De verbouwing van een voormalige kuikenschuur in Welsum tot de duurzame Fashion Farm van modeontwerper Joline Jolink is een inspirerend een-tweetje tussen mode en architectuur. Blikvanger is de innovatieve leemvloer, aangestampt met behulp van vele voeten.
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
‘Dit voelt als een fundament dat door heel veel mensen gedragen wordt, en waarop ik nu mag verder borduren’, zegt modeontwerper Joline Jolink. Ze blikt over de lemen vloer van haar werkplaats, gevestigd in een voormalige kuikenschuur in het Overijsselse Welsum. Zeventig vrijwilligers werkten onder leiding van architectenbureau Ladida en leemspecialisten Tommaso Venturini en Charles Thuijls vijf weekenden lang aan het storten van 50 duizend kilo leem, dat is uitgesmeerd, met plankschoenen aangestampt en glanzend geslepen.
De vloer staat symbool voor de werkwijze van Jolinks bedrijf Fashion Farm, dat draait om het ervaren van het productieproces. ‘Die connectie zijn we totaal verloren’, zegt Jolink. ‘Het maken, het opdoen en doorgeven van kennis, maar ook het samenwerken.’
In 2023 verhuisde ze van Rotterdam naar dit boerenerf, een stap die samenviel met haar wens om ‘terug te gaan naar de bron van de mode’: het werken met vlas, de grondstof voor linnen. Een jaar eerder was ze als gast uitgenodigd voor The Linen Project, een onderzoek om lokale vlasteelt te herintroduceren; Jolink ging ‘direct voor de bijl’.
Nu verbouwt zij zelf vlas in haar tuin. Daar staan ook twee schuren uit de jaren zestig. De ene was al verbouwd tot een natuurhuisje en een kantoorruimte, in de andere – raamloos, onverwarmd, lek en te laag om overal rechtop te staan – wilde ze een atelier en werkplaats voor haar ‘vlasklassen’ maken.
Een krantenartikel over een biobased woning van het jonge bureau Ladida maakte haar zo enthousiast, dat ze de architecten spontaan opbelde met de mededeling: wij gaan iets samendoen. Het eindresultaat is een duurzaam een-tweetje tussen mode en architectuur. Twee industrieën die massa’s CO2 en afval produceren, laten hier zien hoe het duurzamer kan. Met een beperkt, via crowdfunding bijeengebracht budget. Hoe is dat gelukt?
‘Het begint met denken vanuit wat er al is’, zegt architect Laura van Santen. ‘Deze schuur is niet monumentaal, maar we zagen kwaliteiten: de ligging midden op het erf, de enorme lengte en de fraaie houten spanten. Verder hebben we zo veel mogelijk materialen hergebruikt, daarmee bespaar je op afval én bouwkosten. Nieuwe gebouwonderdelen maken we zo veel mogelijk van biobased materialen en demontabel; zo kun je alles later weer uit elkaar halen voor hergebruik.’
De architecten hebben allereerst de houten spanten verhoogd en daarop een nieuw, goed geïsoleerd dak gemaakt. Met de piepschuimen isolatieplaten van het oude dak hebben ze de bestaande betonvloer rondom ingepakt. Op het beton is een isolatielaag van schelpen aangebracht, met daarop vloerverwarming en de lemen afwerkvloer. Met de houten dwarsbalken van het oude dak zijn onder de spanten binnenwanden getimmerd, met daarin grote schuifdeuren.
De gevels zijn met houtvezels geïsoleerd en bekleed met donkerbruine golfplaten van hennep, een nieuw bouwmateriaal uit Engeland. Om en om zijn aan de noord- en zuidkant verdiepingshoge ramen gemaakt. Zo behielden de stenen muren hun draagkracht, terwijl er nu veel daglicht binnenvalt en je uitzicht hebt over de tuin, de schapenweide en de vlasvelden. Jolink wilde de bomen die pal tegen de schuur groeien, behouden; de nieuwe gevel is om de stammen heen getimmerd.
De meterslange binnenruimte biedt een overzicht van het maakproces, van zaadje tot kledingstuk. Je komt binnen in het midden, waar de keuken met ontvangstruimte is. Er staat een presentatietafel vol zaadbolletjes.
Jolink pakt er eentje, dat ze verpulvert om de lijnzaadjes te tonen. ‘Daaruit groeien de vlasplanten, die we oogsten. In de werkplaats – ze blikt naar de rechterkant – breken we de stengels en slaan we de houtige delen eruit; zwingelen heet dat. Vervolgens kammen we de vezels tot lange strengen, om er garen van te spinnen, dat we verweven tot linnen.’
Op een paspop hangt een jasje waarin het allereerste zelfgeproduceerde garen is verwerkt, in de vorm van een borduursel. Tot nog toe deed Jolink al het werk handmatig, sinds kort staat er een breekmachine en er komt nog een zwingelaar en een spinmachine. Aan de spanten hangen bossen guldenroede te drogen; daarmee gaat ze in het voorjaar textiel verven. Ondertussen ontwerpt ze in haar atelier kleding voor verkoop.
Het bouwproject heeft al die aspecten van mode maken bijeengebracht, maar ook veel ontwerpers en architectuurstudenten die meehielpen met het maken van de 275 vierkante meter grote leemvloer. Die heeft ook voor Ladida symbolische waarde. Van Santen: ‘Hiermee tonen we hoe je van milieubelastend beton kunt afkomen: door de mouwen op te stropen en kennis te delen. Het is mooi om te zien dat een aantal architecten de opgedane ervaring nu gebruikt in eigen projecten.’ Ook de aannemer gaat deze techniek nu in projecten toepassen.
Jolink vertelt dat er regelmatig mensen naar de vloer komen kijken; vooral vanuit bouwbedrijven is er interesse. Ze wijst erop dat leem kwetsbaar is. ‘Kijk, hier zit een buts, de meubelplaatsers waren niet heel voorzichtig. Maar het is makkelijk te repareren: voor mij is het als het stoppen van een gaatje in een wollen trui. Ik doe het met liefde, denkend aan de inzet en toewijding waarmee deze vloer is gemaakt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant