Home

Twee Chinees-Indonesische kunstenaars tonen in Buro Stedelijk hoe een deel van hun identiteit werd uitgewist: ‘Ik begreep pas veel later dat ik etnisch ook Chinees ben’

Nederlands-Indië Wat als je achternaam niet meer refereert naar je culturele herkomst? Twee Chinees-Indonesische kunstenaars, FX Harsono en Vincent Ruijters, brengen in het Amsterdamse Buro Stedelijk een ode aan grote én persoonlijke postkoloniale geschiedenissen. „Ik vind het jammer dat er geen enkel spoor van mijn Chinees-Indonesische achtergrond in mijn naam doorklinkt.”

Vincent Ruijters (l.) en FX Harsono in Buro Stedelijk.

Een rode baan van stof slingert zich over het plafond een weg door de uitgang van Buro Stedelijk, de projectruimte van het Stedelijk Museum Amsterdam. Je zou er een bloedvat in kunnen zien, of een luchtwortel van de heilig beschouwde waringinboom in Indonesië.

Voor de tentoonstelling Names in Our Veins maakte beeldend kunstenaar Vincent Ruijters (1988) het nieuwe werk Kuburan (Graves). Als kunstenaar van Chinees-Indonesisch-Nederlandse herkomst gaat zijn werk de dialoog aan met de befaamde Chinees-Indonesische kunstenaar FX Harsono (1949), die in Indonesië woont en werkt. Een intergenerationeel gesprek met twee kunstenaars over grote en kleine postkoloniale geschiedenissen in het kantoor van Buro Stedelijk.

De expositie ‘Names In Our Veins’ van FX Harsono and Vincent Ruijters in Buro Stedelijk.

Eerst over de titel van de tentoonstelling: die gaat over uitgewiste namen en identiteiten. „Mijn Chinese naam is Oh Hong Boen”, vertelt FX Harsono. „Vanaf 1966 werd er in Indonesië op aangestuurd dat alle Chinezen een Indonesische achternaam moesten aannemen.” In dat jaar kwam generaal Soeharto aan de macht, en werd de discriminatie van Chinezen in nieuwe wetten vastgelegd.

Etnische markering

Naar schatting wonen er ongeveer 3 miljoen Chinezen in Indonesië. Hun aanwezigheid wordt al beschreven vanaf 960, het stichtingsjaar van de Chinese Song-dynastie, ver voor de komst van de Nederlanders in 1596. Harsono: „In de Nederlandse koloniale periode fungeerden de Chinezen als middleman. Ze inden de belasting voor de Nederlanders onder de Indonesische bevolking. Dat gaf hen een uitzonderlijke positie waar sommige Chinezen erg rijk van werden.”

Het rechtssysteem had in Nederlands-Indië drie ‘klassen’: de eerste klasse van Europeanen, de tweede klasse van ‘Vreemde Oosterlingen’ als Chinezen en Indiërs, en de derde en grootste klasse van Indonesiërs. Per klasse golden verschillende wetten, waarvan sommige nog tot in de 21ste eeuw doorwerkten.

Harsono: „In onze identiteitsbewijzen stond een paraaf dat we etnisch Chinees waren.” Hij herinnert zich een stip in de code. Omdat identiteitskaarten destijds nog niet landelijk gestandaardiseerd waren, kon de precieze vorm van de markering van stad tot stad verschillen. „Als ik overheidszaken geregeld wilde hebben, dan moest ik altijd extra geld betalen. In Indonesië bestaat namelijk nog steeds het idee dat Chinezen rijk zijn.”

Ruijters vult aan: „Ik ontdekte recent dat ik een bloedverwant ben van een Kapitein der Chinezen.” Het is een van de hoogste posities die je als Chinees in Nederlands-Indië kon behalen. Hij verdiept zich sinds een paar jaar in zijn familieverleden, en voelt daar een zeker ongemak bij. Het legde de Chinezen geen windeieren om met de koloniale overheerser samen te werken. „Ik snap waarom de Indonesiërs tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog zo boos waren op het koloniale systeem, hoewel dat nooit het geweld tegen de Chinees-Indonesische gemeenschap rechtvaardigt.”

Ruijters’ moeder heeft een Chinese achternaam: zij kwam in 1966, voor de naamsveranderende wet van kracht ging, naar Nederland. „Vertrekken, vluchten, ik weet eigenlijk niet hoe je het moet noemen”, zegt Ruijters. „In elk geval wilde mijn moeder dat ik het hier zo goed mogelijk had, dus ze leerde me geen Bahasa [Indonesisch] en ik kreeg mijn vaders Hollandse achternaam.” Het is een typisch voorbeeld van aanpassen en assimilatie. Ruijters: „Achteraf vind ik het wel jammer dat er geen enkel spoor van mijn Chinees-Indonesische achtergrond in mijn naam doorklinkt.”

Waar Ruijters moeder koos voor aanpassing, maakt Harsono in Indonesië al sinds de jaren zeventig maatschappijkritische performances en videokunstwerken. „Ik werd altijd in de gaten gehouden”, vertelt Harsono. „Ook in de jaren negentig kwamen er nog mensen van de inlichtingendienst naar mijn tentoonstelling. Toevallig was ik er op dat moment niet.” Of hij zich gecensureerd voelde? „Absoluut.”

Het was pas nadat in 2000 een wet (Keppres6/2000) werd aangenomen dat Chinezen in Indonesië hun religie, gebruiken en tradities openlijk mochten uitoefenen, dat Harsono zich vrijer voelde om zijn Chinese identiteit tot onderwerp van zijn kunst te maken. „Ik realiseerde me dat ik mijn Chinese naam niet meer kon schrijven. Zo ontstond het werk Writing in the Rain.” In dat meditatieve videowerk kalligrafeert Harsono zijn Chinese naam op een glasplaat. Regenwater spoelt de inkt voortdurend weg.

In het videowerk ‘Writing in the Rain’ kalligrafeert Harsono zijn Chinese naam op een glasplaat.

Heeft Harsono weleens overwogen om zijn Chinese naam weer aan te nemen? „Deze naam hoort nu al meer dan vijftig jaar bij mij, maar mijn Chinese naam vormt wel een belangrijke herinnering. Writing in the Rain is daar een eerbetoon aan.”

Chinese massagraven

Harsono: „Mijn vader was fotograaf. Hij fotografeerde in opdracht van de Chung Hua Tsung Hui [Federatie van Chinese organisaties in Indonesië] Chinese massagraven van de Onafhankelijkheidsoorlog. Toen ik deze foto’s jaren later vond, besloot ik op zoek te gaan naar de massagraven op Java. Een ervan bevindt zich in mijn geboortestad Blitar in Oost-Java.”

Hij vervolgt: „Op elke plek ging ik op zoek naar de oudste Chinese tempel, en daar sprak ik de oudste mensen aan of ze meer wisten over het massagraf in hun stad.” Harsono legde de gesprekken vast in de documentairereeks The Last Survivor (2017-2025). Sommige overlevenden deden hun verhaal, maar vroegen Harsono om niet opgenomen te worden in de documentaire. Het laat zien hoe gevoelig het onderwerp nog altijd is.

Pilgrimage to History (2013), ook te zien in Buro Stedelijk, werd een indrukwekkende videoperformance waarin Harsono op wit textiel de namen op de massagrafstenen met rood krijt overkrast. De namen zijn nu vereeuwigd op het witte textiel, in het werk Rewriting on the Tomb (2013).

FX Harsono: „Deze naam hoort nu al meer dan vijftig jaar bij mij, maar mijn Chinese naam vormt wel een belangrijke herinnering.”

„Ik wilde dit stukje geschiedenis zichtbaar maken en bewaren”, aldus Harsono. „Sommige graven waren al verplaatst doordat verspreide opgegraven resten bij elkaar werden gebracht.” De identiteit van de overledenen werd in de jaren vijftig achterhaald via oproepen in de pers, betrokkenheid van de familieleden, en de koloniale burgerlijke stand voor de Chinese bevolkingsgroep.

De Onafhankelijkheidsoorlog zou niet de enige eruptie van geweld blijven richting Chinezen in Indonesië. De geschiedenis herhaalde zich tijdens de machtsovername van Soeharto in 1966, en tijdens de mei-rellen van 1998 vielen in Jakarta 1.200 doden toen winkels en woningen van etnische Chinezen werden geplunderd en vernield. Een onafhankelijk vrijwilligersteam registreerde 168 gevallen van verkrachting, waar tot op heden niemand voor is vervolgd. Ruijters: „Tot 1998 gingen we heel vaak naar Indonesië. Daarna niet meer.”

Portaal naar een andere wereld

„Ik groeide op aan de posh-kant van Den Haag, in een compleet witte omgeving”, vertelt Ruijters. „Mijn moeder vertelde me altijd dat ik deels Indonesisch was. Op de middelbare school begon ik te merken dat ik anders was dan de rest. Ik begreep pas veel later dat ik etnisch ook Chinees ben.”

Ruijters woonde negen jaar in Japan en behaalde er een PhD, waarin hij onderzoek deed naar de esthetiek van intimiteit. Toen hij in 2021 terugkeerde naar Nederland, was het moeilijk weer te aarden. Zo begon een introspectieve reis, die hem terugleidde naar het graf van zijn overgrootmoeder in Pariaman, Sumatra. „Mijn oom vroeg aan mijn zus en mij om het graf te verzorgen.”

Vincent Ruijters: „Op de middelbare school begon ik te merken dat ik anders was dan de rest.”

Het kostte twee dagen om zijn overgrootmoeders graf te vinden. Zijn oom had het in 2001 voor het laatst bezocht. Ruijters: „De lokale mensen, die we goed betaalden”, – voegt hij er meteen aan toe – „hebben met kapmessen een pad moeten maken door het oerwoud om bij het graf te komen. Het was compleet overgroeid en in een vervallen staat. In vergelijking met de massagraven was het maar een heel klein graf.”

„Geïnspireerd door pak Harsono [‘meneer’ in Bahasa] begon ik het graf ook over te krassen op papier. Ik wilde hetzelfde proces doormaken.” Maar Ruijters groeide op in de jaren negentig met een game- en internetcultuur, dus zijn nieuwe werk refereert daar ook meer naar. „Het is een omgekeerde installatie die zich op het plafond bevindt. Die omkering, een soort portaal naar een andere wereld, ken ik vooral van sciencefiction en games.”

De waringinboom, die in het pre-islamitische Indonesië een heilige status had en op vrijwel elk dorpsplein de centrale ontmoetingsplek vormt, wordt dankzij zijn grillige luchtwortels, spelonken en imposante grootte als portaal naar de geestenwereld gezien. Bij het werk Kuburan (Graves) hoef je er alleen maar onder te staan om je verbonden te voelen met grote en kleine geschiedenissen.

Names in Our Veins, door FX Harono en Vincent Ruijters. Buro Stedelijk (gevestigd in het Stedelijk Museum Amsterdam), t/m 3 januari 2027, dagelijks open 10.00 – 18.00 uur. Meer info: burostedelijk.nl

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Beeldende kunst

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next