Twee jaar geleden besloot Wim-Paul na een voicemailbericht van zijn verdrietige middelste dochter toch een rondje te gaan fietsen. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.
Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.
‘Ons gezin bestaat uit drie prachtige dochters. De oudste is geboren in 1998, drie jaar later kwam Paula en na weer drie jaar kregen we onze jongste dochter. Voor mijn werk, ik had een aantal fitnessclubs, verhuisden we naar een fijn huis in Zeist. Mijn echtgenote is fysiotherapeut, maar toen de kinderen klein waren koos ze ervoor om fulltime voor onze dochters te zorgen.
‘We hadden een ontzettend fijn gezin, er was veel liefde en het ging allemaal crescendo. De kinderen zaten op hockey en muziek. De oudste en de jongste dochter leken meer op elkaar, Paula was een enorm extravert kind. Kleurrijk en outgoing. Ze liep altijd zingend door het huis. Op de basisschool kreeg ze steevast de hoofdrol in een musical of toneelstuk. Ze zei altijd: ‘Later ga ik op het podium staan.’ Als Paula de kamer binnenkwam, kwam er echt iemand binnen.
‘Toen ze 15 was, ging het mis. Volkomen onverwacht. Mijn vrouw was met onze twee andere dochters bij een hockeyfinale in het zuiden van het land toen ze me belde of ik naar boven wilde lopen om te kijken hoe het met Paula ging. Ze had een appje van een vriendin van haar gekregen die zich zorgen maakte omdat Paula rare berichtjes had gestuurd in hun vriendenappgroep.
‘Op haar slaapkamer trof ik haar verward aan. Met veel ‘sorry’ en ‘het spijt me’ biechtte ze op dat ze alle pillen had ingenomen die ze in huis had kunnen vinden. Met loeiende sirenes werd ze naar het ziekenhuis gebracht. Aanvankelijk dachten we dat het misschien bij haar leeftijd hoorde, dat het een soort schreeuw om aandacht was. Maar het bleek het begin van een jarenlange periode waarin we leefden tussen hoop en vrees.
‘In de jaren erna ontwikkelde ze een eetstoornis, die ze ook weer overwon, maar haar gemoed was instabiel. Ze had hoge pieken, maar ook diepe dalen. Ze kon erg depressief, bang en emotioneel zijn. Tijdens tripjes belde ze me regelmatig huilend op dat ik haar moest komen halen. Eenmaal thuis kon ze niet uitleggen wat er was gebeurd of waarom ze zich zo voelde. Ze wilde er niet over praten, of misschien durfde ze het niet.
‘Op haar 18de ging ze in Rotterdam op kamers wonen, want dat vond ze de meest fantastische plek op aarde. Ze liet zelfs de coördinaten van haar huis tatoeëren. Ze sloot zich meteen aan bij het corps, maar ze reageerde heel heftig op de ontgroening, dus daar stopte ze ook snel weer mee. Toen de meiden uit haar jaarclub naar Kroatië gingen, wilde ze er toch bij zijn. Ze kocht zelf een ticket en stapte op het vliegtuig. Sommige meisjes vonden het stoer, maar anderen keurden haar gedrag af. Paula voelde zich enorm buitengesloten en wilde toen per se naar Amsterdam verhuizen.
‘In toenemende mate bleek ze een meisje van extreme uitersten. Ze trok mensen aan, maar ze stootte hen ook net zo snel weer af. Ik had vaak onwijs met haar te doen. Dan dacht ik: meisje, ik begrijp dat je erbij wilt horen, maar je slaat om je heen en je schreeuwt alles van je af. Ze werd gediagnosticeerd met borderline; je kon alle criteria bij haar aanvinken: haar highs en lows, het gevoel uitgesloten te worden, aandacht zoeken, op zoek zijn naar extreme uitdagingen en vervolgens weer naar veiligheid.
‘Ze belde me regelmatig helemaal in paniek: ‘Pap! Het gaat niet goed!’ Op mijn werk wisten ze ervan. Ik noemde het ‘code rood’ als ze belde en liet dan alles uit mijn handen vallen om naar haar toe te gaan. Ik ben zelfs een keer naar Italië gevlogen waar ze op vakantie was en zich plotseling heel slecht voelde.
‘Soms, als we samen aan de eettafel zaten en ze was in een ruzieachtige bui, wees ze op een stoel en zei: ‘Zien jullie die stoel daar? Die is over een tijdje voor altijd leeg.’ Ze liet ook een keer, nadat ze in het ouderlijk huis had geslapen, een schrift naast haar bed liggen. Het lag open, en ik kon het niet laten om er een stukje in te lezen. Er stond letterlijk: ‘Ik wil niet ouder worden dan 23. Deze wereld kan ik niet aan.’ We kwamen op een punt – en daar was ze het zelf ook mee eens – dat ze heel intensieve hulp nodig had. Bij de instelling die gespecialiseerd is in persoonlijkheidsstoornissen was sprake van een lange wachtlijst, waardoor ze er slechts eens per week een uurtje terechtkon.
‘Begin juli gingen mijn vrouw en ik met Paula lunchen in de Jordaan. Het was echt hartstikke gezellig en het gaf ons het gevoel dat het de goede kant op ging. Vlak daarna nodigde een goede vriend, een huisarts die op de hoogte was van onze gezinssituatie, me uit om op 10 juli naar een EK-wedstrijd in Dortmund te gaan. Toen ik hoorde dat Paula de voetbalwedstrijd met drie vriendinnen bij haar thuis zou kijken, stelde me dat gerust. Achteraf begreep ik dat die vriendinnen om verschillende redenen waren afgehaakt, waardoor Paula alleen thuis zat.
‘De volgende ochtend stond ik met mijn gravelbike in de hand om een stuk te gaan fietsen, toen ik zag dat ze een voicemailbericht had ingesproken. Ze was erg verdrietig, moest een beetje huilen, maar over de wedstrijd zei ze dat het ook maar een spelletje was. Ze zei dat het goed zou komen, dat ze veel van me hield en dat ze er alles aan zou doen om ervoor te zorgen dat het beter zou gaan. ‘I love you’ waren haar laatste woorden. Mijn eerste reactie was: ik moet naar haar toe. Maar toen ik haar locatie checkte, zag ik dat ze op haar werk in de patisserie was. Ik stapte op de fiets.
‘Om half tien ’s avonds – het was een mooie zomerse avond – werden wij gealarmeerd door vriendinnen van Paula, die zeiden dat ze een afscheidsbrief hadden ontvangen. Het bleek dat ze die ook naar ons had gemaild. Nadat we de brief hadden gelezen, belden we de politie, die onmiddellijk naar haar woning reed. De recherche kraakte haar computer zodat ze konden zien waar haar telefoon was. Op het perron.
‘Binnen een uur stonden er twee agenten voor de deur. Ze vertelden dat Paula tot sluit had gewerkt, en daarna naar het station was gegaan vanwaar ze haar afscheidsbrieven had verstuurd. Op dat moment stortte ons leven in. Sindsdien hebben we het over ons leven voor 11 juli en na 11 juli.
‘Sindsdien word ik geteisterd door spijt. Waarom ben ik in godsnaam gaan fietsen? Ik had na haar voicemailbericht mijn gevoel moeten volgen en meteen naar haar toe moeten gaan. Vrienden proberen me gerust te stellen met de gedachte dat ze het weloverwogen heeft gedaan. Dat de gezellige lunch tien dagen ervoor zelfs een kwestie van afvinken is geweest. Maar stel dat de kans 1 of 2 procent was dat ik haar uit dat enorme diepe dal had kunnen trekken? Dat is voor mij een ontroostbare gedachte, en dat kan ik voor mezelf nooit meer goedpraten.
‘Op het allerlaatste moment was ik er niet. Als je kind van een rots dreigt te vallen, vang je het op. Ik had haar op moeten vangen. Tijdens de therapiesessies met mijn coaches komt die 11de juli steeds weer hard naar voren. Het was verdrietig dat ze tijdens de voetbalwedstrijd alleen was, maar de keuze van mij om die middag te gaan fietsen doet het meest pijn. De ondraaglijke spijt maakt het heel stil in mijn lijf en mijn hoofd.’
Denk je aan zelfdoding? Praten helpt. Kijk op 113.nl.
Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant