Marlen Reusser heeft zichzelf opgevolgd als wereldkampioen tijdrijden. De Zwitserse liet in Montréal geen ruimte voor verrassingen.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Marlen Reusser zal vanaf haar tijdritfiets weinig uitzicht hebben gehad, op weg naar de wereldtitel in Montréal. De Zwitserse, die haar 35ste verjaardag vierde, zit met haar gezicht weggedoken achter haar handen, die het omhoogkrommende tijdritstuur omvatten. Tijdrijden lijkt soms wiskunde op wielen: het met het lijf geleverde vermogen verminderd met de luchtweerstand.
Het vermogen heeft Reusser. Dat weet iedereen. En dat ze als geen ander aerodynamisch op de fiets kan zitten, is ook geen geheim. Kijk naar die machinaal malende benen onder een doodstil bovenlijf. De Zwitserse is al jarenlang een van ’s werelds besten als het om de race tegen de klok gaat. Niet voor niets werd ze vorig jaar in Rwanda wereldkampioen.
Er zijn formules voor om in de windtunnel te kunnen uitvogelen wat het ideaal is in de verhouding tussen luchtweerstand en de kracht die iemand kan leveren. Maar toch kan een wereldkampioenschap tijdrijden niet in een rekenschrift worden afgedaan. Bij de NOS voorspelde Demi Vollering al dat er best eens een verrassende uitslag zou kunnen komen na 39,2 kilometer door Montréal. Misschien, stelde ze, zou zelfs Reusser verslagen kunnen worden.
Onderweg door Montréal passeren de rensters de olympische roeibaan van 1976. Ook die sport is in hoge mate niet meer dan een strijd tegen de tijd. Om die te winnen, weten roeiers, is een minutieuze voorbereiding van het grootste belang en mag er bij de belangrijkste wedstrijd van het jaar niets aan vorm ontbreken. Daarom varen toproeiers zo weinig wedstrijden en trainen ze zoveel: het komt allemaal aan op één toernooi.
In het wielrennen, met zijn volle wedstrijdkalender, is dat anders. Voor Vollering was de Tour de France dit jaar van het hoogste belang. Ze wilde daar winnen. Nadat ze daarin geslaagd was, reed ze geen serieuze wedstrijden meer. Ook Reusser had in die Tour haar hoofddoel. Zij wilde via de zege in de vierde rit de gele trui veroveren. Ook dat lukte en ook zij ging daarna in training voor het WK.
Maar wat zou de impact zijn van de wetenschap dat ze hun belangrijkste prijzen al binnen hadden? En hoe zou bijvoorbeeld Lieke Nooijen het doen tijdens haar WK-debuut, nadat ze vorige maand nog haar sleutelbeen had gebroken in de Ronde van Groot-Brittannië?
En dan is er nog zoveel meer dat zich niet eenvoudig in cijfers laat vangen, nog los van training en voorbereiding: de vorm van de dag, het verwerken van de jetlag, de hobbels en kuilen in het Canadese wegdek. Maar de grootste onzekere factor op zondag was de lengte van de tijdrit. Bijna 40 kilometer, even lang als de mannen, dat is ongebruikelijk in het vrouwenpeloton. Zelfs Reusser wist niet wat ze ervan moest verwachten.
‘Ik was er bang voor’, vertelde de Zwitserse in het flashinterview na afloop. ‘Ik ben gewend aan tijdritten van 20 kilometer.’ Ze had tot kort voor de start nog gediscussieerd over de ‘pacing’, het tempo dat ze moet aanhouden op de verschillende delen van het parcours. ‘Tot een uur voor mijn start wist ik dat nog niet zeker en ook onderweg eigenlijk niet.’
Wat ze wel zeker wist: ze wilde niet bijgepraat worden over de tussentijden. Ze wist dat het technische begin, met een snelle opeenvolging van bochten, haar niet zou liggen en wilde zich niet laten opjutten door berichten over snellere concurrenten bij het eerste meetpunt. Reusser kreeg daardoor niet mee wat de toeschouwer wel zag: dat de voorspelling van Vollering lang stand hield. Dat er een verrassende uitslag in het verschiet lag.
Bij de eerste twee meetpunten, meer dan de eerste helft van het parcours, leidde onverwacht Zoe Bäckstedt. Ze komt uit voor Groot-Brittannië, maar is de dochter van de Zweedse renner Magnus Bäckstedt, die in 2004 met zijn zege in Parijs-Roubaix de wielerwereld verbaasde. Hij versloeg in de sprint Fabian Cancellara, Roger Hammond en Tristan Hoffman.
Zo’n surprise zat er voor Bäckstedt junior nu niet in. Terwijl Reusser halverwege de tijdrit haar ronde over het Circuit Gilles Villeneuve reed, waar Max Verstappen in 2022, 2023 en 2024 geen ruimte voor onverwachte wendingen liet, liep de voorsprong van Bäckstedt langzaam terug. Op iets minder dan 10 kilometer van de finish had Reusser een gat van 13 seconden opengewrikt.
De Zwitserse had daarbij een richtpunt in Vollering, die anderhalve minuut voor haar was gestart, maar haar net voorbij de helft al in het vizier kreeg. Bäckstedt had die luxe niet omdat de Noorse Katrine Aalerud, die voor haar zou starten, niet op het startpodium verscheen. Wat zou zoiets schelen? Een handvol seconden, misschien nog wel meer. 13 seconden wellicht?
Die rekensom hoefde niet gemaakt te worden omdat Reusser daar geen ruimte voor bood. En eenmaal van het racecircuit weer richting het centrum van de stad gedraaid en voorbij Vollering gevlogen, werkte ze het gat met Bäckstedt alleen nog maar verder open.
Aan de finish – en onderaan de streep – bleek de balans overduidelijk. Voor Bäckstedt resteerde het zilver, op 40 seconden van de winnares en 5 seconden voor Franziska Koch. Voor de tweede keer in twaalf edities eindigde er geen Nederlandse renster op het WK-podium: Vollering eindigde als achtste, Nooijen als twaalfde. En de belangrijkste conclusie: tegen tijdritmachine Reusser is geen verrassing opgewassen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant