is columnist voor de Volkskrant
Als je beste vriendin gestorven is, wil je je beste vriendin steeds bellen om uit te huilen.
Dan maar schrijven. Ik schrijf hier deze week over Paulien Cornelisse, die vorige week overleed, omdat ik heel veel van haar hield.
Paulien kon krankzinnig goed breien – voor mij breide ze voor mijn 50ste verjaardag een trui met een citroen op de mouw. De citroen was de laatste twee jaar ons symbool geworden, vanwege een print van kunstenaar David Shrigley die we in een restaurant in Sheffield hadden gezien. De print hing boven onze tafel.
Er stond een enorme citroen op, met de tekst ‘When life gives you a lemon, you must eat the lemon, all of it, including the skin’. We moesten daar erg om lachen. Zij wachtte die week op allerlei uitslagen van het ziekenhuis, ik had die week mijn huwelijk beëindigd en had een beste vriendin die wachtte op allerlei uitslagen van het ziekenhuis.
Daarom breide ze die citroen op die mouw.
Een paar maanden geleden vroeg Paulien verscheidene keren aan me wat ze met haar restjes wol kon doen. Ze had een hele doos restjes op haar werkkamer staan. Ik hoef de metafoor hier niet te benoemen.
‘Een gestreepte sjaal breien’, zei ik, fantasieloos. Zij kwam op een beter idee. Ze kocht een weefgetouw.
Op een avond deze zomer ging ik bij haar langs. Ze had al een prachtige lange sjaal geweven op dat ingewikkelde getouw, dat ze zelf had ingeregen. Ik snapte weer eens niet hoe ze dit allemaal kon, maar ze had ook haar eigen bed getimmerd, ze repareerde zelf altijd haar laptop, ze gaf haar eigen boeken uit, ze kon extreem lekker koken, Japans spreken, viool spelen. En nu kon ze weven. Bijna alle restjes wol had ze gebruikt.
Ik denk, weet, dat dit in haar familie zit. Dingen zelf maken, discipline, focus, doorzettingsvermogen.
Toen ik vorige week uit het ziekenhuis kwam na een bezoek aan Paulien, kwam ik op straat haar moeder tegen, die ook net was langs geweest. Haar moeder vroeg me om haar even te helpen. Ze had een verkeersbord langs het fietspad gezien dat scheef stond, gevaarlijk overhelde, en ze vreesde dat een fietser ertegenaan zou rijden.
Samen liepen we naar het bord. Haar moeder bleek een app van de gemeente Amsterdam op haar telefoon te hebben waarop je dit soort zaken kunt melden. Met haar telefoon maakte ik een foto van het verkeersbord en typte ik de locatie in.
De volgende dag stuurde Pauliens moeder me een bericht. Het was een foto van het verkeersbord. Het stond weer recht. ‘Ik fiets verder’, schreef ze erbij.
We moeten wel.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant