Home

Groene revolutie blaast fossiel binnenkort omver: er is echt wel goed nieuws te melden

Stop met somberen over de energietransitie: de groene energierevolutie is echt aanstaande, betoogt een grote klimaatdenktank. Al is er niet alleen maar goed nieuws.

is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.

Verdampende klimaatdoelen; files op het stroomnet; de fossiele industrie die de wind in de zeilen heeft door alweer een oorlog; torenhoge prijzen aan de pomp en een Amerikaanse president die lyrisch is over kolen, olie en gas. Het is niet moeilijk somber te worden over de staat van de energietransitie en het klimaat.

Maar gaat het echt zo slecht? Nee, stelt de internationale denktank Ember deze week in The Age of Power, een publicatie die gelezen kan worden als een antiserum tegen klimaatpessimisme. De wereld staat op het punt van een doorbraak op energiegebied, stelt Ember. Dankzij twee technologieën die nu samenkomen en elkaar versterken: de informatierevolutie van ICT en AI enerzijds en aan de andere kant de onstuitbare opmars van duurzame energie.

Ook voor Europa (volgens velen min of meer afgeschreven op het geopolitieke toneel) liggen kansen in het verschiet, constateert hoofdonderzoeker Daan Walter van Ember. Al ziet hij ook risico’s, zegt hij vanuit New York.

Verfrissend om weer eens een positief verhaal te horen over de energietransitie.

‘Ons rapport is positief als het gaat om mogelijkheden om de CO2-uitstoot te verminderen en klimaatverandering te bestrijden. Maar achter deze boodschap schuilt ook een zekere doem. Namelijk dat wij als het Westen, als Europa, niet meer vooroplopen. En het is de vraag of we de achterstand op Azië nog kunnen inhalen. Wat klimaat betreft is dit een goed verhaal, maar qua geopolitiek wordt het lastig. Daarom ben ik niet alleen maar optimistisch.’

Eerst enige uitleg. De wereld staat op een punt waarbij twee revoluties bij elkaar komen, stelt u. Welke zijn dat?

‘Artikelen in de krant en rapporten van denktanks gaan vaak óf over de informatierevolutie óf over de energietransitie. Maar deze twee onderwerpen horen juist bij elkaar, want ze kennen veel overeenkomsten. Ze maken gebruik van dezelfde materialen (zoals silicium, red.), delen hun ontstaansgeschiedenis, leunen op dezelfde natuurkunde rond elektromagnetisme en vertonen dezelfde exponentiële groeicurves. Anders gezegd: er zijn meer overeenkomsten tussen een laptop en een zonnepaneel dan tussen een laptop en een gasturbine.

‘Dit zijn dus geen afzonderlijke revoluties. In feite zijn het twee takken van hetzelfde technologische systeem. Deze twee takken versterken elkaar nu: infotech maakt elektrotech slimmer en goedkoper, terwijl elektrotech de energie en hardware levert waarop AI en automatisering groeien. Samen vormen ze één zichzelf versterkend systeem dat zich steeds verder door de economie verspreidt.’

Waarom gebeurt dit nu en niet al eerder?

‘Beide ontwikkelingen volgden tot nu toe hun eigen pad. In de jaren tachtig was er de informatierevolutie (met de opkomst van de pc, telecom en internet, red.) en pas in de jaren tien van deze eeuw kwam de elektrotechrevolutie (zonnepanelen, omvormers, windturbines, red.) op gang. Ze bestonden en groeiden dus lange tijd naast elkaar.

‘Nu komen ze samen, onder meer door kunstmatige intelligentie. Tien jaar geleden hield niemand het voor mogelijk dat elk persoon zijn eigen software kan ontwikkelen. Nu kan dat dankzij AI. Duurzame technologie bestond tien jaar geleden al wel, maar was duur. Er waren bijvoorbeeld subsidies nodig om Nederland aan de e-auto te krijgen. Nu hoeft dat in veel landen niet meer.

‘Je ziet ook dat investeringskosten van duurzame energieopwekking inmiddels lager zijn dan fossiele alternatieven. Het is nu vaak goedkoper om zonnepanelen te installeren dan om een gasturbine neer te zetten die ook nog kostbaar aardgas moet verbranden. We zien veel opkomende economieën daarom de omslag maken naar zon. Gewoon omdat het goedkoper is.’

U noemt AI als reden voor de huidige samenkomst. Hoe zit dat?

‘AI stuit nu op drie knelpunten: de beschikbaarheid van elektriciteit, netcapaciteit en toegang tot de fysieke economie. Daarmee bedoel ik dat AI pas echt kan doorbreken in robots, voertuigen, fabrieken en gebouwen als die elektrisch en digitaal bestuurbaar zijn.

‘Elektrotech biedt op alledrie van deze onderwerpen een uitweg: zon en batterijen kunnen snel nieuwe stroom toevoegen (in tegenstelling tot aardgas, de bouw van centrales vergt veel tijd, red.), batterijen en slimme sturing maken het elektriciteitsnet flexibeler, en elektrificatie opent de fysieke economie voor AI.’

China lijkt het belang van deze ontwikkelingen beter te begrijpen dan Europa en de Verenigde Staten, constateert u. Waarom?

‘Ter nuancering: Europa doet het, in tegenstelling tot wat velen denken, best goed. Zeker met de productie en export van kabels, schakelaars en al die apparatuur die nodig is voor het nieuwe stroomnet. Deze spullen komen uit landen als Duitsland, Frankrijk en Nederland en ze leveren economisch veel meer op dan de verkoop van zonnepanelen. We verdienen hier echt veel geld mee.

‘Op dit vlak loopt Europa dus voorop en kijkt China juist naar ons. Bijvoorbeeld hoe je een energiemarkt optuigt. Europeanen zijn goed in zelfkastijding, maar op dit gebied zijn we ongeslagen.’

En hoe staat Nederland ervoor?

‘Als we in Nederland praten over de energietransitie, kijken we meteen naar Rotterdam, want dat is onze energiehub. We kijken te weinig naar Eindhoven, dat zich tot een enorme elektrotechhub heeft ontwikkeld. Daar komen de echte doorbraken vandaan.’

Nederland houdt te lang vast aan zijn fossiele verleden, dat in de Rotterdamse haven nog duidelijk aanwezig is, stelt Walter. Dus rommelen we wat met CO2-opslag en wordt hier en daar een elektrisch industrieel fornuis geplaatst. De verkeerde route, aldus Walter.

Veel van de Rotterdamse fossiele energie gaat nu nog naar het Duitse achterland. Maar als de Duitse industrie straks elektrificeert, heeft ze veel van onze raffinageproducten niet meer nodig, zegt hij. ‘Dat gaat gebeuren. Kijk naar de Duitse auto-industrie. Die hield lang vast aan fossiel, maar ze hebben elektrisch nu omarmd. Met grote gevolgen.’

Beter dan geld te steken in Tata Steel of CO2-opslag voor BP en Shell, zegt de onderzoeker, kan de overheid investeren in veelbelovende opkomende bedrijven als LeydenJar, Eleo en Heliox.

Deze jonge bedrijven kunnen toch nooit de rol overnemen van enorme concerns in de haven?

‘Vergis je niet, van dit soort bedrijven kunnen we als land heel rijk worden. Dit zijn typisch ondernemingen die niet alleen onze eigen CO2-emissies kunnen verlagen, maar de wereldwijde uitstoot kunnen helpen te temperen. Steun dit soort ondernemingen en je ontwikkelt een echt nieuwe, schone industrie.

‘In talkshows en in de krant gaat het altijd over Tata Steel en Shell, hoe we hun uitstoot kunnen verminderen. Dat is natuurlijk belangrijk, maar het is een defensieve manier om naar de transitie te kijken. De grotere economische kans zit in de nieuwe industrieën die door deze technologische revolutie ontstaan. Daarvoor zouden we veel meer aandacht moeten hebben.’

Die revolutie komt nu echt op gang, stelt u in het rapport. Hierdoor denkt u dat olie vermoedelijk zijn piek heeft bereikt. Klopt dat wel? De CO2-uitstoot stijgt nog gewoon.

‘We bevinden ons in een situatie die je kunt omschrijven als peak confusion. Als je artikelen leest uit The New York Times uit 1910, zie je daarin een discussie over de paardenwagen versus de auto. Er kwamen toen dagelijks meer paarden bij dan auto’s. Dus het paard had een mooie toekomst, had je toen kunnen denken. Een paar jaar later zag je op foto’s vooral auto’s in het straatbeeld en nauwelijks nog een paard. Je ziet de piek dus niet als je er middenin zit.

‘Terugkijkend zouden we straks weleens kunnen constateren dat 2025 het oliepiekjaar is geweest. Zeker omdat er door de hoge brandstofprijzen nu zo veel elektrische auto’s worden gekocht. In bestuurskamers van bedrijven worden vast ook investeringsbesluiten genomen over cleantech, waarvan het effect op de olievraag pas over een paar jaar zichtbaar wordt. Dan zet de fossiele neergang in en krijgt de fossiele industrie te maken met stranded assets (onverkoopbare installaties, red.).

‘Fossiele bedrijven lopen een enorm risico. Zij zien dit ook. De overeenkomst met Kodak is groot. Bij Kodak wisten ze ook wel dat digitale fotografie groot zou worden, maar ze snapten niet hoe ze die nieuwe technologie konden inzetten. Ze hebben het geprobeerd. Net zoals Shell en Exxon ook pogingen hebben gedaan om duurzaam te omarmen, met windenergie en elektrisch laden, maar het is ze niet gelukt.’

Er is niet alleen goed nieuws. De opkomst van AI en decentrale energie vormt ook een geopolitiek risico, schrijft u. Van welke risico’s moeten politici zich vergewissen?

‘Allereerst op economisch gebied. Ons rapport heet The Age of Power. Dat gaat niet alleen over de kracht van het elektron, maar ook over markt-power. Als de Amerikaanse president Donald Trump bijvoorbeeld heffingen oplegt aan China, schroeft Beijing direct de export terug van zeldzame aardmaterialen. De volgende dag gaan de heffingen er weer af. Dat hebben we nu een paar keer gezien.

‘China heeft dus marktmacht. Dit laat zien dat wie achterloopt, afhankelijk kan worden van de landen die de nieuwe productieketens en technologie in handen hebben.

‘China is hiervan nu het duidelijkste voorbeeld, maar het bredere punt is dat zulke verschuivingen in technologie ook verschuivingen in economische en geopolitieke macht veroorzaken — in de richting van de winnaars.’

Het is dus niet alleen maar hosanna?

‘Veel landen zetten in op deze technologieën omdat die ze minder afhankelijk kunnen maken. Deze ontwikkeling kan veel mensen wereldwijd toegang tot energie en informatie geven. Maar daar zit ook een keerzijde aan: dezelfde technologie kan ook nieuwe vormen van misbruik mogelijk maken, van goedkope autonome aanvalsdrones tot AI die cyberaanvallen toegankelijker maakt.

‘Politici zouden hierop kunnen reageren door meer toezicht op te tuigen, met camera’s en drones die de wereld om ons heen monitoren. De uitdaging is om ons tegen de gevaren te beschermen zonder dat we een steeds verdergaande surveillancestaat optuigen.’

CO2-effect van elektrisch rijden wordt zichtbaar

Het was een klein berichtje in de krant, begin deze maand: de CO2-uitstoot van het Nederlandse wegverkeer is vorig jaar gedaald. Er was eerder een afname, maar dat was in het coronajaar 2020, toen het hele land tot stilstand kwam.

De daling vorig jaar was minimaal, nog geen 2 procent. Onbeduidend? Allerminst. Het verkeer is een van de grote bronnen van CO2, ook in Europa. Hoewel andere sectoren al jarenlang een daling laten zien, bleef de uitstoot van transport hardnekkig hoog. Begrijpelijk: wereldwijd is slechts 1,5 procent van het transport geëlektrificeerd. Bijna alles draait dus nog op fossiel.

De Nederlandse daling was dus spectaculair nieuws dat onderbelicht is gebleven. Spectaculair, vooral vanwege de onderliggende oorzaak: de daling is een rechtstreeks gevolg van de opmars van de elektrische auto, constateert het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Hoewel hun aandeel nog gering is, leveren al die e-auto’s nu al een bijdrage aan lagere emissies. Die daling zal de komende jaren doorzetten, constateert ING-econoom Rico Luman. Door nieuwe kabinetsmaatregelen is binnenkort 55 procent van de nieuwe auto’s elektrisch. Hierdoor is de kans zelfs groot, stelt hij, dat transport in 2030 als enige sector de klimaatdoelen haalt. Zo gaat de transportsector van achterblijver naar koploper, dankzij de e-auto.

Europabreed kan de vlag nog niet uit: in de EU daalden de emissies vorig jaar en in het eerste kwartaal van 2026 nog niet, constateert Luman. ‘Al zie ik vooral in Scandinavië de elektrificatie van het wagenpark groeien.’ Ook België doet het volgens hem goed.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next