Geschiedenis Het Nationaal Archief vormt letterlijk het geheugen van ons land, schrijven Hanco Jürgens en Maria Grever. Als je daarin gaat snijden, zet je de bijl aan de democratie.
Het Nationaal Archief heeft in Europees verband altijd vooropgelopen. Bij de nieuwste trends in digitalisering van het papieren archief, in het presenteren van het onderzoek naar belangrijke episodes in de geschiedenis. Maar deze vooraanstaande positie in Europa wordt in één klap tenietgedaan door de aankondiging van het nieuwe beleid om geen tentoonstellingen meer te organiseren en om geen particuliere archieven meer op te nemen. Hoe is dit mogelijk?
Hanco Jürgens doceert Duitslandstudies en geschiedenis aan de UvA. Hij is verbonden aan het Duitsland Instituut Amsterdam. Maria Grever is emeritus hoogleraar theoretische geschiedenis en historische cultuur aan de Erasmus Universiteit.
Juist nu de politiek moeite heeft om richting te geven aan maatschappelijke debatten en toekomstlijnen uit te zetten, is de publieksfunctie van het archief van het allergrootste belang. Daar moet eerder méér dan minder geld naartoe. Voor het goed functioneren van onze democratie is het cruciaal om te weten waar we vandaan komen, hoe onze instituties zijn opgebouwd, welke sociale en politieke problemen eerder al speelden en in welk maatschappelijk krachtenveld belangrijke besluiten werden genomen.
Dat het Nationaal Archief in Den Haag nu onderzoek en educatieve activiteiten wegbezuinigt, ondermijnt de kennis bij het publiek over archieven – en daarmee het draagvlak van het instituut.
Een voorbode van dit beleid werd vorig jaar al zichtbaar toen de uitgewerkte plannen voor een tentoonstelling in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging met één pennenstreek door de directie werden geschrapt. Dit archief van de berechting van personen die vlak na de Tweede Wereldoorlog werden verdacht van collaboratie, wordt zo druk bezocht dat er in de studiezaal van het archief zelf al veel voor opzij is gezet om bezoekers – veelal op zoek naar de sporen van hun familieleden – een plek te kunnen gunnen. Je kunt echter niet genoeg doen om bezoekers op een toegankelijke en laagdrempelige manier te informeren over dit archief. Alleen zo wordt het mogelijk om de ingewikkelde gerechtsdossiers te begrijpen. Het vergt kennis en ervaring om de vaak tegenstrijdige getuigenverklaringen op waarde te kunnen schatten. Juist daarom was deze tentoonstelling zo belangrijk.
Voor de toekomst van ons verleden is de maatregel om geen particuliere archieven meer op te nemen zo mogelijk nóg desastreuzer. Wie zich met de parlementaire geschiedenis bezighoudt, weet dat politieke besluiten genomen worden na zorgvuldig overleg achter de coulissen. Dat overleg is alleen in persoonlijke nalatenschappen te reconstrueren. Gelukkig heeft het Nationaal Archief eerder de archieven opgenomen van pas overleden politici als Elco Brinkman, Hans Wiegel, Frits Bolkestein en Bram Peper.
De archieven van Wim Kok, Jan Terlouw, Jan Peter Balkenende en Mark Rutte komen nu niet meer in aanmerking om te worden opgenomen. Dat is onbestaanbaar. Deze archieven zijn niet alleen van eminent belang voor een beter begrip van de grote veranderingen in het politieke bedrijf zelf, maar ook voor grote maatschappelijke vraagstukken over de vrije markt, de omgang met vluchtelingen, sociale zekerheid, buitenlandbeleid, defensiebeleid, de afschaffing van de dienstplicht, en zo meer.
Het is sowieso verbazingwekkend dat het Nationaal Archief zich vooral toelegt op de politieke archieven. Voor Nederland is het leven van kunstenaars, intellectuelen of tv-persoonlijkheden net zo belangrijk. Waarom is er voor Wim T. Schippers, Sonja Barend of Cees Nooteboom geen plek in het Nationaal Archief? We willen toch een breed aanbod van onze hedendaagse samenleving aan latere generaties nalaten? Dan horen daar toch zeker zulke markante persoonlijkheden uit het culturele leven bij.
De bekendste Nederlandse historicus, Johan Huizinga, schreef al in 1929 dat geschiedenis de geestelijke vorm is waarin een cultuur zich rekenschap geeft van haar verleden. Daar past geen platte bezuinigingsronde of onzalige selectiedrift bij.
Het Nationaal Archief heeft tot taak om inzicht te bieden in heden en verleden aan de huidige generatie – en vooral ook aan de generaties van de toekomst. Daar horen zorgvuldige afwegingen bij. Natuurlijk kan niet alles opgenomen worden in het archief en natuurlijk vraagt het huidige tijdperk om nieuwe zoekmethoden en opslagcapaciteiten, waarbij het archief ook de sociale media in ogenschouw moet nemen.
Maar dat betekent niet dat de oude archieven van belangrijke Nederlandse politici, kunstenaars en intellectuelen moeten worden afgedankt. Daarmee doorkruist het Nationaal Archief niet alleen een democratisch proces, maar snijdt het ook toekomstige historici de pas af. Zij kunnen namelijk niet meer onderzoeken hoe Wim Kok de opkomst van Pim Fortuyn ervoer, welke positie Jan Peter Balkenende innam tijdens de bankencrisis, en hoe de vooraf niet zo voor de hand liggende vriendschap tussen Mark Rutte en Angela Merkel vorm kreeg.
Overheid, let op uw zaak. Neem de taakstelling van het Nationaal Archief serieus en zorg ervoor dat het archief zijn werk kan doen. Alleen dan kan de overheid ook voldoen aan de huidige cultuur van verantwoording, die in alle andere geledingen van de overheid opgeld doet.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie