Het magnum opus van de Amerikaanse stripmaker, De dissidenten, is behalve een aanklacht tegen het repressieve regime van president Woodrow Wilson een ode aan een vergeten episode in de geschiedenis van de tekenkunst.
schrijft voor de Volkskrant over strips, graphic novels en beeldcultuur.
Joe Hertle, politiek cartoonist met een houten been, is een verzinsel. Toch leidt hij een overtuigend leven in de grafische roman De dissidenten van de Amerikaanse stripmaker Derf Backderf, waarin hij de collega is van tekenaars die wel degelijk echt bestaan hebben.
Dat was tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen ze de redactie vormden van het linkse en satirische tijdschrift The Masses. Het belangrijkste redactielid was Art Young, die president Woodrow Wilson ooit de hand schudde en hem vroeg of hij nog wel kon slapen nadat hij had besloten Amerikaanse jongens naar het front te sturen.
Woodrow Wilson is de tweede hoofdrolspeler in het boek. Voor zijn oorlogsinspanningen kreeg Wilson in 1919 de Nobelprijs voor de Vrede, maar hij was bepaald niet onomstreden. Ten eerste bleef deze Democraat een uitgesproken voorstander van rassenscheiding en ten tweede ondervond zijn besluit om met grootschalige troepeninzet deel te nemen aan de Great War in Europa veel tegenstand.
De enigen die daarvan profiteerden, riep men, waren de kapitalisten, de wapenindustrie en de beurs.
Het verzet tegen het grootkapitaal wordt in die jaren geleid door vakbondsleider Big Bill Haywood. Tijdens een grote bijeenkomst van de vakbond is ook Joe Hertle aanwezig, gewapend met een blocnoteje en een potlood om het gebeuren vast te leggen, als plotseling de deuren van de zaal opengaan en er politiemensen binnenkomen om de toehoorders hardhandig in de boeien te slaan.
Hertle weet met enkele medestanders de nooduitgang te bereiken, maar buiten worden ze opgewacht door mannen met bolhoeden en knuppels. Joe krijgt een klap, valt op straat en wordt overreden door een tram, wat hem zijn onderbeen kost. Sindsdien gaat hij door het leven als cartoonist met een houten been.
Backderf heeft de agressieve politiemacht en de knokploeg niet verzonnen. Onder aanvoering van Woodrow Wilson werd alles wat links en pacifistisch was keihard onderdrukt, met behulp van twee wetten die het makkelijker maakten om subversieve elementen te arresteren en te censureren: de Espionage Act en de Sedition Act.
Wilson werd in zijn repressieve beleid bovendien geholpen door de American Protective League (APL), een beweging met tienduizenden leden die goeddeels bestond uit ‘bijklussende’ politiemensen: een knokploeg zo groot als een leger.
Het personage Joe Hertle heeft hij dus wel verzonnen, maar het is duidelijk een alter ego van Backderf zelf. Hij begint zijn boek met een persoonlijk statement: ‘Ik ontdekte de cartoonisten van The Masses toen ik net aan mijn tekencarrière begon. Hun werk reikte vanuit het vergeten verleden naar mij, greep me, inspireerde me en heeft me gevormd.’
In het boek is Hertle vooral een Duitse Amerikaan, zoals er ook Ierse Amerikanen en Italiaanse Amerikanen waren: importburgers. Backderf komt uit een geslacht van Duitse immigranten en heeft Hertle deels gevormd naar zijn eigen opa.
Het gevoel er nooit helemaal bij te horen benadrukt hij door Hertle af te beelden als een lange slungel die boven iedereen uitsteekt. Op bladzijde 167 smelten Backderf en Hertle helemaal samen. Als redactielid van The Masses mag Hertle zijn eerste omslagtekening maken. Hij tekent een bakstenen muur die wordt geslecht door twee arbeiders die elkaar de hand schudden. Schepper en schepsel worden één.
Natuurlijk heeft Backderf zelf dit omslag bedacht, maar hij laat het zien op een pijnlijk moment, want de inkt van de tekening is nog niet droog of de politie valt binnen en The Masses wordt voorgoed verboden.
Behalve een aanklacht tegen het regime van Wilson is De dissidenten ook een ode aan een vergeten episode in de geschiedenis van de tekenkunst. Net als De notenkraker in Nederland, waarin Albert Hahn tijdens de Eerste Wereldoorlog spotprenten publiceerde tegen het militarisme, was The Masses een fel pacifistisch tijdschrift dat ruimte bood aan hoogwaardig tekenwerk. Backderf laat daarvan meerdere voorbeelden zien en heeft op de schutbladen van zijn boek de mooiste omslagen van The Masses laten afdrukken.
Voor de Nederlandse lezer is Backderf (in 1959 geboren als John Backderf) geen onbekende. Er verschenen al vijf boeken van hem in vertaling, waaronder Mijn vriend Dahmer, waarin hij herinneringen ophaalt aan de seriemoordenaar Jeffrey Dahmer die lang geleden bij Backderf in de klas zat.
Nu hij zijn magnum opus De dissidenten heeft voltooid, mag Derf Backderf zich, samen met Art Spiegelman van Maus en Joe Sacco van Palestine, rekenen tot de eredivisie van de getekende non-fictie.
Derf Backderf: De dissidenten – Autocraten! Burgerwachten! Communisten!… en Cartoonisten!. Uit het Engels vertaald door Arend Jan van Oudheusden. Concerto Books; 344 pagina’s; € 34,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant