Home

Nu het over liefde gaat en niet over kunst, krijgt de zorgvuldige signatuur van Jannie Regnerus iets tuttigs

De metafoor-zware nieuwe roman van Jannie Regnerus gaat over een affaire en is weer keurig netjes geschreven. Maar wat is er mis met de huwelijken? Hoe ziet hun leven eruit? Wie zijn deze mensen?

is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.

Bij opgravingen in het Dal der Koningen in Egypte hebben archeologen in ondergrondse graftombes ooit zaden gevonden die na drieduizend jaar in een duister vacuüm spontaan ontkiemden. Gewoon, bij wat licht en zuurstof.

Een geweldig verhaal. En complete onzin. Hoewel ‘mummietarwe’ in Victoriaans Engeland een tijdje een rage was, is er geen wetenschappelijk bewijs dat zulke antieke zaden ooit zijn ontkiemd.

Toch opent Jannie Regnerus’ Voorbij de dagen met de zaden-anekdote. In een roman mag tenslotte van alles worden beweerd. En bovendien: de symboliek van die zaadjes, in het donker wachtend op hun onvermijdelijke ontluiking, is te mooi om niet te gebruiken. Zeker als je schrijft over de liefde.

Maar het is wel ironisch dat al op de eerste pagina van deze roman een onwaarheid staat. Alsof de verhouding tussen Lena en Lukas, want daar gaat het verhaal over, gebaseerd is op een verzinsel, besmet met een leugen, wat-ie natuurlijk ook is: Lena en Lukas zijn beiden getrouwd, hun affaire is gedoemd in het duister te blijven.

Regnerus (1971) is de auteur van een handvol korte romans, zorgvuldig gestileerde werken met weldoordachte metaforen, smaakvolle symboliek en een ingetogen plot. De personages in haar oeuvre houden zich bezig met kunst, als student aan de academie, als restaurateur van schilderijen, als architect.

Ze zijn gevoelig voor de esthetiek van alledag, zien de ontroerende schoonheid van een duivennest, van opgestapelde stenen, een perfecte reflectie in een regenplas – dat soort dingen. Je kunt merken dat hun schepper oorspronkelijk beeldend kunstenaar is: Regnerus begon pas later met schrijven.

In haar abstracte schilderijen – het soort werk dat je zou kunnen aantreffen boven het bed in een minimalistisch boutiquehotel – verloopt kleur in wit, licht in donker, het contrast niet hard maar wolkig, waterig. En zo schrijft ze ook. Veel wit, korte hoofdstukjes, een secuur gekozen beeld of motief (vaak zwart/wit, licht/donker, boven/onder) dat wordt herhaald om het thema van de roman op te roepen en te benadrukken.

Metaforen als geleiders

Die stijl werkte goed in Nachtschrijver (2017), waarin een vrouw de verbinding met haar geboortestreek terugvindt tijdens het restaureren van een schilderij. Of in Het wolkenpaviljoen (2020), waarin een architect een Japanse tempel bezoekt om in het reine te raken met zijn scheiding. De schilderkunst en architectuur zijn in die romans een geleider voor de emotionele transformatie van de personages.

Zo kan Regnerus de specifieke kunst en de bijbehorende technieken beschrijven – iets wat ze goed en precies kan – terwijl ze ondertussen, haast zijdelings, haar personages van het donker naar het licht brengt.

In Voorbij de dagen ontbreekt de kunst. Lena is scriptschrijver, maar dat speelt geen rol van betekenis. Lucas doet iets onduidelijks bij een bedrijf. Ze zijn niet merkbaar ergens bezield mee bezig (behalve met elkaar) en zijn daardoor nogal blanco – hoezeer Regnerus hun karakters ook heeft proberen in te vullen met herinneringen aan een gereformeerde boerenachtergrond (Lena) en met de mierzoete liefdesmails van Lukas (‘Een groot gevoel van tederheid overviel me toen ik je voor het eerst zag …’).

Wat is er mis met hun huwelijken? Hoe ziet hun dagelijks leven eruit? Hoe praten ze tegen elkaar? Zijn deze mensen 30 of 50? Ik heb geen idee.

Vaag en weinig dwingend

De focus ligt bij Lena, maar haar noden blijven vaag en weinig dwingend. Moet zij zich bevrijden uit een saai huwelijk? Van de laatste restjes dogma uit haar jeugd? Moet tot haar doordringen dat ze gezien mag worden, dat ze gerust zichzelf kan zijn?

Je krijgt niet de indruk dat Lena gebukt gaat onder de ‘door dominee Klomp ingeprente kaders van goed en kwaad’ of dat de scheiding haar zwaar valt. Ze heeft in no-time een ‘zonnig en licht’ eigen huis gevonden met grote ramen, waar ze lekker zit te werken, uitkijkend over een vaart en een plantsoen met platanen en beuken. Als Lukas niet thuis geeft, beëindigt zij de affaire – aan zelfvertrouwen geen gebrek. Wat is eigenlijk het probleem?

In eerder werk gaf ‘het probleem’ (eenzaamheid, heimwee, somberte) Regnerus’ zo verzorgde stijl nog een enigszins rauw randje: het was allemaal mooi, maar ook moeilijk of verdrietig. Nu het over de liefde gaat, krijgt haar signatuur iets tuttigs. Lena en Lukas in een restaurant ‘waar alles fonkelt, de wijnglazen, het bestek, hun ogen’. Hun gesprek ‘speels duikelend de diepte in en weer omhoog, als twee zwaluwen op een zomeravond’.

Hij, de vier talen sprekende gymnasiast, leert haar de etiquette, ‘hoe het zit met al die glazen op tafel’. Zij, de boerenmeid, legt hem het verschil uit tussen vaarzen en pinken.

De beste van de klas

Het probleem is misschien wel dat je zo duidelijk merkt dat Regnerus haar best heeft zitten doen. Ook zijn er die steeds terugkerende verwijzingen naar dingen die ergens in het donker of onder water liggen te wachten (zaden, aardappels, een libellelarve) op ontkiemen, ontspruiten, vervellen. Transformatie! Het is mooi, mooi-ig, het doet z’n werk, maar heeft ook wat obligaats, alsof een literaire roman nu eenmaal een zeker allegorisch gehalte móét hebben.

Of neem de scène waarin Lena als klein meisje met haar vader mee mag maaien. Het gras laat zich ‘gewillig’ ‘alle kanten’ op slingeren, het ‘losbandige’ hooi wordt ‘strak bijeengebonden’, eenmaal in de ‘donkerte’ van de schuur wil het ‘getemde’ hooi zich niet ‘gedragen’, onder in de hooiberg begint het te ‘broeien’, ‘daar smeult iets’. Regnerus is de beste van de klas, met het netste handschrift en boven elke i een hartje. Voorbeeldig en een beetje saai.

Jannie Regnerus: Voorbij de dagen. Van Oorschot; 104 pagina’s; € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next