Home

Hun nestjes zijn een delicatesse, maar de Indonesische gierzwaluwen laten zich niet zomaar lokken

Indonesië Met de geur van tropische bloemen en opnames van zwaluwgeluiden, proberen inwoners van de Indonesische provincie Oost-Kalimantan zwaluwen te lokken. Hun nestjes leveren geld op, maar de vogels zijn kieskeurig. „Ze zeggen dat het geneeskrachtig is.”

Een eetbaar zwaluwnest bestaat uit gestold zwaluwspeeksel. Er zitten ook nog veertjes in.

Afstand houden, gebaart de Indonesische Mami Rasmina (35). De correspondent mag van een afstandje door de deuropening naar binnen gluren, maar het vogelhuis betreden kan niet. De geur van de vreemdeling zou de burung walet, de Indonesische gierzwaluw, kunnen afschrikken. Het risico bestaat dat de vogels hun nest verlaten en niet meer terugkeren. En Rasmina heeft nou juist zoveel moeite gedaan om de vogels naar haar vogelhuis te lokken.

Vijf jaar geleden bouwde haar man, inmiddels ex-man, het metershoge betonnen vogelhuis aan de rand van het dorp Pemaluan in de provincie Oost-Kalimantan op het eiland Borneo. Ze gingen goed van start. In het begin wisten wel vijftig broedparen het gebouw te vinden om er hun nestje te bouwen.

Het vogelhuis staat naast hun akker met oliepalmen, zorgvuldig geplaatst in het hoge gras, omringd door tropische bebossing. „We waren net getrouwd”, vertelt Rasmina. Het kersverse echtpaar had gehoord dat de vogelnestjeshandel op andere delen van het eiland families van een goed inkomen voorziet. De coronacrisis was net voorbij en de handel in eetbare vogelnestjes trok weer aan. Een goed moment om in te stappen, dacht het echtpaar.

De halfkommige vogelnestjes bestaan uit gestolde draden van zwaluwspeeksel. Al honderden jaren is het een delicatesse, vooral onder Chinese fijnproevers die er soep van koken. Het speeksel zou medicinale stoffen bevatten. Ook wordt gedacht dat het eten van vogelnestjes de vruchtbaarheid en sekslust bevordert. Generatieslang speurden Indonesiërs naar de nestjes van zwaluwzwermen in de junglegrotten van Sumatra, Sulawesi en Borneo.

Toen vanaf de jaren tachtig door de opkomst van de Chinese middenklasse de vraag naar de vogelnestjes toenam, bouwden Indonesische eilandbewoners vogelhuizen om de vogels te lokken, zodat het een stuk gemakkelijker is om na de broedtijd de nestjes te verzamelen. „De vogels broeden elke drie of vier maanden. Als de jongen zijn uitgevlogen, halen we het nestje weg”, vertelt Rasmina.

Mami Rasmina voor het vogelhuis in Pemaluan Village.

De geur van tropische bloemen

Het is zaak om in het vogelhuis een grotklimaat te simuleren. Het moet koel zijn. Ook zijn de vogels gevoelig voor geur en geluid. Rasmina wijst naar de graspollen rond het witte vogelhuis. „Hier sproei ik de geur van tropische bloemen. Daar houden ze van.” Ze hoeft de bloemen niet zelf te zaaien. Er zijn speciale sprays beschikbaar. Een elektriciteitssnoer leidt naar een geluidsbox, die haar man bovenin het vogelhuis heeft geplaatst. Geluidsbandjes simuleren zwaluwgeluiden, een hoog piepend gekwetter, zodat ze zich thuis voelen en in het vogelhuis hun nestje maken. De vogels worden niet gevoerd. Ze vliegen elke ochtend uit om, zwevend in de lucht, insecten te vangen.

Rasmina en haar man zijn inmiddels gescheiden en zij heeft hun woning toegewezen gekregen. Het beheer van het vogelhuis blijkt niet gemakkelijk. De vogels lokken vergt een uitkiende strategie en die heeft ze nog niet helemaal onder knie. Sinds haar man weg is, broeden er minder vogels. „Ze kenden zijn geur.”

Rasmina zucht. Ze moet nu zelf het huis schoonmaken. De vogels maken geen nest als er te veel poep ligt. Na elke oogst schraapt Rasmina de poep zorgvuldig weg. Maar ondanks haar inspanningen blijft het aantal nestjes laag. Voorheen wist ze per oogst wel 700 gram aan vogelnestjes van de muur te halen, de laatste oogst was slechts 200 gram. Ook de prijs valt tegen. Die is sinds de coronacrisis niet meer op het oude niveau gekomen. Voor de epidemie lag de verkoopprijs in en rond Pemaluan rond de achttien miljoen roepia (zo’n 1.200 euro) per kilo, vertelt Rasmina. Nu krijgt ze per kilo slechts vijf miljoen roepia (circa 280 euro).

Verhalen over het witte goud

Dorpsgenoot Mariana (39) heeft een vogelhuis achter haar huis gebouwd. Ook zij is gestuit op tegenslag. Ze heeft last van een muizenplaag. „En ratten. Ze eten de eieren en de jongen op.” Haar overbuurman, „die daar met dat mooie vogelhuis”, heeft wel succes. Ze vertelt dat hij, net als Rasmina en haar man, een van de eersten was die na de coronacrisis een vogelhuis bouwden. Mensen zaten aan de grond en overal in het dorp gingen verhalen rond over het „witte goud”, zoals de vogelnestjeshandel ook wordt genoemd.

Sommige dorpsgenoten hadden succes. Anderen niet. Mariana weet niet precies waarom zij heeft gefaald. „Misschien had ik geen goede vogelgeluiden”, oppert ze. „Je moet de juiste opnames kopen. De beste zijn het duurst.” Maar ze vermoedt dat de belangrijkste reden het vogelhuis zelf is. „Wij hebben niet het geld om te investeren in een betonnen zwaluwhuis, zoals onze buurman.”

Ze toont haar vogelhuis, een broeierig, roestig bouwsel van golfplaten, achter haar houten paalwoning. Veel te heet. Ze weet ook waarom ze last heeft van ratten. Ze wijst naar het stroompje bruin water dat door wat plastic afval over hun erf loopt. „Rioolwater van de buren.” Ze heeft de hoop verloren dat de vogelnestjeshandel nog iets voor haar oplevert.

Het vogelhuis van Mariana, die weinig succes heeft met het lokken van zwaluwen.

Mariana maakt een eetbaar vogelnest schoon. Ariel, haar oudste zoon helpt bij het onderhoud van het vogelhuis.

Ze roept haar tienerzoon Ariel om een achtergebleven nestje uit het vogelhuis te halen. Hij kruipt door de opening naar binnen en komt naar buiten met een gelig nestje. „Slechte kwaliteit”, reageert ze. Niet de moeite om aan de handelaar te verkopen.

Ze houdt ermee op, vertelt ze. Behalve dat ze niet de middelen heeft om een effectief vogelhuis te bouwen, heeft ze ook het idee dat er minder zwaluwen zijn dan vroeger. Ze denkt dat de bouw van de nieuwe Indonesische hoofdstad Nusantara, niet ver van het dorp, hiermee te maken heeft. Maar dat kan ze niet met zekerheid zeggen.

Mariana hoopt dat de nieuwe stad kansen zal bieden. „Mijn man vangt nu vissen om die te verkopen, maar we hopen dat hij werk zal vinden in Nusantara.” Ze pulkt aan enkele veertjes die aan het nestje vastzitten. „Ik denk dat ik het nestje ga schoonmaken en het dan ga koken. Ze zeggen dat het geneeskrachtig is. Ik wil dat wel eens uitproberen.”   

Handel niet meer zo lucratief

Twee huizen verder zit Ardin (42) op de veranda van zijn houten paalhuis. Voor de deuropening staan peperplanten en andere groentegewassen in potten klaar om in de tuin te zetten. Ardin, die net als Mariana één naam heeft, is bewaker op een palmplantage. Als bijverdienste handelt hij in vogelnestjes. „Ik doe dit nu twee jaar”, vertelt hij en toont een plastic zak met witte en gelige nestjes. „De witte brengen het meeste op. Vijf miljoen roepia per kilo.”

Ardin verzamelt de nestjes voor een Indonesische handelaar van Chinese afkomst, die hij nog kent uit zijn jongere jaren. Hij weet niet aan wie zijn opkoper de vogelnestjes doorverkoopt. Volgens onderzoekers komt 80 procent van alle eetbare vogelnestjes uit Indonesië. Het grootste deel wordt verkocht op de Chinese markt. Ook Ardin vertelt dat de handel niet meer zo lucratief is als voor de coronacrisis. Mogelijk omdat de Chinezen minder geld hebben of omdat export lastiger is.

Ardin gebruikte dit kapmes vroeger als wapen toen hij een grot met eetbare zwaluwnesten bewaakte.

Ardin heeft niet de indruk dat er tegenwoordig minder vogels zijn dan vroeger. Wel was de strijd om de nestjes gewelddadiger. Hij tilt zijn parang, een meterslang kapmes, van de muur. Toen hij 25 was, was hij in dienst van een lokale zakenman. Samen met andere mannen bewaakte hij een grot waar de zwaluwen hun nestjes bouwden. „De parang was ons wapen.”

Op Borneo zijn veel mijnen en plantages. Het kan er ruig aan toe gaan. Er zijn bendes. Zakenmannen die elkaars land innemen. „Op een dag werden we overvallen door een groep van een concurrent.” Het waren angstige uren. Hij krijgt het er nog benauwd van. „Er waren wel veertig gewonden. Steekwonden.” Ardin wist te ontkomen. „De concurrent had de politie meegenomen.” Omgekocht. De overname was compleet. Er was in die tijd niet veel werk. „Wij zijn toen maar voor de nieuwe eigenaar gaan werken.” Voor zover hij weet, zijn er tegenwoordig geen gewapende incidenten meer.

En de zwaluwgrot? „De grot is er nog, ver van hier, diep in de jungle.” De vogels zijn nooit meer terugkomen, weet hij. „Omdat we de nestjes weghaalden, voordat de eitjes waren uitgebroed.”

Via WhatsApp laat Mariana laat weten dat ze nog geen soep van het nestje heeft gemaakt. Ze heeft het advies gekregen om de nestdraden in de pap mee te koken, appt ze. Dat zou gezond en lekker zijn.

Een zak met eetbare nestjes.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Indonesië

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next