Het aantal olietankers en schepen met grondstoffen dat door de Straat van Hormuz vaart, is afgelopen weekend verder afgenomen.
Uit scheepvaartgegevens bleek maandag dat twaalf schepen met grondstoffen de zeestraat passeerden. Het weekend daarvoor waren dat er nog 35. De daling komt terwijl de spanningen tussen Iran en de Verenigde Staten aanhouden.
Het zichtbare scheepvaartverkeer door de zeestraat is daarmee tot een minimum gedaald. Voor het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten werd via de Straat van Hormuz nog een vijfde van de wereldwijde behoefte aan olie en vloeibaar aardgas (lng) vervoerd. Olieproducenten in het Midden-Oosten blijven wel exporteren met tankers waarvan de transponders zijn uitgeschakeld.
Wat betreft de schepen die kunnen worden gevolgd, verlieten zondag vier schepen de zeestraat: twee tankers met geraffineerde olieproducten en twee lege schepen voor het vervoer van bulkgoederen en gas. Tegelijkertijd voeren twee kleinere olietankers de Golf binnen. Dat blijkt uit voorlopige gegevens van analysebureau Kpler.
Zaterdag verlieten vijf schepen met landbouwproducten, vloeibaar petroleumgas (lpg) en kunstmest de Golf. Een leeg, zeer groot gastransportschip voer die dag juist de Golf binnen.
Voordat de oorlog tussen Iran en de VS uitbrak, passeerden doorgaans zo'n 125 grote commerciële schepen per dag de zeestraat, waaronder tankers, gastransportschepen, bulkschepen en containerschepen.
Na het uitbreken van de oorlog heeft Iran de Straat van Hormuz geblokkeerd. Daardoor staan honderden olie- en gastankers al maanden vast. Dat heeft wereldwijd tot flink hogere energieprijzen geleid.
Mensen betalen nu een hogere energierekening en ook aan de pomp zijn de prijzen flink gestegen. Een liter diesel is gestegen tot een recordniveau van 2,824 euro. Een liter benzine kost nu 2,712 euro, blijkt uit cijfers van UnitedConsumers.