Lang leken dialecten te verdwijnen, maar volgens Sterre Leufkens, medeauteur van Atlas van het dialect in Nederland, beleven ze juist een opleving: steeds vaker klinken streektalen weer op straat, online en op tv.
Wanneer Sterre Leufkens als 8-jarig meisje van Delft naar Borne verhuist, valt het haar op hoe anders mensen in Twente spreken. Ze gebruiken woorden die ze niet kent, praten in een ander ritme en slikken sommige klanken in. ‘Voor het eerst werd ik me ervan bewust dat mensen in Nederland op verschillende manieren praten’, zegt Leufkens. ‘En het fascineerde me hoe belangrijk ze dat vonden. Toen mijn vader een nieuwe kennis vertelde dat hij Twents wilde leren, zei die: ‘Twents kun je niet leren.’’
De Bornse woorden en klanken waren het begin van haar interesse voor de Nederlandse dialecten. Leufkens, inmiddels 40 en taalkundige aan de Universiteit Utrecht, schreef er samen met drie andere auteurs een boek over: Atlas van het dialect in Nederland, dat deze week verschijnt. Volgens Leufkens en haar medeauteurs komt het boek op een goed moment, want steeds vaker horen ze de verschillende dialecten terug op straat en tv. ‘We hebben zo lang gehoord dat dialecten verdwijnen, maar de laatste jaren zijn ze aan een tweede leven bezig.’
Waren de zorgen over het verdwijnen van de dialecten dan onterecht?
‘Deels. Er zijn nu veel minder dialectsprekers dan in de tijd van mijn opa en oma. Zij waren van Delft naar Maastricht verhuisd en spraken een woordje dialect mee als ze op straat liepen. Zo hoorde dat. Ieder dorp had zijn eigen dialect, vijf kilometer verderop gebruikten mensen al volledig andere woorden.
‘Het was veel gebruikelijker om alleen contact te hebben met mensen uit je eigen dorp of stad. Dat iedereen hetzelfde dialect sprak, gaf een gevoel van eenheid; het was meteen duidelijk of iemand er wel of niet bij hoorde. Als mijn oma in een winkel Mestreechs sprak, kreeg ze al snel een kopje koffie en een beetje korting.
‘Veel mensen kwamen maar weinig in aanraking met het Standaardnederlands, de officiële en algemeen gesproken taal. Tijdens het leven van mijn opa en oma is dat enorm veranderd. Met de tv kwam Standaardnederlands de woonkamers binnen en steeds meer mensen gingen studeren of werken in andere steden.
‘Veel dialecten zijn daardoor langzaam verwaterd. Ze verloren een deel van het eigen karakter en groeiden naar het Nederlands toe. En vaak ook naar elkaar: er zijn bijna geen dorpen meer met een volledig eigen dialect. Dialecten zijn regiolecten geworden.’
Een taal is een dialect met een leger, schrijven jullie in de atlas. Wat bedoelen jullie daarmee?
‘Het is een bekende uitspraak van de Russisch-Amerikaanse taalwetenschapper Max Weinreich. Hij bedoelde dat een dialect in bijna alles op een taal lijkt, behalve dat het geen macht heeft. Kort gezegd: is er politieke en culturele waardering voor? Heeft een dialect genoeg aanzien om een taal te mogen zijn?
‘Zo hebben de Friezen lang gelobbyd en gedemonstreerd voor de erkenning van het Fries als officiële taal. Ze maakten woordenboeken en regels om de taal te standaardiseren en wezen op middeleeuwse bronnen waarin het Fries beschreven staat als aparte taal. Dat we het Fries als taal kennen, komt vooral door historische en politieke omstandigheden.
‘Taalkundig zijn er namelijk geen duidelijke verschillen tussen een dialect en een taal. Ze hebben allebei een eigen grammatica, woordenschat en klanken. Een dialect is dus ook iets anders dan een accent, dat gaat echt alleen om de uitspraak. Zo kan iemand ook zonder accent zeggen ‘Ik heb de band lek’ en zouden mensen uit het oosten meteen weten dat het een Twent is.’
Als een dialect minder aanzien heeft dan een taal, hoe zit het dan met de sprekers?
‘Uit onderzoek blijkt dat we dialectsprekers anders beoordelen. Van mensen die Standaardnederlands praten, denken we over het algemeen dat ze slimmer zijn, maar tegelijkertijd vinden we ze arrogant en afstandelijk. Dialectsprekers vinden we warmer en sympathieker klinken, maar ook minder intelligent.
‘Het idee bestaat dat Standaardnederlands een ‘betere’ taal is. Dat beeld is misschien een beetje aan het veranderen, maar het zit diep in onze maatschappij. Zo mochten nieuwslezers of mensen in een publieke functie bijvoorbeeld heel lang geen accent hebben. Twan Huys, opgegroeid in Limburg, heeft zichzelf aangeleerd om zo neutraal mogelijk te spreken, omdat hij dacht dat hij het anders in Hilversum niet zou redden.
‘Op scholen waren dialecten ondergeschikt aan het Nederlands. Kinderen moesten Standaardnederlands spreken, omdat ze anders geen baan konden krijgen in een van de grote Nederlandse steden. Sommige ouders stuurden hun kinderen zelfs naar een logopedist.’
Hoe is dat zo gekomen?
‘In de 15de eeuw sprak iedereen in Nederland zijn eigen dialect. Geleidelijk zijn verschillende elementen van de Nederlandse dialecten samengevoegd om één schrijftaal te maken, zodat mensen in het land elkaar konden begrijpen. De Hollandse dialecten kregen de voorkeur, omdat daar de belangrijkste handelssteden lagen. De dialecten lagen dus aan de basis van wat Standaardnederlands is geworden, niet andersom.
‘Pas vanaf het einde van de 19de eeuw, in de tijd van fanatiek nationalisme in Europa, gingen steeds meer mensen het ‘officiële’ Nederlands ook spreken. Vooral rijke mensen vervingen hun dialect voor de standaardtaal, onder meer omdat zij op school les kregen. Zo ontstond het idee dat dialectsprekers ongeschoold en arm waren. Wie Standaardnederlands sprak, haalde daar prestige uit en keek neer op de mensen die dat niet deden. Die stereotypen hebben we nooit helemaal achter ons gelaten.’
In de atlas schrijven jullie dat het dialect aan een opmars bezig is. Is dat vooroordeel aan het afbrokkelen?
‘Er komt zeker meer ruimte voor dialecten. In een tijd waarin veel dingen op het internet onecht zijn, voelen dialecten en accenten voor veel mensen als oprecht. Het geeft mensen een eigen karakter, iets authentieks.
‘We horen dialecten steeds vaker terug. In de serie Undercover wordt ‘plat’ Brabants gesproken. Online zien we populaire dialectinfluencers, als TikTok Tammo uit Groningen en Lotte oet Limburg. Ze maken grappige filmpjes over hun regio, vaak in dialect of met een accent. En op tv zien we presentatoren als Erik Dijkstra van Per seconde wijzer, die met een duidelijk Twents accent spreekt.
‘Die aanwezigheid van dialecten was veertig jaar geleden ondenkbaar, maar nu kijkt niemand daar raar van op. Veel mensen vinden het zelfs leuk. We hebben voor het boek een enquête uitgezet, waaruit blijkt dat mensen positief kijken naar de dialecten in Nederland. Zelfs mensen die geen dialect spreken, zeggen dat ze dialecten waarderen.’
In de hele samenleving zien jullie een herwaardering van het dialect. Ook bij jongeren?
‘Veel jongeren van nu hebben van huis uit weinig dialect meegekregen, bijna hun hele opvoeding was in het Standaardnederlands, maar ze gebruiken het nog altijd om het groepsgevoel met mensen uit hun regio aan te sterken.
‘Mijn studenten uit Brabant kiezen ervoor om in Utrecht zo neutraal mogelijk te spreken. Maar als het carnaval is, zetten ze hun accent lekker dik aan. Ook als ze thuis geen Brabants spraken, hebben ze het gevoel dat ze op die manier deel uitmaken van de groep.
‘Wel doen ze het op hun eigen manier. Ze nemen elementen uit het traditionele dialect en maken daar iets nieuws van. Zo zijn er in het Brabants mannelijke en vrouwelijke lidwoorden, unne en un, maar vaak weten jongeren niet meer welke woorden mannelijk of vrouwelijk zijn, dus gebruiken ze alles door elkaar heen. Ze hebben genoeg gehoord om het te imiteren, maar niet genoeg om het goed te doen volgens de traditionele regels. Het gaat erom dat het Brabants klinkt.’
Tot onvrede van de oudere generatie?
‘Niet iedereen is daar blij mee, inderdaad. Veel sprekers die het dialect van huis uit meekregen, beoordelen deze nieuwe vorm als ‘fout’. Op Facebook zijn er mensen die spelling corrigeren. Dat is ergens begrijpelijk: voor hen is het de taal waarmee ze zijn opgegroeid. Het is lastig om die te zien veranderen.’
Geven jongeren nu een inkijkje in het dialect van de toekomst?
‘Dialecten zullen blijven veranderen, maar het is moeilijk om te zeggen op welke manier. Met een nieuwe generatie dialectsprekers zullen sommige elementen uit de taal verdwijnen, terwijl andere behouden blijven. Het dialect dat opa’s en oma’s spraken zal in een andere vorm voortleven.
‘Taalverandering is niet tegen te houden; overal waar mensen een taal spreken, treedt taalvariatie op. Wat mij betreft is het een enorme verrijking dat dialecten veranderen. Het betekent dat mensen ze nog steeds gebruiken.
‘En uiteindelijk delen verschillende generaties een gemeenschappelijk gevoel: trots voor hun cultuur en geboorteplek. Ik geloof dat het dialect daar altijd deel van zal uitmaken: mensen hebben de behoefte om hun lokale identiteit in taal uit te drukken.’
Sterre Leufkens, Kristel Doreleijers, Alexia Kerkhof en Marc van Oostendorp: Atlas van het dialect in Nederland. Uitgeverij Lannoo; 232 pagina’s; € 39,99.
Source: Volkskrant