Home

Nu homo-accceptatie is gehalveerd, maken lhbti-leerlingen zich weer onzichtbaar. ‘Schrikbarend, hoe hard het is gegaan’

Jongeren denken steeds negatiever over homoseksualiteit. Het verbaast Rozanne Vleugel niet. Ze begeleidt leerlingen en docenten bij lhbti-emancipatie. ‘Ik spreek docenten die bewust niet uit de kast komen. Die zeggen: als leerlingen het vragen ontken ik glashard.’

is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg en psyche, brein en gedrag.

Een paar jaar geleden kreeg ze nog vragen als: ‘Wat zullen we eens voor activiteiten organiseren op Paarse Vrijdag? We hebben geen inspiratie.’ Dat veranderde in: ‘Hoe kunnen we Paarse Vrijdag nog veilig organiseren? Wat doen we als we worden gefilmd en op sociale media gezet? Als onze posters van de muren worden getrokken en de regenboogvlaggen gejat?’

Rozanne Vleugel, 20 jaar, probeert de vragen zo goed en zo kwaad als het gaat te beantwoorden. Als ‘GSA-regiocoördinator Midden-Nederland’ is ze namens lhbti-belangenorganisatie COC aanspreekpunt voor groepjes leerlingen en leraren die zijn aangesloten bij een ‘GSA’, oftewel: Gender and Sexuality Alliance.

Van deze groepjes zijn er sinds 2009 honderden opgericht op middelbare scholen en mbo’s, naar Amerikaans model. Ze zetten zich in voor een inclusieve school. Dat doen ze bijvoorbeeld door spreekbeurten te houden over hoe het is om lhbti’er te zijn, of door meer boeken over die thema’s te regelen voor de mediatheek.

Maar GSA’s zijn vooral bekend van de organisatie van de Paarse Vrijdag: een dag waarop de acceptatie en emancipatie van lhbti-personen centraal staat. Een dag ook die de afgelopen jaren op steeds meer weerstand van leerlingen kon rekenen. Zo riepen sommige scholieren elkaar op om die dag zwart te dragen in plaats van paars, bekogelden ze lhbti-leerlingen met eten of staken ze regenboogvlaggen in brand.

Een teken aan de wand. Scholieren zijn de afgelopen jaren negatiever gaan denken over homoseksualiteit, toont onderzoek aan dat vandaag is verschenen. Onder jongens halveerde de homoacceptatie: nog maar 1 op de 5 jongens tussen 12 en 16 heeft een positieve houding ten opzichte van homoseksualiteit.

Voor Rozanne Vleugel, die remedial teacher is en afgelopen jaar voor de klas stond op een middelbare school in Vlaardingen, is dat geen verrassing. ‘Dat de acceptatie is afgenomen, zag je al wel gebeuren. Hoe hard het is gegaan, vind ik wel schrikbarend.’

Wat merkt u van de afgenomen homoacceptatie?

‘De lhbti-gemeenschap heeft altijd met weerstand te maken gehad. We moeten niet doen alsof dit allemaal nieuw is. Maar er was wel altijd een stijgende lijn, het werd béter. Dat is veranderd.

‘Toen ik zelf dik vijf jaar geleden op de middelbare school zat en Paarse Vrijdag organiseerde, zijn we één keer uitgescholden door een paar medeleerlingen. Dat werd serieus opgepakt door de school: er kwam een gesprek met hun ouders erbij. Daarna is het nooit meer gebeurd.

‘Nu valt me op dat het vaak niet meer zover komt: leerlingen en scholen richten Paarse Vrijdag heel veilig in, wat begrijpelijk is, maar ook jammer. Ze hangen nog wel vlaggetjes op en posters, maar je ziet steeds minder dat een groepje leerlingen met paarse shirts achter een GSA-kraampje in de aula gaat staan, zoals eerder gebruikelijk was.’

Waarom niet?

‘Ze durven het niet. Leerlingen zijn bang om uitgescholden te worden, gefilmd te worden. Ik weet niet eens of dat zoveel gebeurt, maar de angst is er.

‘Ik merkte zelf ook iets van die vijandigheid toen ik vorig jaar voor de klas stond. Ik ben queer. Ik heb eens met mijn foto op de cover van het jaarverslag van de COC gestaan, met regenboogmake-up op. Een leerling had die foto gevonden en sprak me er op aan. Ik weet niet meer precies wat hij zei, maar het was duidelijk dat hij wilde laten weten dat hij het niet oké vond.

‘Ik schrok en heb in eerste instantie niet gereageerd. Even later heb ik er toch een goed gesprek met hem over kunnen voeren. Hij is de rest van het jaar er niet meer over begonnen.

‘Maar zoiets moet veilig voelen. Ik spreek docenten die bewust op school niet uit de kast komen. Die zeggen: als leerlingen het vragen, ontken ik glashard. Als je als leerling niemand om je heen ziet die is zoals jij, en je krijgt het gevoel dat het er ook niet mag zijn, is dat ongelooflijk eenzaam.’

Hoe komt het dat dit sentiment zo is omgeslagen onder jongeren?

‘Dat vind ik lastig te zeggen. Ik weet uit onderzoek dat jongeren nu conservatiever zijn dan eerdere generaties. Als je ziet wat voor giftige beelden jonge jongens op sociale media zien over wat het betekent om man te zijn, denk ik dat dat zeker meespeelt.

‘Ik hoor leerlingen dat soort rolbevestigende uitspraken ook napraten, vaak als grapje verpakt: het enige recht van de vrouw is het aanrecht. Maar als je vraagt hoe ze hun toekomst zien, zeggen ze: ik ga werken, mijn vriendin moet thuisblijven en voor de kinderen zorgen.’

Wat moet er gebeuren?

‘Ik denk dat scholen hier iets mee moeten. Nu gaat het vaak pas over diversiteit en gender als jongeren hun mening al gevormd hebben. Ga op de basisschool al aan de slag met dit soort thema’s en doe het niet even snel in een gastlesje.

‘Binnenkort, op 9 oktober, is het weer Paarse Vrijdag. Het aantal scholen dat daaraan meedoet, groeit nog altijd, dat vind ik hoopgevend. Voor alle onderwijsprofessionals die dit lezen: als je die dag geen paars T-shirt aantrekt, doe dan in elk geval een paars armbandje om of lak je nagels paars. Het lijkt klein, maar als je één leerling er een veilig gevoel mee kunt geven, is dat wat mij betreft al winst.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next