De risico's van drugslabs kwamen met de explosie in de Rotterdamse wijk Schammenkamp in 2024 aan de oppervlakte. Toch blijven zulke labs opduiken in woongebieden. Een gesprek met de weduwe van een van de slachtoffers maakt op gruwelijke wijze duidelijk wat er kan gebeuren.
"Mama, ga jij maar", kreeg Ayesha te horen toen ze twijfelend in haar woonkamer in Rotterdam-Zuid stond. Het was maandagavond 29 januari 2024 en ze had net haar zwager aan de telefoon gehad. Hij vertelde dat er vlammen uit hun bedrijfspand aan de Schammenkamp sloegen. Hij kreeg zijn broer Kamran, haar man, niet te pakken. Ook Ayesha kon Kamran niet bereiken.
"Ik ga hem bellen", stelde de oudste van haar drie zoons haar gerust. "Mijn belletje gaat hij zeker opnemen." Enkele minuten eerder had een enorme explosie plaatsgevonden. In een complex met bovenwoningen en een serie loodsen eronder bleek in een van de bedrijfsruimtes een drugslab te zitten.
De acetondampen hadden zich met geweld naar buiten gebaand en waren in brand gevlogen. Een man was met bank en al door zijn vloer gezakt en werd op het nippertje uit de vlammen gered, zoals op de beelden hieronder te zien is.
Het incident was onderdeel van een pijnlijke trend. In de eerste helft van 2024 braken in verschillende drugslabs vijf branden uit en vonden vier explosies plaats. Ook door het ontsnappen van giftige dampen vielen slachtoffers. In totaal kwamen dat jaar tien mensen om het leven en raakten vijf mensen gewond.
Dat jaar werden een recordaantal van 167 drugslabs ontmanteld in Nederland. 98 daarvan bevonden zich in een woonwijk.
De politiek reageerde met hogere straffen voor de productie van harddrugs. Of die maatregel een afschrikkende werking had, moest nog blijken. Uit de laatste cijfers van de politie bleek dat het aantal ontdekte drugslabs was afgenomen. Van de 142 labs die werden ontdekt, bevonden er zich 91 in een woonwijk. Dat was procentueel juist een toename.
Op de vraag waar de toename van drugslabs in woonwijken vandaan kwam, zei de toenmalig landelijk portefeuillehouder drugs van de politie Paul Entken tegen de Volkskrant dat drugscriminelen "zoeken naar onzichtbaarheid". "Vrachtwagentjes af en aan rijden in een weiland, dat is opzichtig. In een woonwijk gaan ze veel beter op." Daarom kijkt de overheid nadrukkelijk naar burgers als extra paar ogen in de wijk.
Een pijnlijk detail was dat ook vóór de explosie aan de Schammenkamp meerdere meldingen over een chemische lucht waren gedaan, meer dan tot dan toe werd aangenomen. Bekend was dat de politie op 21 januari 2024 twee meldingen kreeg over de geur van aceton. De politie vond toen niets en metingen van de brandweer leverden niets op.
Uit onderzoek bleek dat er ook in 2023 een melding was gedaan, maar dan bij Stedin, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de gasaansluiting. Ook daar werd geen probleem geconstateerd. Drie jaar eerder had een buurtbewoner zich gemeld bij de milieudienst voor het Rijnmondgebied, DCMR. Die liet vlak na de explosie weten nooit meldingen binnen te hebben gehad, maar kwam daar na navraag van NU.nl op terug. De dienst had destijds slechts drie jaar teruggekeken in de systemen.
Later bleek dat er op 10 maart 2020 een melding was binnengekomen over een chemische lucht. Bij de melding werd echter gesproken over een ander bedrijf, een paar deuren naast de loods waar de explosie later zou plaatsvinden. Toen een medewerker van de DCMR er een dag later voor de deur stond, was het pand gesloten. Daardoor vond er geen meting plaats.
En zo kon het gebeuren dat in het pand naast de compleet onschuldige Kamran de acetondampen zich ophopen. In de met nevel gevulde ruimte stonden zeker veertig jerrycans van 5 liter van het kleurloze oplosmiddel. Vanwege de schade door de explosie kon niet meer worden achterhaald hoeveel van die jerrycans daadwerkelijk gevuld waren.
In het dagelijkse gebruik is aceton handig om nagellak te verwijderen, maar in grote hoeveelheden wordt het gebruikt bij de productie van cocaïne. Later aangetroffen voorwerpen, zoals professionele mixers, dompelaars en zeven, wezen er volgens de politie op dat zich in de loods een drugslab had bevonden.
Kamran had die avond eigenlijk in Alkmaar moeten zijn. De griepepidemie was op dat moment echter op zijn hoogtepunt en lijkt zijn lot te hebben bezegeld. Op 29 januari stond hij verkouden op en dat ziekige gevoel bleef de 43-jarige aannemer de rest van de dag achtervolgen. Hij wilde zijn werk er niet voor afzeggen en maakte daarom van de afspraak met zijn klant een online meeting vanuit zijn kantoor aan de Schammenkamp.
Toen de foto's van de rampplek één voor één op haar telefoon binnenkwamen, besefte Ayesha dat Kamran mogelijk op het moment van de explosie in het pand aanwezig was. "Op de foto's zag ik de werkauto van mijn man staan", herinnert ze zich.
Zijn lichaam ligt drie dagen onder het puin voordat familieleden radeloos een hek overklimmen om Kamran te vinden. Uit angst voor instortingsgevaar is het terrein afgezet, maar op 31 januari houden geliefden van Kamran het niet meer vol. Al snel vinden ze een van zijn schoenen. Zijn lichaam kon uiteindelijk samen met hulpverleners worden geborgen.
Opvallend is dat een van de mannen die Kamrans lichaam wegbrachten, de verdachte is die vanaf maandag terecht staat. Jalal O. was de huurder van het pand waarin het drugslab zat. Zelf zegt hij van niets te hebben geweten en wijst hij naar de man die een deel van de loods van hem onderhuurde. Deze 33-jarige Mustafa was een van de dodelijke slachtoffers. Hetzelfde gold voor de 22-jarige Ilyas, een neef van O. Beiden waren werkzaam in het drugslab.
Voor Ayesha maakt de uitkomst van de strafzaak weinig uit. Ze krijgt haar man er niet mee terug. Wel hoopt ze met behulp van haar advocaat Saliha Aksu-Ari op een schadevergoeding, omdat ze moet rondkomen van een nabestaandenuitkering.
Ondertussen probeert ze zo goed en zo kwaad als het kan haar drie kinderen op te voeden. "Maar het zijn jongens en ze willen een echte papa. Om mee te voetballen", lachte ze verlegen. "Ik probeer het wel, maar ik kan het niet echt."
Source: Nu.nl algemeen