Dat is mooi. Maar de Engelse hoogleraar geschiedenis James McDougall gaat daarmee voorbij aan het westerse onbegrip dat het wij-zij-denken telkens nieuw leven inblaast.
is recensent non-fictie voor de Volkskrant.
Het werd een oorlog ‘in naam van Jezus Christus’. Een oorlog tegen ‘barbaarse wilden’ die geen greintje genade verdienden. Een die zou eindigen in een overwinning, dankzij ‘Gods almachtige voorzienigheid’.
Aldus de Amerikaanse minister van Oorlog, Pete Hegseth, na de Amerikaanse aanval op Iran. Voor Hegseth was het een nieuwe kruistocht, een nieuwe fase in de strijd van ‘het christendom’ tegen ‘de’ islam. En alhoewel Hegseth veel kritiek over zich heen kreeg, onder andere vanuit het Vaticaan, had hij ook medestanders. Dat dualistische wereldbeeld van ‘wij’ tegen ‘zij’ ligt diep verankerd.
Het idee dat het christendom en de islam aartsvijanden zijn, dateert uit de vroege middeleeuwen. In die strijd was de islam lange tijd de bovenliggende partij, totdat een samengeraapt maar bloedfanatiek christelijk leger er in 1099 in slaagde Jeruzalem te veroveren. Dat was de eerste en in wezen de enige geslaagde kruistocht.
Daarna volgden alleen maar nederlagen, en in de 16de eeuw verschoven de Ottomanen de frontlijn doodleuk tot voor de poorten van Wenen. Pas in de 18de eeuw keerden de kansen en maakten frustratie en angst voor de islam plaats voor minachting. ‘Het Oosten’ werd gelijkgesteld aan stilstand, starheid, zinnelijkheid, irrationaliteit – kortom: het was de tegenpool van het vrije, dynamische, rationele Westen.
In De vele werelden van de islam doet de Engelse hoogleraar James McDougall zijn best om dat duale wereldbeeld te ontkrachten. Hij gaat daarbij te werk zoals het een hoogleraar geschiedenis betaamt, namelijk door een overvolle beschrijving te geven van de ontwikkelingen binnen de islam in de afgelopen veertien eeuwen. Hij vliegt van Afrika naar Azië, van China naar Java en dan weer naar Kenia om te laten zien hoe ongelofelijk divers de islam altijd was en nog steeds is.
Wat McDougall ook graag wil laten zien, is dat de islam op vele momenten diepgaand werd beïnvloed door ‘vreemde’ opvattingen en ideologieën, met andere woorden dat er altijd sprake is geweest (en nog is) van een intensieve wisselwerking met het Westen. Begrippen als ‘westerse beschaving’ versus ‘de wereld van de islam’ zijn daarom misleidend en staan wederzijds begrip in de weg.
Allemaal waar. Maar daarmee raakt hij niet de kern van de botsing tussen het Westen en de wereld van de islam zoals die sinds enkele decennia door velen wordt gevoeld.
De oorzaak achter het onbegrip zit ’m in een wezenlijk verschil tussen de islam en het christendom. Vergeleken met het christendom heeft de islam twee dingen niet. Ten eerste kent hij geen theologie van enige betekenis. Er is één God, één Profeet en een heilig boek. Opvattingen als het bestaan van de erfzonde, een mens die ‘zoon van God’ is en de heilige Drie-eenheid, zaken die in het christendom hebben geleid tot een ondoordringbaar woud aan theologische speculaties, ontbreken. Moslims kunnen eindeloos discussiëren over allerlei rituelen en regels, maar ze kennen geen echte theologische geschillen. De grote scheuring in de islam tussen soennieten en sjiieten betrof de vraag wie Mohammed had mogen opvolgen.
Daarnaast heeft de islam geen concrete visie op wat ‘islamitisch besturen’ zou zijn. Goed, de sharia moet leidend zijn, maar die biedt geen houvast voor goed bestuur. Dat laatste gebrek heeft tot gevolg gehad dat de islamitische wereld al zo’n twee eeuwen gebukt gaat onder in het Westen ontwikkelde, en vaak ook door het Westen opgedrongen regeringsvormen.
Islamitische geestelijken boden zelden een alternatief. Ze predikten verdraagzaamheid en onderwerping, en als bestuurders zich misdroegen, moesten ze zwijgen. (De revolutie in Iran eind jaren zeventig is daarop de grote uitzondering.)
Die situatie zette kwaad bloed en zo ontstonden de afgelopen eeuw, maar vooral de laatste decennia, stromingen zoals de Moslimbroeders en Al Qaida, die uit naam van de islam de oorlog verklaarden aan corrupte machthebbers – én hun buitenlandse steunpilaren. De leden daarvan zijn dus geen ‘ketters’. De geestelijk vader van Al Qaida, Juhayman al Otaybi, werd jarenlang door de geestelijken in zijn vaderland Saoedi-Arabië beschouwd als een voorbeeldige moslim – totdat hij zich tegen het gezag keerde en een gewelddadige coup organiseerde. Zijn rechtlijnigheid maakte hem tot een bedreiging voor de eenheid van de gelovigen, met andere woorden voor de status quo.
Als dergelijke organisaties het strijdtoneel verleggen tot buiten het Midden-Oosten, verwachten velen in het Westen dat moslims wereldwijd hen veroordelen als ‘on-islamitisch’. Maar strikt genomen zijn ze dat niet. Ze zijn wreed, ze beschadigen de islam, maar wat ze beweren is niet on-islamitisch. En in reactie op dat ontbreken van een heldere ‘banvloek’ is het een simpele stap, zoals je politici hoort stellen, dat ‘de’ islam een bedreiging vormt voor ‘onze’ beschaving.
McDougall doet in De vele werelden van de islam een dappere poging om het westerse beeld van de islam te nuanceren. Dat is mooi. Maar hij gaat daarmee voorbij aan het westerse onbegrip dat het wij-zij-denken telkens nieuw leven inblaast.
James McDougall: De vele werelden van de islam – Een mondiale geschiedenis. Uit het Engels vertaald door Arian Verheij. Querido Facto; 567 pagina’s; € 39,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant