Rina Knoeff | hoogleraar geschiedenis van de geneeskunde In de loop van de geschiedenis zijn er krankzinnige theorieën verkondigd over de overgang. Rina Knoeff schreef er een boek over. „We denken nu dat de overgang altijd taboe was, maar dat is niet waar.”
Rina Knoeff: „De premoderne tijd was zo gek nog niet. De mensen waren niet dom, ze wisten alleen niet wat we nu weten, dat kunnen we ze niet verwijten.”
Een paar jaar geleden zat Rina Knoeff, hoogleraar geschiedenis van de geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, in een paneldiscussie over de overgang. Ook in het panel: twee actrices, Isa Hoes en Medina Schuurman, die een boek over de overgang hadden geschreven, en een gynaecoloog. „Het was een merkwaardige avond”, vertelt Knoeff (1972). „Er waren alleen vrouwen, ze zaten hun eigen overgangsklachten heel openlijk te bespreken en ze stelden alleen vragen aan Hoes en Schuurman. Ik dacht: als je ergens last van hebt, dan wil je toch van een arts weten wat je moet doen en niet van een BN’er?”
Dat was niet het enige dat haar trof. „Er heerste ook een tastbare woede in de zaal. Deze vrouwen voelden zich massaal niet serieus genomen door hun huisartsen en ze medicaliseerden hun overgangsklachten totaal.” Terwijl Knoeff juist gespecialiseerd is in culturele invloeden op perceptie en ervaring van de overgang: hoe symptomen, verklaringen en oplossingen veranderen in de tijd. „Ik was al een tijdje bezig met de geschiedenis van de gender-gezondheidskloof; ik wist van de geneeskundige gruwelen van de 19de eeuw.” Toen werd veel geëxperimenteerd op vrouwen. „Die avond dacht ik: ik moet gewoon de geschiedenis van de overgang schrijven.”
Dat boek verschijnt deze week: Wisseljaren. Daarin bespreekt Knoeff hoe totaal verschillend er in de loop der tijd tegen de overgang en überhaupt tegen (seksuele) gezondheid bij vrouwen is aangekeken, voornamelijk vanaf het einde van de Middeleeuwen tot begin twintigste eeuw, en voornamelijk in de westerse wereld. Mensen denken vaak dat de medische wetenschap alleen maar steeds beter wordt, zegt ze. „Maar in de negentiende eeuw werd de geneeskunde ook steeds afschuwelijker, doordat de mogelijkheden groter werden.”
Het speculum, waarvan begin 19de eeuw nieuwe, eenvoudigere varianten werden ontwikkeld, werd bijvoorbeeld te pas en te onpas gebruikt. „Dat was echt shockerend, medisch geweld tegen vrouwen. Het speculum werd voortdurend ingebracht om naar de baarmoedermond te gluren, het gaf de illusie van controle over de gevoelige baarmoeder die erachter lag en die het hele vrouwenlichaam in de war zou kunnen brengen.”
Later in de 19de eeuw kregen de eierstokken vaker de schuld als vrouwen iets mankeerde. Het verwijderen ervan werd vanaf 1860 gezien als mogelijke oplossing voor „menstruatieklachten en krankzinnigheid en zelfs voor vrouwen die er onwenselijke opvattingen op na hielden, zoals de vurige wens om te studeren”, schrijft Knoeff. Die operatie bracht de overgang kunstmatig op gang. Als een vrouw te opgewonden leek, werd soms ook een deel van de clitoris weggehaald (in West-Europa, ja). Vaak waren de operaties publiek toegankelijk; chirurgen toonden graag in het openbaar hun kunnen. Veel vrouwen overleefden de eierstokverwijdering trouwens niet.
En die negentiende-eeuwse praktijken waren het begin van de moderne diagnose-gedreven geneeskunde zoals we die nu kennen, zegt Knoeff. „Dat verband wilde ik laten zien.”
„Ja, dat vat het wel goed samen, dat had ik zelf ook. En dat relativeert ook wat we vandaag de dag meemaken. Wat er in het lichaam van vrouwen gebeurt tijdens de overgang is natuurlijk niet veranderd in de loop der tijd, maar wel de betekenis die mensen eraan geven en de emoties die ze erover hebben. Soms is er aandacht voor bepaalde symptomen, maar die aandacht kan ook weer helemaal verdwijnen, zoals met kleptomanie is gebeurd.” Dat werd in de 19de eeuw, toen de eerste grote warenhuizen werden gebouwd, als overgangssymptoom gezien.
„Anorexia is ook zo’n symptoom. Vrouwen in de overgang kunnen last van eetstoornissen krijgen, maar dat hoort niet bij het nu heersende beeld dat vrouwen van die leeftijd dikker worden, dus wordt het minder herkend. Ik sprak een vrouw die aankwam tijdens de overgang en daar de hele tijd opmerkingen over kreeg. Haar zus kreeg een eetstoornis, maar daar zei niemand iets van. Mensen denken gewoon: die heeft die kilo’s er niet aan. Dikker worden past niet in het schoonheidsideaal.
„Dat vrouwelijke schoonheidsideaal is ook iets wat in de 19de eeuw sterker werd. Dokters schreven dat vrouwen op leeftijd in een lelijke man veranderden. In de premoderne tijd, voor 1800, werd ook wel gezien dat oudere vrouwen meer mannelijke kenmerken kregen, maar dat hoorde erbij. Sowieso werd wat mannelijk en vrouwelijk was toen meer gezien als een spectrum met mannelijkheid aan de ene kant en vrouwelijkheid aan de andere kant, en echte mensen ertussenin.”
„Ja, zo zouden we nu ook meer moeten denken. Want het is op zich goed dat er de laatste tijd in de geneeskunde meer aandacht is voor vrouwenlichamen, maar door die neiging tot afbakenen – dit is mannelijk en dat is vrouwelijk – kan je ook een omgekeerde kloof krijgen. Osteoporose wordt bijvoorbeeld gezien als een probleem van de vrouwelijke overgang en wordt bij mannen onderbehandeld.
„De premoderne tijd was zo gek nog niet. De mensen waren niet dom, ze wisten alleen niet wat we nu weten, dat kunnen we ze niet verwijten. Soms moet je er wel om grijnzen, om het 17de-eeuwse idee dat mannen ook menstrueerden bijvoorbeeld.”
„Nou, vrouwen menstrueerden wel méér. Mannen gingen vaker naar de barbier-chirurgijn voor een aderlating. Dat had dezelfde zuiverende functie als menstruatie. Vanaf de klassieke oudheid werd aderlating gebruikt als een middel om het lichaam te zuiveren van onverteerde voedselresten en andere schadelijke stoffen die in het lichaam gingen rotten. Het idee was dat vrouwen hun voedsel moeilijker verteerden, dus die hadden de menstruatie sowieso nodig. Mannen raakten veel onreinheden kwijt via zweet, maar in de 17de eeuw werden veel mannen rijk; ze zaten te veel in kantoren en zweetten te weinig. Dan hadden ze een aderlating nodig om kwalijke stoffen kwijt te raken.”
„Dat is moeilijk te achterhalen. Vroeger werd gedacht dat een medicijn werkt als het lichaam erop reageert. Dus als mensen zich beroerd voelden door een behandeling had die wel gewerkt, ook al was het probleem zelf misschien niet opgelost en voelde de patiënt zich daarna misschien weer net zo slecht als eerst.”
„Dat gevaar is zeker wel aanwezig. In de loop van de geschiedenis is de vrouw steeds gereduceerd tot haar voortplantingsorganen. Eerst de baarmoeder, toen de eierstokken en nu zijn het de hormonen. Op internet zie je aanbiedingen voor cursussen om je hormooncyclus te leren kennen zodat je op je werk het best kunt presteren. Vrouwen in de overgang willen graag hormoontherapie en dat is terecht, dat helpt ook, maar we moeten oppassen dat we de essentie van het vrouw-zijn niet reduceren tot hormonen. Dat de vrouw een zorgende rol heeft vanwege oestrogeen, het zorghormoon, en dat dat zorgen dus in de natuur van de vrouw zou zitten. Nee, zorgen is de maatschappelijke rol die vrouwen hebben gekregen. Zeggen dat dat biologie is leidt tot ongelijkheid.
„Bovendien: de negatieve blik waarmee we in de westerse cultuur naar vrouwen in de overgang en oudere vrouwen kijken, is met hormoonpleisters niet opgelost. Door steeds maar te benadrukken hoeveel ernstige klachten vrouwen kunnen krijgen, kunnen vrouwen juist klachten krijgen of die ervaren als erger dan ze zijn. Als we beter weten waar het negatieve vrouwbeeld van de overgang vandaan komt, kunnen we het ouder wordende lichaam beter verdragen, hoop ik. Al gaan de klachten niet helemaal weg en kan een hormoonbehandeling vrouwen enorm helpen.”
„Ja, dat is absoluut omgekeerd. En we denken nu dat de overgang altijd taboe was, maar dat is niet waar. Vrouwen walgden er destijds van hoe mannen ermee bezig waren, ze wilden zelf de controle over hun lichaam en dachten: als we het er minder over hebben houden die mannen er misschien mee op. We zijn helemaal vergeten dat die zwijgcultuur van nu grotendeels door vrouwen zelf is geïnitieerd.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie