Smith uit Schotland vind ik op een heel bijzondere en menselijke manier toch heel politiek schrijven. Als een van die drie wint, zou ik daar heel goed mee kunnen leven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant