Dronemisbruik Op vakantie wordt Christel Don ineens gevolgd door een drone. Het zet haar aan het denken over de veiligheid van vrouwen. Staan droneproducenten en beleidsmakers hier wel voldoende bij stil?
Als ik in de richting van het hoge, metalige gezoem in de lucht kijk, zie ik de drone meteen hangen. Ik parkeer mijn fiets bij het restaurantje van het Texelse vakantiepark waar ik pizza’s kom afhalen, en speur rond of ik een bestuurder zie. Nergens te bekennen. Wanneer ik even later met mijn avondmaal naar buiten kom, hangt de drone er nog steeds. Over het bosachtige terrein fiets ik terug naar mijn vakantiebungalow. Wanneer ik er bijna ben en op een open pad uitkom, hoor ik het gezoem opnieuw. Ja hoor, daar is-ie weer. Er bekruipt me een onbehaaglijk gevoel. Ben ik nou gevolgd? Als ik mijn fiets in de tuin zet, blijft de drone zo’n twintig meter boven me zweven. Wat doet dat ding daar, word ik gefilmd? Ik loop naar binnen en vraag me af welke instantie je eigenlijk belt in zo’n situatie. Pas na vijf minuten wordt het stil.
Christel Don is journalist en schrijver van Afstandsmoeders (2021) en De meisjes van De Goede Herder (2024).
Het was ongetwijfeld een klierige tiener, maar toch maakte dit voorval, tijdens een verder ontspannen vakantie, het nodige in me los. Niet alleen voelde ik me bekeken en geïntimideerd, het voelde ook alsof me iets werd afgenomen. De lucht boven me voelde ineens onveilig, en al was dat maar even, het knaagt nog steeds aan me – ook omdat het gebruik van drones alleen maar zal toenemen. De toon in het debat daarover is vaak: we moeten er maar aan wennen. Maar wat betekent dat voor vrouwen, voor hun privacy en de vrijheid om zich onbevangen door de buitenruimte te bewegen?
Natuurlijk zal ook een man die zo’n toestel boven zijn hoofd ziet hangen zich afvragen wat er precies gebeurt, en ongemak ervaren. Maar de kans dat een drone daadwerkelijk wordt ingezet om hem lastig te vallen, is aanzienlijk kleiner. Vrouwen zijn nu al aantoonbaar vaker slachtoffer van stalking, intimidatie, en andere narigheid in de buitenruimte – een gegeven waar de laatste jaren eindelijk meer aandacht voor is. Dat een drone daarbij als nieuw instrument wordt ingezet, is voor hen dan ook een reëel risico. Onze veiligheid krijgt er dus een dimensie bij; niet alleen horizontaal, maar ook verticaal. Toch is dat nog nergens een agendapunt. Dat zou wel moeten, want het risico is dat drones de huidige genderongelijkheid en machtsbalans in de buitenruimte verder vergroten, zeker als we daar bij ontwerp, wet- en regelgeving geen rekening mee houden.
Gelukkig zijn er landen waar ze hier al veel langer over nadenken. Zo waarschuwde de Canadese rechtsgeleerde Kristen Thomasen tien jaar geleden al voor een blinde vlek in het dronebeleid. Regelgevers kijken bij drones vrijwel alleen naar vliegveiligheid, betoogde zij: de maximale vlieghoogte, de afstand tot een vliegveld, de vraag of een toestel kan neerstorten. Daarbij gaan ze ervan uit dat de technologie voor iedereen hetzelfde risico oplevert, en dus waardenneutraal is. Dat is een misvatting, stelde Thomasen. Juist het feit dat een drone ongezien kan filmen en volgen, raakt vrouwen harder dan mannen. Dat sluit aan bij iets wat ik zelf ook merk: het geluid van een drone maakt mij alerter dan mijn man, mede omdat ik als vrouw van jongs af aan noodgedwongen ‘getraind’ ben om potentieel onveilige situaties in de buitenruimte op te merken. Maar zolang wetgevers en de sector zelf de technologie als waardenneutraal blijven behandelen, blijven dit soort verschillen onopgemerkt en dus buiten ontwerp, beleid en regelgeving.
Wat daarbij volgens mij een extra uitdaging vormt, is dat de dronewereld voornamelijk door mannen wordt bevolkt. In de Verenigde Staten is 96 procent van de geregistreerde drone-eigenaren man; in het Verenigd Koninkrijk geldt een vergelijkbaar percentage. Er is geen reden om aan te nemen dat dat in Nederland heel anders zal zijn. Ook onder fabrikanten en beleidsmakers in de sector is die verhouding terug te zien. Dat is geen verwijt aan individuele mannen, maar misschien wel een verklaring waarom de risico’s voor vrouwen al zolang onbesproken blijven. Wie het risico zelf niet loopt, denkt er ook niet als eerste aan.
De Canadese geograaf Leslie Kern beschrijft dat mechanisme uitgebreid in haar veelgeprezen boek Feminist City (2020). Eeuwenlang hebben stedenbouwers, architecten en beleidsmakers – veelal mannen – hun eigen lichaam als onuitgesproken norm genomen. Wie zich zelden hoeft af te vragen of een straat, park of parkeergarage veilig voelt, ontwerpt die ruimte anders dan iemand die dat voortdurend wel moet doen. „Onze steden zijn het patriarchaat, gegoten in steen, baksteen, glas en beton”, schreef architectuurhistorica Jane Darke al in 1996. Vervang steen en beton door software, sensoren en camera’s, en de uitspraak gaat evengoed op voor de lucht erboven: ook daar wordt nu, onopgemerkt, vastgelegd wiens definitie van veiligheid als norm geldt.
Bij drones komt daar nog iets wezenlijks bij: de mogelijkheid om macht uit te oefenen zonder zelf zichtbaar te zijn. Als je in de openbare ruimte wordt lastiggevallen, dan is er ten minste nog een lijf waar je op kunt reageren om het gevaar in te schatten of wellicht af te wenden. Bij een drone ontbreekt dat fysieke aspect volledig: de bestuurder bevindt zich ergens buiten je blikveld en kan zich zomaar het recht toe-eigenen je ruimte binnen te dringen zonder dat je daar op dat moment iets tegenin kunt brengen. Dat is machtsvertoon in zijn meest ontlichaamde vorm. Dat ervoer ik aan den lijve op Texel, het voelde als een schending van mijn privacy en veiligheid, ook al kon ik niet aantonen dat de drone me daadwerkelijk volgde of filmde.
Dat gevoel staat niet op zichzelf. De Rechtbank Gelderland oordeelde in 2017 dat een privacyschending niet afhangt van het bewijs dat een drone daadwerkelijk filmt: alleen al de onzekerheid daarover kan een inbreuk op je privacy zijn. Voor gerichte intimidatie geldt een strenger criterium. Het zogeheten belagingsartikel dat stalking strafbaar stelt, vereist stelselmatigheid: het gedrag moet zich herhalen, een tijd aanhouden en een herkenbaar patroon vormen. Wie een vrouw eenmalig met een drone volgt, valt daar niet automatisch onder, hoe indringend het ook voelt. Dat gevoel wordt dus wel erkend, maar een sluitend juridisch antwoord is er nog niet.
Hoeveel overlast Nederlandse vrouwen op dit moment van drones ervaren is niet bekend, en het wordt naar mijn weten ook nergens systematisch bijgehouden. Wel verraste het me, dat toen ik vrouwen uit mijn omgeving over mijn drone-ervaring vertelde, meerderen van hen met een soortgelijke ervaring kwamen. Ook wereldwijd zijn er steeds meer signalen dat dronemisbruik richting vrouwen toeneemt. In een rapport werd de Amerikaanse overheid al in 2013 gewaarschuwd dat het misbruik alleen maar zal toenemen naarmate drones toegankelijker worden. In 2018 zag de Australische privacywaakhond al een groeiend aantal meldingen van vrouwen die zeggen door een drone te zijn gestalkt, en Amerikaanse hulpdiensten krijgen er steeds vaker vragen over.
Dat ook in Nederland het dronegebruik sterk toeneemt, maakt het alleen maar belangrijker om nu het gesprek te voeren over de mogelijke gevolgen. Het aantal geregistreerde drone-exploitanten groeide de afgelopen twee jaar met meer dan 10.000 per halfjaar, tot ruim 120.000 op dit moment. Die cijfers zijn exclusief de lichte modellen onder de 250 gram, zoals speelgoeddrones met camera, die vaak van registratie zijn vrijgesteld. Hoeveel daarvan er dagelijks door de lucht zoemen, weet niemand. En dan laat ik de plannen van defensie om ook buiten de bestaande oefenterreinen met drones te kunnen trainen nog buiten beschouwing.
Zelfs de Inspectie Leefomgeving en Transport, de instantie die onder meer toezicht houdt op droneregels, erkende deze zomer dat de regelgeving zich vrijwel uitsluitend op vliegveiligheid richt, terwijl zorgen over bijvoorbeeld privacy en maatschappelijke acceptatie amper worden meegewogen. De vraag is dan ook wat eerste goede stappen zijn om dat tij te keren.
Kristen Thomasen, de eerdergenoemde rechtsgeleerde die tien jaar geleden al waarschuwde voor blinde vlekken in de sector, heeft daar inspirerende ideeën over. Ze zit intussen in het orgaan dat de Canadese overheid adviseert over dronebeleid en geldt internationaal als een gezaghebbende stem op dit terrein. Thomasen pleit niet voor een droneverbod, maar voor diverse controlemechanismen die de dronebestuurder ‘aanspreekbaar’ maken: een zichtbaar ‘kenteken’ (in de vorm van een digitaal signaal dat de drone uitzendt en dat op afstand leesbaar is, via een app bijvoorbeeld), een lichtsignaal dat aangeeft of een drone daadwerkelijk filmt, en een laagdrempelig meldpunt. Simpele ingrepen, die het machtsevenwicht tussen bestuurder en omstander enigszins kunnen herstellen.
Aan een van die voorstellen wordt ook in Nederland gewerkt. Zo’n dronekenteken is hier verplicht sinds 2024 – alleen werkt het nog nauwelijks zoals het bedoeld is. Voor lichte dronemodellen is het bijvoorbeeld niet eens verplicht, en veel telefoons blijken het signaal niet te kunnen lezen. Toch denk ik wel dat het had geholpen als ik op Texel op mijn telefoon had kunnen zien van wie de drone was, en waar die persoon zich op dat moment bevond. Misschien had dat het voorval zelfs kunnen voorkomen, zeker als er ook een meldpunt was geweest dat ik had kunnen bellen.
Nu het luchtruim boven ons met het jaar voller raakt, wordt er ook in Nederland gedebatteerd over kentekens, hoogtelimieten en de uitbreiding van militaire oefenruimten. De vraag wat er verloren gaat zodra de lucht voor minstens de helft van de bevolking niet meer vanzelfsprekend veilig voelt, en vooral wat ervoor nodig is om dat te voorkomen, mag in die debatten niet ontbreken. Al in de jaren zeventig trokken de Dolle Mina’s met fakkels de nacht in om een stuk ruimte op te eisen dat in het donker nooit vanzelfsprekend van vrouwen is geweest: de straat. Vijftig jaar later, na de moord op de zeventienjarige Lisa, voelt een nieuwe generatie zich genoodzaakt dat opnieuw te doen. Laten we zorgen dat die strijd zich niet verder hoeft uit te breiden, want ik voel er weinig voor om ook nog eens de hemel boven me te moeten opeisen. Ik wil gewoon ongestoord een pizza kunnen halen.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie