is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
Aan belegen documentaires over beroemdheden geen gebrek. Je zet een paar mensen met leuke anekdotes voor de camera, gooit er een karrenvracht aan archiefbeelden tegenaan en laat, idealiter, de geportretteerde zelf reflecteren op een rijke loopbaan.
I’m Chevy Chase and You’re Not, de documentaire over komiek en acteur Chevy Chase die nu te zien is op NPO Start, zet ook al die middelen in, maar heeft één onderscheidend aspect: een klootzak als middelpunt. Zo vertelt Chase regisseur Marina Zenovich in de openingsminuten dat ze ‘niet slim genoeg is om hem te doorgronden’, en even later noemt hij haar een ‘bitch’ als zij hem vraagt een anekdote opnieuw te vertellen.
Geen wonder dat alle vrienden, kennissen en collega’s die aan het woord komen altijd een voorbehoud maken bij hun loftuitingen. Ja, Chase was een geweldige komiek, maar ook onaangepast, onvoorspelbaar en vaak behoorlijk onaangenaam. Zoals acteur Dan Aykroyd het samenvat: ‘Hij is getalenteerd, maar óók levensgevaarlijk.’
Juist dat maakt Chase een ontzettend boeiende figuur om te portretteren. Niemand die hoeft te twijfelen aan zijn komische talent, dat hij vooral in de jaren zeventig en tachtig etaleerde in de begindagen van Saturday Night Live, maar ook in succesvolle films als Caddyshack, Fletch en National Lampoon Vacation.
Maar roem doet zelden goede dingen met mensen, en al helemaal niet met een charmante klier met iets te veel zelfvertrouwen. En dus zijn er talrijke anekdotes van mensen die hun samenwerking met Chase toch vooral verafschuwden. Regisseur John Carpenter wilde na één keer met Chase te hebben samengewerkt ‘weg uit de filmbusiness’, Chase liet zich homofoob uit achter de schermen van SNL en vrijwel alle cast- en crewleden van de comedyserie Community waren blij als hij de ruimte verliet.
Deze anekdotes zijn er in overvloed, maar helaas komen zijn ‘vijanden’ zelf nauwelijks aan het woord in de documentaire: Zenovich heeft vooral mensen voor de camera die ook genoeg aardigs te zeggen hebben over Chase.
Hoewel zijn gedrag niet wordt goedgepraat, besteedt de documentaire wel aandacht aan zijn moeilijke jeugd, die werd getekend door mishandelingen door zijn moeder en stiefvader. Een jeugd die hem onmiskenbaar heeft beschadigd, al doet Chase zelf veel af met een grap: als het moeilijk wordt, eet hij zogenaamd een vlieg op. Humor blijft de overlevingsstrategie, zeker als iemand hem probeert te doorgronden.
Toch levert de documentaire ook zonder vijanden en doorgronding een bijzonder inzichtelijk inkijkje op in de binnenwereld van een superster die na de jaren tachtig nooit meer zijn voetstuk terugvond. Want zelfs na een voor Chase vrij sympathiek einde (inclusief applaus!), blijft toch vooral hangen dat het erg vermoeiend moet zijn om met Chase in één ruimte te zijn.
Dat heeft hij zelf ook heus door, getuige zijn slotwoorden:
‘Nogmaals mijn excuses.’
‘Waarvoor?’
‘Dat ik ben zoals ik ben.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant