De hoofdpersoon in de grote Zweedse roman van Lydia Sandgren begint aan een biografie van de beroemde dirigent Enzo, of stiekem toch aan die van zijn vrouw Alice?
‘De literatuur’, mijmert Karl Hillberg, schrijver en docent aan een middelbare school in Göteborg, aan het begin van Overleving van de soort, ‘heeft ons ingeprent dat elk verhaal een beginpunt heeft.’
Daarin is de literatuur anders dan de werkelijkheid, die hij voorstelt als ‘een warrig web dat niet verraadt waar iets begint of eindigt’.
Dat is een treffende samenvatting van Overleving van de soort, waarin de Zweedse schrijver Lydia Sandgren (1987) de lezer meerdere opengaande deuren toont. We zien Hillberg: zijn wat saaie schoolcarrière, het moeizame werk aan een tweede roman, een mislukte relatie met Elsa.
We zien zijn ouders: het teruggetrokken leven van zijn vader, verder geïsoleerd door de coronacrisis, en zijn moeder, die haar vleugels uitslaat. We volgen Alice Hedström vijftig jaar eerder, begin twintig en studerend; haar reis naar Rome en haar ontmoeting met de flink oudere dirigent Enzo Viera; hun ongelijke, maar ook liefdevolle huwelijk. We zien hun drie kinderen geboren worden, hun tijd in New York en hun beroemde vrienden.
Dat is veel, en gelukkig trekt Sandgren er ruim zevenhonderd pagina’s voor uit om al deze geschiedenissen en relaties te verkennen.
Overleving van de soort draait om de biografie die Alice Viera Hillberg vraagt te schrijven over haar man. Enzo Viera is onlangs overleden, maar was bij leven een redelijk bekende figuur in de Europese en Amerikaanse klassieke muziekwereld. Hillbergs debuut, Vrouwen en mannen, was een bestseller in Zweden en werd veelvuldig vertaald, maar van een tweede boek is het nog niet gekomen. Een biografie zou dus een welkome afleiding kunnen zijn.
Eenmaal in Rome, waar Alice Viera in haar eentje in een veel te groot huis woont, bekruipt hem echter al snel het gevoel dat hem iets niet is verteld. Zo laat een mede-dirigent zich op een gegeven moment ontvallen: ‘Die ander met wie ik sprak stelde niet zulke… pedante vragen.’
Die ander, dat is een andere biograaf. Een Amerikaan, die zich ongevraagd met de dode maestro bezighoudt. Wellicht dat Alice een officiële biograaf in de arm heeft genomen om zich te wapenen tegen wat de ander zal vinden. Zij ontkent. Wil ze een bepaald verhaal vertellen? Wil ze juist een onjuist verhaal vóór zijn? Of weet ze echt van niks?
Meer dan de plot, die de roman slechts gedeeltelijk voortstuwt, lijkt Sandgren geïnteresseerd in de kracht van vriendschaps- en familiebanden door de decennia heen. In Overleving van de soort gaat het dan in eerste instantie om de vriendschap tussen Enzo Viera en de getroubleerde Britse pianist Adrian De Witte.
De verhaallijn over de jonge Alice tijdens haar studietijd lijkt daarentegen lange tijd los te staan van de rest van de roman. Aanvankelijk zijn de vele discussies tussen marxistisch angehauchte studenten wel leuk en vermakelijk, al gaan ze wel erg lang door. Later keren deze personages echter terug. Ze zijn dan niet meer jong en studentikoos en blakend van ambitie, maar door het leven getekende zeventigers en tachtigers.
Ze vertellen Hillberg over een jonge Alice – en dan realiseer je je dat hij misschien niet Enzo, maar Alice Viera als onderwerp van zijn biografie zal nemen.
Overleving van de soort lijkt op allerlei manieren op Sandgrens debuut Verzamelde werken (in 2021 vertaald), en niet alleen qua lengte. Er is een gedeelde omgeving – Göteborg – en een terugkerend personage: uitgever Martin Berg, het hoofdpersonage van Sandgrens eersteling, ditmaal in een bijrol.
Maar, belangrijker: in beide romans schrijft Sandgren over relaties door de tijd heen, en strooit ze kwistig met verwijzingen naar andere literatuur, films, historische gebeurtenissen en meer. Soms staat al die intertekstualiteit tussen de lezer en de tekst, maar Sandgren schetst ook effectief Hillbergs leefwereld.
Sandgrens proza is fijn van toon en haar vertelstemmen zijn onderhoudend. Ze neemt haar tijd – soms te lang. In de historische verhaallijnen verslapt de spanningsboog van het verhaal; daar wreekt zich dat hun relatie tot Hillbergs biografische zoektocht in Rome niet dwingend en duidelijk genoeg is. Hillbergs ik-perspectief wordt ingewisseld voor een alwetende verteller, wat de afstand nog net wat groter maakt.
Overleving van de soort werkt dus niet toe naar een hoogtepunt: de verhaallijnen versterken elkaar, maar eindigen niet in een knap bedachte ontknoping. Hillberg vindt geen opvallend bewijs en wordt niet wereldberoemd door deze biografie. Hij komt zijn ex tegen, maar krijgt haar niet terug (en wil dat ook niet). Hij neemt geen ontslag van de middelbare school.
Daar waar deze losheid niet overhelt naar een te slap koord, heeft Sandgrens aanpak eigenlijk wel iets verfrissends en opens. Liefde, daar gaat het in deze roman misschien uiteindelijk om, of beter gezegd: de toevalligheid van onze omgang met elkaar. Het onvormbare, het onvoorziene karakter van ontmoetingen en relaties, en de manier waarop zij levens sturen.
‘Je moet natuurlijk voorzichtig omspringen met causaliteit’, merkt Hillberg op wanneer hij probeert na te gaan waarom Alice in 1973 van Göteborg naar Rome verhuist, ‘het is zelden zo dat a tot b leidt en dat c het liefdeskind is van beide factoren. Maar zonder Erik was Alice waarschijnlijk niet bij haar tante in Italië gaan logeren, waardoor ze Enzo niet had leren kennen… enzovoort.’
Enzovoort: er gaan telkens deuren open en die zijn niet meer dicht te krijgen.
Daarom is er ook geen groots slotakkoord: er zijn waarheden die aan het licht komen, motieven die op tafel worden gelegd, verhalen die worden verteld. In Overleving van de soort werpt Lydia Sandgren licht op een aantal onzichtbare draden die lopen tussen haar hoofdpersonages en de mensen uit hun leven. Dit zijn mensen die ooit deel uitmaakten van elkaars leven, elkaar wellicht pijn hebben gedaan, elkaar in ieder geval uit het oog zijn verloren, maar decennia later door een jonge biograaf worden herinnerd aan hun verbondenheid.
Lydia Sandgren: Overleving van de soort. Uit het Zweeds vertaald door Eline Jongsma. Uitgeverij Oevers; 752 pagina’s; € 35.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant