Democratie Het gaat in Nederland en Europa niet best met de democratische rechtsstaat. Maar we moeten niet wanhopen, betoogt Rik Peels. Als we leren wat democratie écht is en daarnaar leven, kunnen we sterker uit de strijd komen dan we erin gingen.
Weet u waar onze goudvoorraad verstopt ligt? Op de veiligste plek op aarde, zo dachten we althans tot voor kort: de Verenigde Staten en Canada. Intussen, meldde De Nederlandsche Bank onlangs, is 86 ton goud daar stiekem weggehaald. Een deel is verkocht en opnieuw aangekocht in Londen, een ander deel is fysiek verplaatst naar Zeist. De reden: „Beter voorbereid [zijn] op ernstige crises”. Risicospreiding dus.
Iedereen snapt echter wel dat er daarnaast nog een reden was: de radicalisering van de regering-Trump. De Amerikaanse overheid heeft lak aan het internationaal recht en zou ons goud wel eens kunnen inzetten als drukmiddel.
Rik Peels is hoogleraar en bekleedt een onderzoeksleerstoel godsdienstfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Ik vond het typisch Nederlands: waar we onder het vorige kabinet geopolitiek uitgerangeerd raakten, blijken we zodra het om ons geld gaat opeens bijzonder doortastend. Nederlanders vinden een hoop best, maar je moet niet aan onze centjes komen.
Voor de duidelijkheid: ik sta volledig achter deze actie, het is helaas bittere noodzaak. Tegelijkertijd wordt iets anders, dat het nog veel meer waard is om veilig te stellen, minstens zozeer bedreigd: onze democratische rechtsstaat.
Dat staat niet los van diezelfde geopolitiek. In de VS heeft een kliek van witte christelijke nationalisten en techbro’s de macht verkregen. Sindsdien wordt daar de rechtsstaat geleidelijk afgebroken. De corruptie van de Trump-kliek is openlijk en schaamteloos. Wie denkt dat het met de midterms allemaal wel goed komt, vergist zich: de Amerikaanse samenleving is tot op het bot gepolariseerd, het sociale weefsel is kapot.
In het oosten is de situatie niet bemoedigender. Rusland deed een ongekend gewelddadige aanval op een soeverein Europees land. Het voert ondertussen met de andere Europese landen een hybride oorlog, die steeds concreter en fysieker wordt; denk aan de bewapende drones waarmee Rusland Europese vliegtuigen wilde aanvallen. De kans op een nieuwe militaire provocatie, bijvoorbeeld in de Baltische staten, is niet gering.
Toch komt het grote gevaar voor Europa niet vanuit deze twee geradicaliseerde grootmachten. We zijn met ongeveer 500 miljoen mensen, de EU heeft de derde economie in de wereld, en met de nieuwe investeringen in defensie en meer samenwerking op militair gebied kunnen we ons mannetje staan.
De VS en Rusland vormen een reële bedreiging, maar het grootste gevaar komt van binnenuit. Want in Europa zelf bestaan allerlei krachten die erop uit zijn de democratische rechtsstaat kapot te maken.
Onlangs behaalde de rechts-extremistische AfD een klinkende overwinning in de deelstaat Saksen-Anhalt. Racisme, antisemitisme, nazisymbolen en -rituelen zijn binnen de partij schering en inslag. Intussen staat in Frankrijk Marine le Pen met haar Rassemblement National ruim bovenaan in de peilingen voor de presidentsverkiezingen van 2027.
Zover is het in Nederland nog niet. Maar we zien wel de demonisering van instituties, het spreken over ‘nepparlement’ en ‘neprechters’. We zijn getuige van de opkomst van radicaal complotdenken en anti-institutioneel extremisme. We kennen politici en influencers die affectieve polarisatie met opzet voeden: de ander is niet langer een politieke tegenstander die we moeten overtuigen, maar de vijand die we moeten verslaan. We zien openlijke islamofobie en antisemitisme. Klimaatverandering is een hoax, het internationaal recht is een papieren tijger.
Kan het allemaal niet wat opbeurender? Gelukkig wel. Dit was de diagnose; er is ook een remedie. We kunnen drie dingen doen om het goud van onze democratische rechtsstaat veilig te stellen.
Om te beginnen is het belangrijk te erkennen dat de krachtpatsers van onze tijd de democratie en het recht niet alleen aan hun laars lappen om meer geld te verdienen of macht te verwerven. Ze zijn diep ideologisch gedreven.
Dat geldt zeker ook voor de techfascisten achter sociale media en AI, die een uitgekiende voedingsbodem vormen voor rechts-extremistische bewegingen. Een vader wiens zoon dertien was geworden vertelde me dat hij zich afvroeg wanneer hij het gesprek moest beginnen over de vrouwonvriendelijke en antidemocratische denkbeelden in de manosfeer. Ik zei: vijf jaar geleden. Geradicaliseerde ideologieën zitten tot in de poriën van onze samenleving en elk kind met een telefoon heeft er toegang toe.
Zulke radicale ideologie kun je alleen indammen als je geen millimeter toegeeft als het gaat om de scheiding der machten, de grondwet, de rechten van minderheden en de vrijheid van de pers. Dat vraagt om burgemeesters, Eerste en Tweede Kamerleden en ministers die de democratie met hand en tand verdedigen. We kunnen in Nederland wel wat Mark Carneys gebruiken.
We moeten overigens niet klakkeloos aannemen dat mensen wel weten wat democratie is. Populistische bewegingen reduceren democratie tot ongelimiteerde vrijheid voor elk individu, en vinden dat politici die een meerderheid van de stemmen halen, kunnen doen wat ze maar willen.
Daarom moeten we, zeker met jongeren, de lange geschiedenis van de democratie doorlopen. Te beginnen bij de rechten van weduwen en wezen in de Tenach en het Nieuwe Testament, dan via de Magna Carta van 1215 en met een tussenstop bij het Plakkaat van Verlatinghe in 1581 richting 1848, de geboorte van de Nederlandse democratie.
Is het niet ontzettend moeilijk daar jongeren voor te interesseren? Op zich zou dat geen doorslaggevend bezwaar moeten zijn. Jongeren lopen ook niet collectief warm voor wiskunde of Nederlandse grammatica. Maar los daarvan zouden we nog wel eens verrast kunnen worden door hoe interessant jongeren dit alles vinden. De diepe geschiedenis van de democratie zit vol bloedstollende verhalen. De democratie is geboren uit een eeuwenlange strijd door mensen van vlees en bloed die ons uit uiteindelijk veel kunnen leren over wie wij zijn en wie we willen zijn.
Ten tweede moeten we terugkeren naar de grondslagen van de democratie. De Duitse Rooms-Katholieke rechtsgeleerde Ernst-Wolfgang Böckenförde (1930-2019) schreef in Staat, Gesellschaft, Freiheit (1976) dat de democratie leeft bij de gratie van voorwaarden die ze niet zelf kan garanderen. Die voorwaarden moeten wij zélf scheppen, individueel en met z’n allen.
Natuurlijk staan mensen in allerlei opzichten heel verschillend in het leven, wat ook prima is in een democratische samenleving. Maar er moet wel een gemeenschappelijke kern overblijven. En die wordt volgens mij gevormd door de zeven klassieke deugden, waarover Beatrice de Graaf en ik eerder schreven in NRC: gematigdheid, moed, rechtvaardigheid, wijsheid, geloof, hoop en liefde. Deze deugden helpen ons macht in te dammen en op te komen voor de rechten van ieder mens, in het bijzonder die van de kwetsbaren.
We moeten allemaal een noodpakket in huis hebben. Maar nog belangrijker dan fysieke weerbaarheid is wáárdenweerbaarheid: ons morele kompas, in de vorm van de zeven deugden. Daarover moeten we in het openbaar durven praten zonder de vrees meteen betuttelend of moralistisch gevonden te worden.
Als derde moeten we niet moedeloos of cynisch worden. Dat ligt al snel op de loer voor wie de geopolitieke situatie beschouwt en de antidemocratische krachten in Nederland ziet oprukken. Zeker als je daar de andere grote crises van onze tijd aan toevoegt, zoals klimaatverandering.
Gelukkig is er reden voor hoop. Europa doet het in vrijwel alle opzichten die ertoe doen beter dan de autocratische machten die ons omringen. De verdeling van de welvaart, de gezondheidszorg, het onderwijssysteem, het gevangeniswezen, duurzaamheid. Intussen moet Poetin dagelijks over zijn schouder kijken of niet een nog sterkere man hem komt omleggen, en stevenen de VS als er niets verandert af op een burgeroorlog. Als we bereid zijn die democratische rechtsstaat goed te beschermen, zullen Europa en Nederland deze tijd niet alleen doorstaan, maar er sterker uitkomen.
Wat mij hierbij helpt, is een gedachte van de Amerikaans-Nederlandse priester en denker Henri Nouwen (1932-1996). Hij schrijft in zijn boek Bread for the Journey (1996): „Er gebeuren dagelijks zoveel verschrikkelijke dingen, dat we ons wel eens afvragen of we het weinige dat wij kunnen doen, wel iets uithaalt. […] Zulke gedachten kunnen verlammend werken. Daarom is ‘roeping’ hier een sleutelwoord. Het is niet onze roeping om de wereld te redden, alle problemen op te lossen en alle mensen te helpen. Maar ieder van ons heeft een onvervreemdbare persoonlijke roeping, in ons gezin, op ons werk, in de wereld.”
Wij kunnen de wereld niet redden, we moeten van redding naar roeping, of je die begrippen nu religieus of seculier invult. De mensen die de macht hebben om klimaatverandering en oorlog te stoppen, vertonen weinig intenties om dat te doen. Dus moeten wij onszelf de belangrijkste vraag stellen: wat is míjn roeping op míjn plek? Niet: bij wie haal ik verhaal, maar bij wie breng ik de goede boodschap, terwijl ik er ook nog iets concreets bij lever? Neem bijvoorbeeld de tijd voor iemand die vol wantrouwen zit jegens instituties of sta iemand bij die moeite heeft haar weg te vinden in een bureaucratisch web.
We hebben als Nederlanders ons goud gered – nu onze democratische rechtsstaat nog. De krachten die deze willen ondermijnen, nemen gestaag toe. De democratische rechtsstaat is onopgeefbaar, anders staan ieders rechten op het spel. Want zoals de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr (1892-1971) opmerkte in zijn boek The Children of Light and the Children of Darkness (1944): „Man’s capacity for justice makes democracy possible, while man’s capacity for injustice makes democracy necessary.”
Dit is een ingekorte en bewerkte versie van een lezing die Rik Peels op 11 september hield bij het Prinsjesdagontbijt in Den Haag.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie