Een meerderjarige vreemdeling zonder rechtmatig verblijf die de uitvoering van een terugkeerbesluit ‘ontwijkt of belemmert’, kan straks worden bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of een geldboete van 5.500 euro.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.
Dat staat in een wetsvoorstel dat minister Bart van den Brink (Asiel en Migratie, CDA) woensdag in internetconsultatie heeft gebracht. Het voorstel vervangt de strafbaarstelling van illegaliteit, die eerder via een amendement van de PVV was opgenomen in de Asielnoodmaatregelenwet van het vorige kabinet, met PVV-minister Marjolein Faber op de asielportefeuille.
Van den Brink verdedigde die wet in april in de Eerste Kamer, maar kreeg er geen meerderheid voor. Regeringspartij D66 maakte al in het coalitieakkoord het voorbehoud tegen te mogen stemmen en de PVV onthield op het laatste moment haar steun aan een cruciale aanpassing van de wet.
Dat gebeurde nadat Van den Brink een heel beperkte uitleg had gegeven aan de strafbaarstelling van illegaal verblijf. Hij deed dat onder maatschappelijke druk (‘geen mens is illegaal’) en op instigatie van de zes CDA-senatoren, die de strafbaarstelling ‘een graat in onze keel’ noemden.
Dit ondanks het feit dat Fabers tussentijdse opvolger David van Weel (VVD) de strafbaarstelling al met een zogenoemde novelle (aanvulling op de wettekst) had afgezwakt. Van den Brink ging nog verder en zei dat strafbaarstelling alleen zou gelden voor ‘hardnekkige terugkeerfrustreerders’. Dat zijn er jaarlijks slechts enkele honderden.
Daarop liet de PVV weten geen steun te kunnen geven aan de novelle. De weggestemde afzwakking was vervolgens reden voor een meerderheid in de senaat zich tegen de wet te keren.
Voor de groep ‘frustreerders’ heeft de bewindsman nu een apart wetsvoorstel gemaakt. Volgens hem ‘kan asielbeleid niet zonder een geloofwaardig terugkeerbeleid, waarbij het frustreren van terugkeer niet langer geaccepteerd mag worden’. Hij ziet het strafrecht als uiterste middel, als alle stappen in een terugkeerproces zijn gezet en de vreemdeling toch ‘obstructief gedrag’ toont. Diegene pleegt met dit voorstel een misdrijf.
Dat kan bijvoorbeeld als de vreemdeling weigert zelf een noodzakelijk reisdocument aan te vragen in het land waarnaar de betrokkene moet terugkeren. Deze inspanning nalaten betekent dat een terugkeerbesluit niet kan worden uitgevoerd. Het gaat nadrukkelijk om personen die de hele asielprocedure hebben doorlopen en geen verblijfsstatus hebben gekregen.
Het wetsvoorstel richt zich expliciet op de pleger van het misdrijf. Ieder ander die er aan deelneemt, door onderdak te bieden of het bekende ‘kommetje soep’ te verstrekken, is niet strafbaar. Tot nu toe is het frustreren van terugkeer alleen strafbaar als iemand een inreisverbod of een ongewenstverklaring heeft.
Met het sneuvelen van de Asielnoodmaatregelenwet gingen nog twee beleidsvoornemens teloor. Voor het verruimen van de mogelijkheden tot ongewenstverklaring, vooral voor herhaalde overlastgevers (zowel asielzoekers als uitgeprocedeerden), stelde Van den Brink al in mei een wijziging op van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. De Eerste Kamer debatteert aanstaande dinsdag over deze wet.
Het andere beleidsvoornemen dat het niet haalde, was het afschaffen van rechterlijke dwangsommen in asielzaken. Ook die maatregel zit nu, op initiatief van SGP en JA21, bij de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. Immigratiedienst IND heeft dit jaar al 100 miljoen euro moeten betalen aan dwangsommen vanwege te late asielbeslissingen.
Met het wetsvoorstel dat nu in consultatie is, zijn alle verworpen maatregelen uit de Asielnoodmaatregelwet straks alsnog van kracht. Naar verwachting ontstaat voor alle drie een parlementaire meerderheid. De overige maatregelen uit de wet van Faber zijn overgenomen in de nationale wetgeving bij het op 12 juni in de hele EU van kracht geworden Europese asiel- en migratiepact.
Het gaat daarbij onder meer om de verkorting van de duur van verblijfsvergunningen (van vijf naar drie jaar) en het afschaffen van de vergunning voor onbepaalde tijd. Hierbij worden nog wel veel bezwaarprocedures verwacht, omdat niet is voorzien in overgangsrecht.
Reageren op het wetsvoorstel van Van den Brink kan via internet tot 18 november. Daarna gaat het, met eventuele aanpassingen, naar de Raad van State. Zodra dit college advies heeft uitgebracht, kan het worden behandeld in Tweede en Eerste Kamer.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant