De ombudsman belandde deze week in een gedachtenstroom over fotografie. Die begon met een correctie over Mao, en eindigde via Reagans laarzen en bosbranden in Libanon bij de herdenking van 25 jaar 9/11.
Goed, we beginnen bij Mao Zedong. Vorige week woensdag 9 september was het vijftig jaar geleden dat de eerste leider van de Volksrepubliek China overleed. Sterfdagen zijn bij NRC doorgaans geen aanleiding voor een verhaal, en nu ook niet. Toch verscheen in de woensdagkrant een foto met bijschrift van een herdenking die dinsdag in Mao’s geboorteplaats Shaoshan was gehouden. Op de foto houden vooral jonge mannen portretten omhoog van de man die, zo legt het bijschrift terecht uit, miljoenen landgenoten door interne zuiveringen en honger de dood injoeg.
Het aantal hongerdoden door de Grote Sprong Voorwaarts (1958-1962) wordt geschat op enkele tientallen miljoenen; tijdens de latere Culturele Revolutie (1966-1976) stierven er circa 1,5 miljoen mensen door geweld en repressie. Toch vervolgt het oorspronkelijke fotobijschrift, dat 121 woorden telde, dat die ontwikkelingen „het land vooruit” hielpen. De volgende dag viel het bijschrift onder meer de China-redacteur op, en werd het op initiatief van de hoofdredactie online gecorrigeerd tot een nog korter tekstje (80 woorden). Met de toelichting: dit was „geen waarheidsgetrouwe typering” (die correctie had ook wel in een krant mogen verschijnen, het fotobijschrift stond immers juist dáár).
Ik noem de misser vooral omdat die volgens mij iets zegt over de veranderende omgang met beeld bij NRC. Die verandering ziet Yaël Vinckx ook, de ‘editiesamensteller’ die vorige week dinsdag de krant maakte – een vaste ploeg ervaren redacteuren doet dat bij toerbeurt. Vinckx vond, toen ze die avond alle pagina’s naast elkaar legde, de fotografie weinig sprekend. Net voordat de editie naar de drukker moest, besloot ze een foto van een Oekraïense procureur-generaal op pagina 19 te wisselen voor de nieuwsfoto van de Mao-herdenking. Een eindredacteur maakte snel een tekstje, er werd nauwelijks meer naar gekeken. Vinckx: „Er was te weinig tijd. Ik had het niet moeten vragen.”
Het punt is: Vinckx’ bedoeling was om de editie te verrijken. Door de nadruk op online publiceren „staat de papieren krant onder druk”, zegt ze. De papieren ochtendkrant brengt niet meer het laatste nieuws, vooral sinds een jaar geleden de deadline doordeweeks werd vervroegd naar 20.00 uur. De editie bevat daardoor vooral langere artikelen die vaak in de loop van die dag online zijn verschenen. Het is een uitdaging, zegt Vinckx, om daarmee een aantrekkelijke krant te maken. „Ik bemoei me zelfs met de kleur van de tekstblokjes op de voorpagina.”
Losse nieuwsfoto’s voor de krant – zoals die van de Mao-fans – geven variatie, maar zulke ‘papieren’ elementen worden beperkt ingezet en dat vindt Vinckx jammer. „Papieren elementen komen achteraan in het productieproces. We moeten gezamenlijk meer van tevoren nadenken over hoe je een verhaal met beeld vertelt, ook voor papier.” Iets dergelijks zegt ook chef foto Lian Hof. „In de papieren krant zou vaker gekozen kunnen worden voor een losse foto, als de fotoredactie daar op tijd om wordt gevraagd. Dan kunnen we meedenken.”
Er was, denk ik, een decennium geleden meer ruimte in de doordeweekse krant voor opvallend beeld. Titia Ketelaar, al meer dan 25 jaar redacteur, noemt de losse „In Beeld” in nrc.next: elke dag een knoert van een losse foto over een dubbele pagina, met alleen een korte toelichting. NRC Handelsblad bracht tot eind 2016 vrijwel elke dag ‘Het Grote Verhaal’ op een dubbele pagina, dat ook ruimte bood aan minder urgente thema’s zoals, zeg, een fotoserie over speelplaatsen wereldwijd; of de veiling van de cowboylaarzen van Ronald Reagan met een foto van die laarzen (van brulkikkerleer) op bijna ware grootte. „Het Grote Verhaal dwong ons om iedere dag zo’n verhaal te brengen”, zegt Ketelaar.
Maar in 2016 was er ook heel veel níet. Geen podcasts (Haagse Zaken was de eerste in 2017), geen Instagram-account (sinds 2018). Geen liveblogs. Geen video. Om met Johan Remkes te spreken: niet alles kan overal. De aandacht voor dragend beeld is niet minder geworden, zeggen fotoredacteuren, de verschijningsvorm is anders – de online vorm staat meer centraal.
Als geslaagde recente voorbeelden noemden ze bijvoorbeeld een verhaal over Libanese brandweermannen, gedragen door het werk van een Britse fotograaf. Artikelen op basis van beeldonderzoek (osint) waarbij bewegende graphics en video het verhaal helpen vertellen, zoals over het bombardement op een meisjesschool in Iran. Maandelijks maakt de fotoredactie voor nrc.nl een nieuwsoverzicht met de beste foto’s, sinds begin deze maand verschijnen online ook veel meer eigen nieuwsvideo’s. Het zaterdagse Weekend-katern heeft nog elke week een In Beeld-spread (spread als in ‘dubbele pagina’, niet als in sandwich). Met de vernieuwing van de website, komend najaar, wordt online nog meer ruimte voor beeld gecreëerd.
Toch had de fotoredactie ook een aanmerking. Kijk eens, zeiden ze, naar de ochtendkranten van vrijdag 11 september. Op de voorpagina’s van AD, de Volkskrant en Trouw stonden grote foto’s van de (afwezigheid van de) Twin Towers. Ook NRC besteedde uitgebreid aandacht aan de herdenking. De buitenlandredactie bracht twee verhalen waarmee nrc.nl die ochtend opende, er was een video op Instagram en TikTok waarin redacteur Wafa Al Ali vertelde hoe 9/11 haar jeugd had beïnvloed. Maar op de voorpagina van de krant stond alleen een kleine foto van de herdenking; het grote beeld was van Roma die in Amsterdam-Zuidoost bivakkeren, uit een eigen reportage.
Over die voorpagina hadden de editiesamensteller en de fotoredacteur van dienst die middag wel een discussie gevoerd, waarbij de editiesamensteller zoals altijd het laatste woord had. Adjunct-hoofdredacteur Lucas Brouwers, die die week overzicht over het nieuws hield, had de voorpagina niet meer gezien, want die was zoals meestal pas ’s avonds af.
Brouwers vindt het geen grote kwestie: „Ik denk dat het beeld wat terughoudend was. Omgekeerd snap ik ook de keuze voor een eigen nieuwsverhaal.” Het wás een knappe reportage uit Zuidoost. Maar ik dacht toch: als de redactie beeld in al zijn verschijningsvormen belangrijk vindt, zouden we ook over foto’s in de krant misschien iets meer kunnen praten.
In alle artikelen over de plannen van het ministerie van OCW om omroep Ongehoord Nederland uit het publieke bestel te verwijderen, was een lezer een leesteken opgevallen. Waarom kort NRC Ongehoord Nederland af als ON!, zoals de omroep zelf doet in zijn logo? „Ik vind dat de NRC zo wel erg verdacht pro ON lijkt te zijn.”
Over namen van organisaties met „al te gekke” schrijfwijzen bestaat een lemma in het interne Stijlboek van NRC: „Hoofdletters op onlogische plekken, leestekens als uitroeptekens en vraagtekens en andere rare tekens laten we verdwijnen uit oogpunt van de leesbaarheid.” Daarom noemt NRC de beheerder van het elektriciteitsnet Tennet en niet TenneT (maar toch leuk, die hoogspanningsmasten), en stond de voormalige omroep LLiNK ooit op de pagina’s als Llink. Wanneer een merknaam onlogisch of onleesbaar wordt, is enigszins arbitrair: easyJet mag zijn kapitale J houden.
Waarom NRC koos voor de afkorting ON! blijkt niemand op de redactie te weten. Nadat Ongehoord Nederland in 2022 toetrad tot het bestel, schreef de krant jarenlang ON zonder uitroepteken. De ! is ook geen deel van de officiële naam van de omroep, maar alleen van het logo.
Pas dit jaar, toen er weer volop over de omstreden omroep werd geschreven, maakte de schrijfwijze ON! een opmars bij NRC en inmiddels staat het uitroepteken er consequent. Redacteur Bart Hinke, die veel over de omroep schrijft, heeft zelf een voorkeur voor ON, omdat dat neutraler is. „Het uitroepteken is hún schrijfwijze.”
Landelijke media zijn verdeeld: NOS, de Volkskrant en Trouw schrijven ON; AD en nu.nl gebruiken het uitroepteken (de Telegraaf wisselt). Adjunct-hoofdredacteur Clara van de Wiel vindt het een „prima vraag” die de lezer stelde. „Een schrijfwijze is niet in steen gebeiteld, en het lijkt me een prima idee dit uitroepteken te heroverwegen.”
De ombudsman opereert onafhankelijk; haar oordeel is persoonlijk en niet dat van de (hoofd)redactie. Kijk hier voor de statuten van de ombudsman. Reacties kunt u mailen naar ombudsman@nrc.nl
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie