Home

Brutaal en nietsontziend: met pesterijen probeerde bunq-topman Ali Niknam concurrent ING af te troeven. ‘Fuck you very much’

Voorpublicatie Hij werd succesvol door een combinatie van genialiteit, brutaliteit en een nietsontziende managementstijl. Zoals in 2023, toen hij de naam van bunqs nieuwe chatbot kaapte van het grote ING. Dinsdag publiceert NRC een ongeautoriseerde biografie van bunq-topman Ali Niknam, een van de rijkste ondernemers van Nederland.

Ali Niknam, oprichter en ceo van bunq.

Techondernemer Ali Niknam is in zijn element, deze 19 december 2023. Hij staat in zijn eentje op het podium van het Amsterdamse DeLaMar-theater in een zwart T-shirt, sneakers en spijkerbroek. Zijn outfit doet denken aan die van zijn idool Steve Jobs, tijdens presentaties van nieuwe Apple-producten. De aanleiding is de 24ste bunq update, waar Niknam een verbeterde versie van de app van zijn digitale bank aan de wereld laat zien. Het evenement, dat hij sinds de lancering van bunq in 2015 regelmatig organiseert, wordt live uitgezonden op YouTube.

Als aftrap neemt Niknam de voorgaande maanden door met het publiek, dat bestaat uit werknemers, klanten en een enkele techfanaat. Zijn persoonlijke hoogtepunt: het feit dat hij kort daarvoor „om een of andere reden” door het „zeer prestigieuze tv-programma” College Tour is geïnterviewd. Dat plaatst hem in één rijtje met grootheden als de Dalai Lama, Whoopi Goldberg en Bill Gates, vertelt hij met foto’s van het drietal op de achtergrond. Hij bedankt de aanwezigen „vanuit de grond van zijn hart” voor alle liefde die zij hem en bunq in de loop der jaren hebben gegeven.

Ali Niknam, de eenzame strijd van een techmiljardair

Dit is een bewerkte voorpublicatie uit het boek Ali Niknam, de eenzame strijd van een techmiljardair, van onderzoeksjournalisten Joris Kooiman, Merijn Rengers en Stijn Bronzwaer.

De uitgave van NRC Boeken verschijnt dinsdag 22 september.

Op het podium oogt de in Iran geboren techmiljardair, achttiende in de ranglijst van rijkste Nederlanders van zakenblad Quote met een geschat vermogen van 2,5 miljard euro, als een zakenman waar Nederland trots op mag zijn: jong, vooruitstrevend en vol Sturm und Drang. Hij bouwde drie grote bedrijven die meer dan 1 miljard waard zijn, uniek voor een Nederlandse ondernemer: hostingbedrijf TransIP, de Datacenter Group en bunq, dat de gevestigde banksector uitdaagt.

Hij heeft een penthouse in New York, in de kelder van zijn Amsterdamse grachtenpand wordt een zwembad gebouwd en hij vaart tijdens Koningsdag mee over de Amsterdamse grachten in een boot vol prominenten uit bedrijfsleven, media en politiek, onder wie oud-premier Mark Rutte. Hij is een briljante techneut met een feilloos commercieel instinct. Ali Niknam is het Nederlandse equivalent van Elon Musk, Mark Zuckerberg en Jeff Bezos.

Er is ook een keerzijde, blijkt uit het NRC-boek Ali Niknam, de eenzame strijd van een techmiljardair. Niknam, die op zijn zevende naar Gouda verhuisde, vertegenwoordigt niet alleen het onbegrensde zelfvertrouwen en vooruitgangsgeloof van de techwereld, maar ook de Amerikaanse en autoritaire stijl van leidinggeven die de sector kenmerkt. Hij neemt elk jaar afscheid van tientallen personeelsleden die niet aan zijn standaard voldoen, ruziet met vrienden, scheldt werknemers uit voor ‘retard’ als ze fouten maken en stuurt privédetectives en advocaten af op oud-medewerkers die hij verdenkt van het delen van informatie met de pers.

Niknam kan, in de woorden van een vriend van de middelbare school met wie hij gebrouilleerd is geraakt, „niet delen, en dus uiteindelijk ook niet vermenigvuldigen.” Daarmee bedoelt hij: „Uiteindelijk gaat Ali altijd voor zichzelf. Dat heeft hem veel gebracht, maar geeft ook harde grenzen aan hoe succesvol hij kan worden.”

Maanden sleutelen aan chatassistent

De laatste nieuwigheid op deze 24ste bunq-update is bedacht door Ali el Hassouni, expert bij bunq in AI en machine learning. Niknam vertelt het publiek dat hij tijdens een wandeling door Amsterdam aan El Hassouni vroeg of die zich kon herinneren waar zij eerder in die buurt hadden gegeten. El Hassouni wist het niet meer, wil de anekdote – maar hij kon prima een chatbot bouwen die dat eenvoudig uit zijn uitgavenpatroon filterde. Meer dan een dag had El Hassouni daar niet voor nodig.

In werkelijkheid is er maanden gesleuteld aan de chatassistent. Daarna hebben allerlei bunqers het prototype intern getest, door vragen te stellen aan de chatbot en de antwoorden te beoordelen, zo vertelt El Hassouni later in een podcast.

Niknam kondigt op het podium aan dat alle bunq-gebruikers voortaan de digitale assistent – die hij ‘Finn’ heeft gedoopt – kunnen gebruiken. Het is een trucje dat Niknam van Jobs heeft afgekeken. Die introduceerde steevast aan het einde van een productpresentatie een bijzondere nieuwe feature, met de woorden ‘one more thing…’

Finn, een pratende smiley in regenboogkleuren, stelt zichzelf voor aan het publiek. „Je kunt me alles vragen”, zegt de bot vanaf het projectiescherm met een Amerikaans-Engelse mannenstem tegen de aanwezigen. Niknam koppelt zijn telefoon aan het scherm. Hij vraagt Finn waar hij het best „een gin-tonic kan drinken na een bunq-update”. In het nabijgelegen Café Lux, op vijftig meter van het theater, zegt de chatbot. „Dat klopt zowaar”, zegt Niknam.

Als enkele medewerkers van ING de dag daarna de YouTube-video van het evenement bekijken, zijn zij verbaasd. Niet over de experimenten van bunq met AI, daar is ING zelf ook mee bezig. Het gaat om Finn: de bank heeft jarenlang met zo’n twintig werknemers aan een digitale tool met dezelfde naam gewerkt.

De Finn van ING was bedoeld voor wat de bank ‘banking of things’ noemde. Met Finn zouden ‘slimme’ apparaten zelf financiële transacties kunnen uitvoeren: auto’s die voor parkeerplaatsen betaalden, of wasmachines die per wasbeurt een klein bedrag afrekenden. ING registreerde ‘Finn’ als merknaam, maar trok uiteindelijk de stekker uit het project. De bijbehorende ING-website is sinds begin 2023 offline, maar de bank is nog wel eigenaar van het concept.

De verbazing slaat om in irritatie als de ING-medewerkers horen van een volgende pesterij van bunq, dat in dezelfde periode www.mijn.ing heeft geregistreerd, een domeinnaam die sterk lijkt op ‘Mijn ING’ – de naam van internetbankieren bij de bank.

Wie mijn.ing intikt in zijn browser belandt op een bunq-pagina met daarop een smartphone, een bankpas in regenboogkleuren en de oproep „Looking for a bank that Makes Life Easy? Check out bunq!”. Een grote oranje button op de pagina leidt naar de bunq-website, waar klanten „binnen vijf minuten” een rekening kunnen openen. Helemaal onderaan staat, in kleine letters: „If you’re looking for old-school banking, you probably want to go to mijn.ing.nl.”

ING laat het er niet bij zitten. Een medewerker van de afdeling fraudebestrijding neemt twee maanden later contact op met bunq over de mogelijke inbreuk op het merkrecht van de ING-website. Harmen Nieuwenhuis, het hoofd juridische zaken van bunq en Frans Mollen, een andere hoge manager bij de bank, besluiten daarop www.mijn.ing snel offline te halen. Zo snel dat ze Niknam niet informeren.

Het duurt niet lang voordat hij hierachter komt, blijkt uit screenshots van de discussies op het interne slack-kanaal van de bank, waar alle medewerkers mee kunnen lezen (de conversatie is hier vertaald uit het Engels).

Ali: Zet het weer online. Als ING een domeinnaam wil kopen, kunnen ze een bod doen. En anders kan Steven (hun CEO) me bellen. Wie heeft besloten dit offline te halen zonder mijn toestemming? Het is glashelder dat deze domeinnaam NIETS met inbreuk te maken heeft, noch kan er verwarring zijn over of die mogelijk van ING is.

Frans: Na overleg met […] en […] is besloten de site offline te halen, vooral omdat we al in gesprekken zijn met ING over hoge fraudecijfers.

Ali: Het ene heeft niets met het ander te maken. Ik had geraadpleegd moeten worden. Zet ‘m terug. Als zij die site offline willen, kunnen ze een vriendelijk verzoek doen, ons compensatie aanbieden of met stappen dreigen. Ik buig niet voor dreigementen. Blijkbaar jij wel, maar ik niet. Harmen, je zou beter moeten weten (en Frans, jij ook, eerlijk gezegd).

Frans: Ik zal niet [buigen]. Het is uit voorzorg, dat ze ons niet blokkeren of slecht over ons praten tegenover zakenpartners. Maar ik zal vragen of ze de site weer online kunnen zetten.

Ali: Het is niet jouw beslissing.

Frans: […] Zet de site weer online, alsjeblieft.

Ali: Kennelijk moet ik rekening houden met het feit dat ik een reeks watjes onder me heb. En dat de programmeurs en ontwikkelaars eigenlijk beter weten wat ze moeten doen.

Frans: Point taken.

Ali: Stuur ook een e-mail naar hun global head of whatever en laat ze weten dat de intergalactische baas van alles laat weten dat ze ons een nette brief mogen schrijven. Dat het aan hun is om te doen wat de fuck ze maar willen. Maar dat als ze iets van ons willen, ze zich moeten gedragen als normale mensen, zoals elk ander fucking bedrijf. En de volgende keer dat je angst voelt om een vuist te maken tegen de jongens die we hier willen verslaan, voel je vrij om daar te solliciteren. Bij ons is geen plaats voor watjes.

De volgende dag geeft Niknam Mollen in dezelfde openbare chat nogmaals duidelijke instructies: hij moet contact opnemen met ING en vertellen dat bunq niet naar ING’s „pijpen zal dansen”. Vijf minuten later heeft hij zijn zin. Op slack schrijft hij dat mijn.ing „insh’allah” in een paar minuten weer in de lucht komt.

Ook het laatste woord hierover op slack is voor Niknam. Zijn afdronk: „Fuck you very much.”

Brutaal en solistisch

De gang van zaken typeert Ali Niknam, die gelooft dat hij als techondernemer alleen kans maakt tegen de grootbanken als hij zich keihard en brutaal opstelt. Personeel dat weigert daarin mee te gaan, wijst hij onmiddellijk terecht.

Bunq-oprichter en -ceo Ali Niknam wint de ondernemersprijs op de Masters Expo in de Rai Amsterdam, 7 december 2023.

En zo lukt het Niknam om met het kleine bunq het grote ING af te troeven. In de week na de slack-conversatie tussen Niknam en zijn managers volgt er overleg tussen de twee banken. Het is ING er veel aan gelegen om mijn.ing offline te krijgen. De bank vreest dat de site tot verwarring leidt bij klanten, die door het vele nieuws over bankfraude ongerust en argwanend zijn. En dan is er nog die andere kwestie: de merknaam Finn, die in handen is van ING en toch door bunq wordt gebruikt.

Uiteindelijk kiest ING voor een pragmatische oplossing. Hun eigen Finn was niet meer levensvatbaar. Bunq mag de merknaam hebben, in ruil voor het offline halen van mijn.ing. Ali Niknam gaat akkoord. Twee maanden later wordt het recht op de merknaam Finn officieel overgedragen aan bunq.

Bunq positioneert zich vanaf dat moment als „de eerste AI-powered bank van Europa”, een term die veel media-aandacht genereert. Finn is de trots van het bedrijf. Door de invoering van de chatbot is volgens Niknam de wachttijd van klanten met een hulpvraag sterk gereduceerd. Hij droomt ervan om in de toekomst met veel minder personeel toe te kunnen, door AI overal bij bunq in te zetten.

„Ali is zelf een machine van nullen en enen”, zegt een ex-manager. „Zo zie ik hem.” Dat kan nadelig zijn voor mensen die onder hem werken en behoefte hebben aan mededogen of menselijkheid. Maar, benadrukt de oud-medewerker: „Vergeet niet wat hij dankzij dat karakter allemaal bereikt heeft.”

Verantwoording en reacties

NRC sprak de afgelopen anderhalf jaar met meer dan tweehonderd mensen voor de ongeautoriseerde biografie van Ali Niknam en kreeg allerlei interne communicatie van zijn bedrijven in handen. Het boek leunt verder op informatie afkomstig uit openbare bronnen, zoals de talrijke interviews die Niknam heeft gegeven, het kadaster, jaarverslagen en rechtszaken.

Een deel van de geïnterviewden werkte mee op voorwaarde van anonimiteit. Namen van betrokkenen worden in het boek vermeld als zij hier toestemming voor hebben gegeven, Niknam ze zelf in openbare uitingen heeft genoemd of waar het managers op hoge posities betreft.

NRC legde bunq en Ali Niknam ruim tweehonderd vragen en bevindingen voor in het kader van wederhoor voor het boek, óók over de gang van zaken rond Finn en mijn.ing. Bunq wilde geen van de vragen beantwoorden.

ING wilde niet reageren op vragen over Finn en mijn.ing.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Financiële sector

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next