Chips Drie jonge Nederlandse chipbedrijven kregen dit jaar al miljoenen aan investeringen, deels vanuit Europa. De belofte: onhackbare chips, energiezuinige chips, snelle chips. Kunnen ze geopolitiek een rol spelen?
Bezoekers van Dataland, een museum voor AI-kunst in Los Angeles, Caifornië. De Amerikaanse kapitaalmarkt is, afgezet tegen het bbp, drie keer groter dan die in Nederland..
Wie afgelopen week het pand van het Eindhovense chipbedrijf Euclyd binnenliep, waande zich even in de jaren negentig. Hobby-computerrestaurateur Bernardo Kastrup had zijn vintage Macintosh 128K uit 1984 mee naar kantoor genomen. De hele dag speelde het Euclyd-team klassieke spelletjes als Missile Command en Cannon Fodder.
Dat was niet zonder reden. Het chipbedrijf vierde dat het 200 miljoen euro had opgehaald bij investeerders. Tijdens het spelen brainstormde het team urenlang over namen voor de vergaderruimtes van het nieuwe kantoor, waarnaar ze recent waren verhuisd omdat het oude te klein was geworden. De ruimtes zouden worden vernoemd naar hun favoriete sciencefictionpersonages, zoals Daneel, een humanoïde robot uit de boeken van Isaac Asimov, en TARS, de robot uit Interstellar. „Dat is ons soort feestje”, licht operationeel directeur Douwe Groenevelt toe.
Het chipbedrijf heeft veertig mensen in dienst en wordt tussen de 500 miljoen en 1 miljard euro gewaardeerd, schrijft het FD. Het maakt chips die zijn ontworpen om AI-toepassingen snel te laten werken en wil daarmee de concurrentie aangaan met het Amerikaanse Nvidia, de grootste speler op de markt voor AI-chips. Waar Nvidia-chips veel energie verbruiken, zou Euclyds alternatief honderd keer energie-efficiënter zijn. Oud-ASML-chef Peter Wennink zit in de raad van commissarissen.
Er was recent meer succes in de Nederlandse chipsector. Vorige week maakte nog een Nederlands chipbedrijf, Fortaegis, 50 miljoen euro aan investeringen bekend. Ook een derde chipbedrijf, het Eindhovense Axelera AI, haalde begin dit jaar al 250 miljoen euro aan investeringen op. Net als Euclyds maakt Axelera AI-chips. Bijzonder aan die chips is dat het rekenwerk op de chip zelf gebeurt, in plaats van in een datacentrum. Daardoor kunnen AI-toepassingen sneller en energiezuiniger worden uitgevoerd. De chips zijn onder meer bedoeld voor auto’s, camerasystemen en medische apparatuur.
De chips van het Amsterdamse Fortaegis zijn gericht op cybersecurity. Volgens het bedrijf zelf zijn ze zo goed als onkraakbaar. Elke siliciumchip komt met minieme imperfecties uit de fabriek in Japan. Die natuurlijke „onregelmatigheden” zijn uniek, als een soort digitale vingerafdruk. Fortaegis maakt van die imperfecties een encryptiesleutel. De technologie is volgens het bedrijf moeilijk te kraken omdat de onregelmatigheden organisch en willekeurig ontstaan. En niet op basis van een wiskundige formule, zoals bij andere encryptiesleutels. „Een cadeautje van moeder natuur”, noemde ceo Boudewijn Wijnands het in de Financial Times. Om te voorkomen dat de technologie wordt gekopieerd, heeft Fortaegis zeventien patenten aangevraagd en nog veertien aanvullende patentaanvragen ingediend.
Volgens de makers kunnen Fortaegis-chips bovendien tweehonderd keer sneller een verbinding met elkaar leggen dan chips van de huidige generatie. Dat maakt de technologie geschikt voor toepassingen waarbij zeer snelle communicatie cruciaal is, zoals een zwerm drones of een zelfrijdend voertuig. Het bedrijf werkt samen met overheden in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Japan, Singapore, Duitsland en Frankrijk en met de NAVO.
Met deze investeringsrondes lijkt Nederland een rol te kunnen gaan spelen in de toekomst van de computerinfrastructuur. Die infrastructuur wordt steeds belangrijker als strijdtoneel voor geopolitieke en economische concurrentie.
Volgens ceo Bernardo Kastrup van Euclid ligt daar een grote kans voor Nederland in de chipsector. Chips zijn een essentieel onderdeel van vrijwel alle moderne technologie, van auto’s en machines tot computers en AI-systemen. Met de huidige energieverslindende Nvidia-chips kost AI-infrastructuur volgens hem te veel energie om AI op te schalen. „Als wij slagen met onze energiezuinige chip, zijn wij, en daarmee Nederland, enorm relevant”, zegt Kastrup.
Daarnaast kan een sterke chipsector Nederland en Europa helpen om het ontbreken van volledige autonomie in de computerinfrastructuurketen te compenseren. Het is volgens Kastrup onrealistisch om de hele keten binnen Europa op te bouwen en niet afhankelijk te zijn van landen buiten Europa. Daarvoor zijn Nederland en Europa te klein en sommige grondstoffen zijn simpelweg niet beschikbaar. „Zolang je als land relevant genoeg bent, krijg je van andere landen in de wereld ook terug wat je nodig hebt”, zegt Kastrup.
Maar dat moeten we ook weer niet overschatten, zegt Gert-Jan Vaessen, fondsmanager bij Invest-NL, het staatsinvesteringsfonds dat zelf aandelen in Axelera bezit. Vaessen richt zich binnen Invest-NL op ‘deeptech’: bedrijven die aan complexe technologieën werken, zoals nieuwe chiptechnologie, quantumcomputers en robotica en veel tijd en kapitaal nodig hebben voordat ze op de markt komen. „Nederland is zeker een belangrijke speler, maar loopt in de chiptechnologie niet voorop, zoals China en de VS. Bedrijven uit veel landen doen een poging om Nvidia naar de kroon te steken.”
Over de concurrentie maken operationeel directeur Groenevelt en Kastrup van Euclyd zich weinig zorgen. Volgens hen is er ruimte voor meer AI-chipbedrijven om succesvol te worden, omdat de markt gigantisch is. „Het is de eerste technologie in de geschiedenis van de mens die toepasbaar is op elk aspect van economische activiteit”, zegt Kastrup.
Bijzonder aan Euclyd is dat het grootste deel van de investeerders uit Europa komt. Op Samsung uit Zuid-Korea na investeerden Scaleup Europe Fund erin en twee Nederlandse kapitaalinvesteerders, Industries en Somerset Capital Partners. Ook procentueel ging het grootste deel van het aandelenbelang naar de Europese investeerders. Exacte percentages wil Kastrup niet noemen.
Invest-NL is blij dat het merendeel van de investeerders Europees is. Tientallen keren per jaar ziet Invest-NL fondsmanager Vaessen dat veelbelovende technologie, mede ontwikkeld met onderzoek aan Nederlandse gesubsidieerde universiteiten, al vroeg wordt verkocht aan een Amerikaanse partij. Die verplaatst vervolgens alles naar de VS om de technologie daar verder te ontwikkelen.
De Amerikaanse interesse in Nederlandse techstart-ups groeit. Zo investeerde het Amerikaanse BlackRock, ’s werelds grootste vermogensbeheerder, in Axelera AI. Techleap, een door de overheid gesteunde organisatie die onderzoek doet naar de Nederlandse techsector, berekende dat in 2025 37 procent van de investeringen in Nederlandse AI-bedrijven uit de VS kwam, tegenover 25 procent in 2024.
In Amerika is bovendien meer investeringskapitaal. Uit het veelbesproken rapport van oud-ASML-topman Wennink over het toekomstige verdienvermogen van Nederland bleek dat de Amerikaanse kapitaalmarkt, afgezet tegen het bbp, drie keer groter is dan die in Nederland.
Om het financiële gat met de VS te dichten, ziet Vaessen kansen bij de Nederlandse pensioenfondsen. Van oudsher zijn die zeer conservatief met beleggen, maar inmiddels is er meer draagvlak om in techstart-ups te investeren. Zo werkt Invest-NL aan het Dutch Impact Growth Fund, een fonds met geld van pensioenfondsen.
Met extra geld kan Invest-NL voor een groter deel mee-investeren en daarmee meer invloed uitoefenen bij onderhandelingen met andere investeerders. Bijvoorbeeld over de vraag of een bedrijf naar de VS mag worden verplaatst. Zo hoopt Invest-NL te voorkomen dat technische innovaties, onder andere in de chipsector, naar de VS verdwijnen.
Buitenlandse investeerders zijn overigens lang niet altijd problematisch, voegt Vaessen toe. Zolang een buitenlandse investeerder niet te veel zeggenschap heeft en de intentie heeft om het bedrijf groot te maken in Nederland, kan zo’n investeerder juist voordelen opleveren. Zo kan hij toegang bieden tot de markt in zijn thuisland. Ook kan hij de juiste connecties hebben om daar subsidies aan te vragen of overheidscontracten binnen te halen.
Volgens Kastrup is het probleem niet dat er te weinig geld is, maar dat de Nederlandse investeerders een voorzichtige mentaliteit hebben. Daardoor duurt het investeringsproces volgens hem te lang. Maandenlang wordt er onderhandeld om alles af te dekken, terwijl die tijd niet in het product kan worden gestoken.
Daarnaast ziet hij dat Nederlandse kapitaalverschaffers bang zijn om grote bedragen te investeren. Om het risico te verkleinen spreiden ze liever veel kleine bedragen over veel verschillende start-ups. Als er één failliet gaat, verliezen ze niet te veel. Maar bij deeptech kost het veel tijd en geld om een product te ontwikkelen, legt Euclyd-ceo Kastrup uit. Zo’n mentaliteit zorgt er volgens hem uiteindelijk voor dat geen enkel bedrijf slaagt en alle kleine investeringen verloren gaan.
Toch zag Kastrup tijdens deze investeringsronde een omslag. Investeerders kwamen met grote bedragen, zonder maandenlange gesprekken. Hij denkt dat deze ervaring onderdeel kan zijn van een bredere omslag in het Nederlandse investeringsklimaat. Er wordt volgens hem in Europa steeds meer urgentie gevoeld door geopolitieke instabiliteit. Hij heeft zelf Deense wortels en merkte dat de mentaliteit in Denemarken veranderde door de oplopende geopolitieke spanningen rond Groenland. „We beginnen te beseffen dat we het investeren in relevante bedrijven met meer urgentie moeten aanpakken.”
Dat merkte hij concreet toen EIFO, het Deense staatsinvesteringsfonds, een paar dagen voor de deadline aanklopte om mee te investeren. Kastrup dacht dat ze dat nooit op tijd zouden halen, omdat een overheidsinstantie vaak langzaam werkt. Toch lukte het binnen een paar dagen.
Ook bij Invest-NL is die urgentie zichtbaar. In juni kreeg het fonds van het ministerie van Economische Zaken 360 miljoen euro extra voor zijn deeptechfonds. In 2022 werd al 250 miljoen euro in het fonds gestopt, dat Invest-NL inmiddels heeft geïnvesteerd in bedrijven. Ook de investeringen van venturecapitalbedrijven in deeptech zijn toegenomen: van 390 miljoen euro in 2019 naar 1,1 miljard euro in 2025.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie